Stembusgang

Goed, de algemene overtuiging is dat het kabinet-Schoof er niets van gebakken heeft. Dus trok Wilders de stekker uit het kabinet Wilders zonder Wilders. En trok zijn PVV-ministers en staatssecretarissen eruit terug. Waaronder de veelbesproken mevrouw Faber voor immigratiezaken, of beter voor non-immigratiezaken, want zij stond borg voor het strengste asielbeleid ooit. Ik denk dat ze de parlementaire geschiedenis daarbij niet raadpleegde. Want de Minister van Justitie Goseling voor de Roomsch-Katholieke Staatspartij heeft echt wel borg gestaan voor het strengste asielbeleid ooit in de periode 1937-1939 in het vierde kabinet-Colijn. De Jodenvervolging kwam toen goed op stoom bij onze Oostburen die allemaal hakkenklappend achter een zekere A. Hitler  aanliepen. En tienduizenden Joden dachten in of via Holland — zo noemen de Duitsers Nederland, nog steeds — in ieder geval elders een nieuw bestaan op te kunnen bouwen.

Maar dat werd door Goseling volledig onmogelijk gemaakt, nog wel op basis van een hausse van ministeriële circulaires. Goseling veranderde de Vreemdelingwet er niet eens voor. Alleen als de Jood kon garanderen via borgstellingen dat hij nimmer enige aanspraak zou maken op enige Nederlands maatschappelijk hulpbetoon in de breedste zin van het woord kwam die Jood Nederland nog binnen, maar onder verscherpt vreemdelingentoezicht bleef hij staan. Maar ook Roma, Sint, zigeuners, vervolgde homofielen, communisten, sociaal-democraten kwamen niet meer binnen in dit goede Nederland. Ze werden uitgezet. Ook al stond de SS of de Sicherheitsdienst ze aan de andere kant van de grens ostentatief op te wachten. Veel rapporten van de Rijksveldwachters uit deze periode gewagen van dergelijke schrijnende taferelen. Boeiende lectuur, maar verheffend, dat zou ik niet kunnen zeggen.

Faber heeft twee merkwaardige rompwetjes weten aanhangig te maken in het wetgevingsproces, die de toets van de kritiek redelijkerwijs niet zullen kunnen doorstaan. De Eerste Kamer zal nog oordelen, maar die uitslag schijnt al min of meer vast te staan. De achterblijvende bewindspersonen kregen van de Majesteit  als demissionair van status de opdracht om de regeringszaken te blijven behartigen in afwachting van een kabinet dat wel een vertrouwen van een Kamermeerderheid zou kunnen verwerven en voor deze interimperiode zou kunnen blijven behouden. Zij aanvaardden deze standaardopdracht — ze is gebruikelijk — maar vervolgens stapten de ministers van de fractie Nieuw Sociaal Contract ineens óók maar op omdat het Gaza-beleid de oppositie niet beviel. Ik zou zeggen: daar is de oppositie dan ook oppositie voor. Tegenwoordig dan. Een loyale oppositie die het Landsbelang blijft dienen bestaat niet meer in Nederland.

Dat is wel eens anders geweest, maar zoiets is tegenwoordig niet meer op te brengen. De fractievoorzitster Nicolien van Vroonhoven deelde de pers mee dat ook de NSC er niets meer in zag, in dit rompkabinet, en dat de ministers opstapten. Dus ontslag namen. Maar wat bleef, dat was toch dat ze de opdracht hadden van de Majesteit hadden aanvaard om ad interim de zaken van het Land te zullen behartigen. Hadden ze daarvoor audiëntie aangevraagd bij Majesteit? Om zich te verantwoorden? Kreeg de Majesteit ook de ruimte om, gelet op deze opdracht en de aanvaarding ervan dat ontslag te weigeren? Neen, dus. Hoe rechtsstatelijk was dus het optreden van NSC? Hoe constitutioneel was deze kennisgeving van ontslagname aan de pers? Dat vraag ik u af, beste lezer en bezoeker. En mij zelf ook. Uiteraard.