Politisering van de historiografie

Natuurlijk kon Fruin bezwaarlijk erkennen dat die Benedictijnen waterstaatkundig de redding van Holland waren geweest als hij Wlllem de Zwijger in het zonnetje wilde zetten als reddende  protestantse Vader des Vaderlands wiens nazaat Willem III Gorilla thans de Kroon voerde over dat Vaderland eveneens tot Heil der onderzaten. Juist op dat moment had Willem III weer eens flink wat rare streken uitgehaald. Streken die dat Vaderland wellicht in een heilloze oorlog met Pruisen konden voeren. Want Willem III had in zijn private capaciteit van eigenaar van het Groot Hertogdom Luxemburg deze staat waar hij ook soeverein van was in de uitverkoop willen doen aan Frankrijk. Terwijl het in de stad Luxemburg gelegerde garnizoen behoorde tot de volkscontingenten van de Duitse Bond. Die stad gold destijds nog als een strategische citadel die beslissend artillerievuur zou kunnen uitbraken ten laste van Frankrijk maar ook ten laste van Pruisen.

Willem had deze inleidende onderhandelingen met Keizer der Fransen Napoleon III doen voeren via private contacten. Het politiek verantwoordelijke Nederlandse kabinet wist nergens van. Bismarck, kanselier van Pruisen, liet natuurlijk deze contacten naar de pers lekken, en legde verder de Pruisische Landdag omstandig uit dat de relatie met Frankrijk zeer gespannen was. Er kon ieder moment een oorlogsverklaring komen uit Parijs. Dus kon deze verkoop niet getolereerd worden. Pruisen zou, ging het door, dat toch echt als een grond moeten aanvaarden voor een oorlogsverklaring aan Nederland. Willem III was ook niet bereid te kabinetsministers in deze verkoop te mengen: hij handelde als privaat persoon en het parlement had daarin geen verantwoording of rekenschap te vragen. De minister van Buitenlandse Zaken Van Zuylen van Nijevelt kon bezwaarlijk openbaren waarom Willem deze verkoop koste wat het kost wilde doordrijven.

Willem had weer eens een prostituee op het oog en die eiste meer dan slechts speldengeld als ze niet zou openbaren wat voor erbarmelijke bedprestaties Willem had geleverd. Kort tevoren waren ook allerlei seksuele schandalen aan het daglicht gekomen ten bezware van Willem II die een homoseksuele betrekking zou hebben onderhouden met Apostolisch Vicaris Johannes Zwijsen die kort daarop ineens aartsbisschop van Utrecht werd. Kortom: Fruin had nogal wat tegenkrachten te overwinnen weg peddelend  van het point of no return voor de Niagarawaterval van hinderlijke aanklachten,  geruchten en aangiften tegen het Oranjehuis, want er waren ook pedofiele betrekkingen in het geding geweest.

Fruin nam dus de meniekwast ter hand en doopte deze diep in deze oranjekleurige basisverf om een en ander te bedekken toen hij aan zijn baanbrekende studies begon over de heilzame inspanningen van het Oranjehuis sedert de dagen van de opstand van 1568. Maar de verf was dekkend en hield vast. Tot in onze dagen. Daarom is zo tragisch-komisch dat Fruins inaugurele oratie gaat over de onpartijdigheid van de geschiedschrijver. Dat is zo’n schrijver nooit. Hij politiseert altijd. Vooral als hij geschiedschrijver des rijks is. Zie Lou de Jong. Onzaliger nagedachtenis. Vraag maar aan Willem Aantjes met wie Lou in het vagevuur zit.