Reisplanning Wilhelms afgang 7 november 1918

Alle lijnen vanuit Spa werden afgeluisterd. De geallieerden deden het, maar de Duitse socialisten óók. Die hadden hun handlangers bij de Duitse Post- Telefoon en Telegraafdienst. De Britten zaten al in België. Die draaiden dus daar hun hand niet voor om. Van Vollenhoven meende op de 9e handig te zijn door de telegraaf vanuit zijn legatie te gebruiken. Maar dat was nu juist de lijn die Whitehall constant liet tappen. Hij sprak af met Van Karnebeek, wat hij dacht te gaan doen. Van Vollenhoven kon alvast een veilige route plannen voor de Duitse keizer als vluchteling. Het kon zijn dat  deze twee die reis zouden moeten faciliteren naar de grenspost te Eijsden. Waarschijnlijk niet, want als de keizer die reis zou aanvatten zou dat gebeuren door militärisches Operationsgebiet, waar Duitsland een uitzonderingstoestand had uitgeroepen. Daar zouden militaire begeleiders de keizer toch nog stellig kunnen beveiligen. Maar in Luik schenen al militaire onlusten en muiterijen te zijn uitgebroken onder de gelegerde reservisten, je wist het maar nooit. De 9e uiterlijk ware de keizer te lozen aan Nederland. Vermoedelijk was dan in Berlijn de pleuris al uitgebroken, dacht Van Vollenhoven. De zaak stond daar te stomen. De afluisterrapporten zijn recentelijk vrijgekomen uit de archieven van Oost-Duitsland.

Verbrugge, Van Vollenhovens assistent,  zou persoonlijk per automobiel naar Eijsden gaan om daar de grensbewakingsautoriteit te informeren dat de keizer en zijn gevolg onmiddellijk zouden moeten worden toegelaten. Ieder langdurig verwijl bij de doorlatingspost ware te vermijden. Dat zou wellicht opzien baren, afhankelijk van de houding van de keizer en diens gevolg. In dit opzicht moest men zich geen illusies maken. De keizer leefde al jaren in een schijnwerkelijkheid. Hij hing de gebieder uit als dat allerminst gepast was en kon zich nooit schikken naar omstandigheden. Was de keizer in Nederland, dan ware hij meteen te transporteren naar het kasteel van graaf Godard Bentinck, een beproefde Oranjeklant en lid van een Duitse ridderorde. Een orde waarvan ook de keizer lid was. Grootmeester zelfs. Die Bentinck zou de keizer ingepakt en wel snelstens afvoeren naar zijn behuizing die door grachten en muren omringd was. Daarna zou Van Karnebeek minister-president Ruys nog kunnen inlichten. Die stond dan voor een voldongen feit. Lastig zou dat mannetje niet worden. Hij zou de verantwoordelijkheid op zich nemen, de Kamer summier informeren en dan zou men verder zien. Dan was tijd gewonnen. Daar ging het weer om. Van Vollenhoven had de avond tevoren, de 8e dus, om halfacht een koeriersbericht gezonden naar Van Karnebeek.

Maar het liep mis. Gröner kreeg berichten over revolutionaire Beierse soldaten die wellicht de doorstoomtocht zouden frustreren. Het was daarom beter de trein wel te laten opstomen buiten zicht van het station Spa. Daar zou de trein stoppen. De keizer zou met gevolg in vier militaire stafauto’s overstappen. Bij aannadering van de grens zouden deze voertuigen traag voortrijden om te inspecteren of er railversperringen zouden zijn. Waren die er niet, dan zou de keizer weer overstappen in de trein die achter zijn automobielen-colonne aantufte. Waren die er wel, dan zouden de automobielen zich begeven naar de burgerlijke doorlaatpost bij Eijsden. Deze wisseling van vervoer is niet doorgegeven aan Den Haag. Verbrugge wist er niet van. Van Vollenhoven evenmin. Daarom kreeg nu de grenswacht te Eijsden met de automobielen te maken. Maar die wacht wist van niets. Die moest nu instructies vragen. In Maastricht, bij de plaatsvervangend garnizoenscommandant, de majoor Van Deyl.  Die wist evenmin van toeten of blazen. Hij ging naar Eijsden, om te kijken wat er loos was.  Van Deyl zag een gevolg van hoge militairen met een mannetje dat meedeelde de Duitse keizer te zijn. Hij vroeg toelating tot Nederlands grondgebied. Het was afgesproken.

Luitenant Brouwer, het hulpje van Van Deyl,  bericht in een verslag dat het ging om ongeveer tachtig hooggeplaatste militairen. Generaals, maar ook kolonels. Ze verzoeken op basis van kennelijk gesloten arrangementen toelating. Wat te doen? Want nu wordt het nog gecompliceerder dan het al was. Hij meldde de overkomst van de keizer en het doorlaat-arrangement aan de grenspost te Eijsden. Hij zou meteen ook een vertegenwoordiger zenden naar die post om de grenswacht de order te geven de Duitse auto’s door te laten. In Den Haag was de Duitse gezant Rosen van alles op de hoogte. Die zondagochtend waren derhalve drie mensen in Den Haag precies geïnformeerd: Wilhelmina, Van Karnebeek en Rosen. Ruys wist van niets. Van Karnebeek heeft Ruys ook niet ingelicht. Ruys hád het overigens wel degelijk kunnen weten, als hij bij het ministerie van Oorlog had aangeklopt. Daar wisten ze dat de spanning was weggehaald van de doodelijke draadversperring aan de zuidelijke grens tot aan Valkenswaard.

De planning was: de keizerlijke trein wordt aangemeld bij de stationschef. Die weet dat hij de trein moet doorlaten. Maar er loopt daar een dubbele draad onder electrische hoogspanning van tweeduizend volt. De spanning is ruim te voren weg van de grensversperringsdraad.  De blokken zijn weggenomen van de rails en het hek dat dwars op het baanvak staat is aan Belgische en Nederlandse zijde open. De Staatsspoorwegen zijn gewaarschuwd dat er een buitengewoon transport aankomt, dat eventueel over Eindhoven naar Den Bosch stoomt. Op het allerlaatste moment zal sein gegeven worden door Den Haag dat over Venlo gereden moet worden, naar  Maarn. Daar zal de keizer de Nederlandse grond betreden. Hij is dan feitelijk op Nederlands grondgebied. Uitzetting is dan bijna niet meer mogelijk, terugleiding evenmin. Pas dan wordt Ruys geïnformeerd.