Er kan geen misverstand over bestaan: Veldkamp deelde al in de Tweede Kamer mee dat hij opstapte. Dat had HIJ besloten. Ik citeer woordelijk zijn uitlatingen dienaangaande. „Ik heb het nodig gevonden om aanvullende maatregelen voor te stellen”, zei Veldkamp over zijn besluit. „Ik heb gezien dat men echt wel zijn best doet om mij tegemoet te komen, maar ik zie tegelijkertijd dat de tegemoetkoming onvoldoende gelukt is.” Veldkamp kon naar eigen zeggen ‘in onvoldoende mate’ betekenisvolle maatregelen treffen. „Ik heb er onvoldoende vertrouwen in dat ik de komende weken, maanden naar bevind van zaken kan handelen als minister van Buitenlandse Zaken als ik zo in mijn ruimte word beperkt om zelf beleid te voeren en de koers uit te zetten die ik nodig vind. Ik ga naar huis en ik ga mijn ontslagbrief schrijven.” Hij vervolgde enigszins ten overvloede (als je het mij vraagt) dat het ‘Niet geloofwaardig (zou zijn) om aan te blijven’. Hij zei dus niet: ik ga overleggen met de Kroon. Ik ga vragen of de Kroon vindt dat Haar welgevallen meebrengt dat ik ontslagen word en dus niet langer zorg draag voor de afwikkeling van niet-controversiële beslissingen in ’s lands welbegrepen belang. Nederland heeft een constitutionele Monarchie, dat staat ook in de grondwet geïmpliceerd. Dat houdt in dat het de Koning is die dat belang definieert. Uiteindelijk. Ontslaat hij dus, dan is dat naar ZIJN welgevallen. Al moet er een kabinet zijn die daarvoor de politieke verantwoordelijkheid wil dragen. Is dat er niet, dan gaat het ontslag niet door.

Volgens NSC-vicepremier Eddy van Hijum is het ‘logisch’ dat de andere bewindslieden van Veldkamp zijn voorbeeld volgen. „We zijn er eigenlijk wel klaar mee. We hebben geprobeerd beweging te krijgen in het standpunt. Maar dat is niet gelukt. Het is niet geloofwaardig om aan te blijven. Volgens Van Hijum lagen zowel VVD- als BBB-collega’s dwars..Dat betekent dat naast Van Hjium en Veldkamp ook ministers Judith Uitermark, Eppo Bruins en Daniëlle Jansen ontslag nemen, net als staatssecretarissen Teun Struycken, Tjebbe van Oostenbruggen, Sandra Palmen en Hanneke Boerma. Premier Dick Schoof zei in een verklaring in de Tweede Kamer het vertrek van de NSC-bewindslieden te respecteren, ‘maar we betreuren het zeer’. Dat zijn, zou ik menen, praatjes voor de vaak. Schoof dekt door aan te blijven de Kroon bij het bezigen van haar ontslagrecht naar welgevallen en termen als “respect” daar voor komen niet te pas. Omdat wat de Kroon doet altijd het respect moet hebben van haar regering die op dat moment de ministerraad levert, of de regeringsraad en al die zelfstandige naamwoorden die de grondwet heeft voor deze raad als Hoog College van Staat. Het is immers geen bestuur van een klaverjasclub.
Volgens Schoof is nader beraad over de ontstane politieke situatie ‘noodzakelijk’. Ook dat komt neer op: als het regent word je nat, een zwarte kip in het donker is moeilijk te vangen. Het kabinet zal de Kamer daarover een brief sturen en daarna zal ook een debat zijn. Over die brief. Ongeacht wat er in staat. Dus Schoof kan ook een verhandeling sturen over de zwaartekrachtleer. Het kabinet was al demissionair, het ontslag van de NSC-ministers maakt geen wezenlijk verschil voor die status. Zegt Schoof. Zeker. Wie de naam van vroeg opstaan heeft kan lang blijven liggen. Het is goed riemen snijden van andermans leder. Allemaal waar. Maar in deze context betekenisloos. De posten zullen herverdeeld moeten worden, maar het kabinet kan in demissionaire staat aanblijven. De achtergebleven coalitiepartners VVD en BBB zeggen niets van de NSC-exit te snappen. VVD-vicepremier Sophie Hermans noemt die stap ‘onverantwoord’. Volgens BBB-vicepremier Mona Keijzer stort NSC ‘Nederland in chaos’. Ik zou zeggen: veel maakt het niet meer uit. Want constitutioneel kon de chaos al niet groter zijn. Niet gek voor een partij die als inzet had dat er een constitutionele kamer zou moeten komen ter toetsing van het regeringsbeleid aan de grondwet. Gisteren is niet morgen. En vandaag begint de rest van je leven. Ook waar. Op deze waarheden zat en zit een kiezer niet te wachten. Niet als toereikende verklaring voor het feit dat hij weer naar het stemhok moet tijgen. Het schijnt iedereen te Den Haag te vanzelfsprekend toe.
