
Hij noemt het bovendien “helemaal niet te pruimen” dat Markuszower in dat persbericht zegt dat het Kamerbestuur informatie achterhoudt en verdraait. “Dat zijn beschuldigingen die kant noch wal raken. Ik neem daar met klem afstand van.” Markuszower beschuldigde Bosma dinsdag ook al van informatie achterhouden. Het PVV-Kamerlid stapte eerder uit het Kamerbestuur uit onvrede met de gang van zaken rond het onderzoek naar Arib. Maar daar gaf Markuszower omstandig de redenen voor. En daarover wou niemand het meer hebben. Dus: koren op de molen van de media, vooral de NPO. Het nog vertrouwelijke besluit om een onderzoek in te stellen naar de gedragingen van Arib stond in september 2022 in NRC nog voor ze hier zelf van op de hoogte was gesteld. Hoe dat nieuws is gelekt, is nog niet duidelijk. Het is gelekt. Dat is wel duidelijk. En laat de Kamer daarover eens reflecteren.
Er is een strafrechtelijk onderzoek naar betrokken ambtenaren ingesteld, maar voor Kamerleden geldt een andere procedure. In dat geval ligt de bal bij de Tweede Kamer. Niet bij Markuszower in persoon. De vraag of zo’n procedure ingesteld moet worden, zou tijdens het debat besproken worden. PVV’er Markuszower is daar vurig voorstander van. Hij heeft in het persbericht aangekondigd een officiële aanklacht in te dienen om dat proces in gang te zetten. Maar daar moet een meerderheid van de Kamer dan ook mee instemmen Geen van de Kamerleden had de onderliggende documenten gelezen. Dat kon ook niet. Meer dan duizend pagina’s in zo’n korte tijd? Het debat vond desondanks gewoon plaats. GL-PvdA, NSC en SP kunnen zich vinden in een plan van BBB waarbij een groep Kamerleden wordt aangewezen. Die moeten dan alle door het Presidium beschikbaar gestelde documenten doorspitten en adviseren of zo’n strafrechtelijke procedure, waar de PVV al om vraagt, inderdaad in gang moet worden gezet. Zeker, maar dat is ongrondwettig. Dat is een onderonsje. Terwijl de grondwet een openbare kamerzitting gebiedt. De Kamer stemt dinsdag over dat plan. Het onderzoek naar Khadija Arib is ingesteld na anonieme klachten over grensoverschrijdend gedrag tijdens haar voorzitterschap tussen 2016 en 2021. Arib sprak van een “anonieme dolkstreek in haar rug” Arib betwijfelde ook of het Presidium überhaupt het recht had om op basis van die anonieme klachten het onderzoek in te stellen. Dat mocht, oordeelde de rechter in februari. Tegen dat besluit is Arib in hoger beroep gegaan.
