De merkwaardigste ceremoniële en liturgische gebruiken hadden tussen de 21e december en de 31e ruime plaats in dat landelijke Strijp, waaraan je in de vijftiger jaren van de vorige eeuw nog heel erg goed kon zien dat het een zelfstandige gemeente was geweest die eigenlijk met “De Stad” – zo werd Eindhoven-centrum nog hardnekkig genoemd – niets te maken wilde hebben. Strijp was door Eindhoven geannexeerd in 1920, net als de andere randgemeenten van deze fabrieksstad: Woensel, Tongelre, Stratum en Gestel. Strijp, dat betekende dat de firma Philips voor haar werknemers goedkope en toch degelijke arbeiderswoningen kon gaan bouwen, met aansluiting op de gemeentelijke riolering en het stratenonderhoud en daar was het de regering in Den Haag maar om te doen. Bevordering van volkswelvaart. Maar de autochtoner Strijper was het er eigenlijk niet mee eens en dat kon je in de Teresiaparochie goed merken aan de gekoesterde lokale folklore vooral in deze donkere dagen. Elke dag had tussen Kerst en Nieuwjaar iets plaatselijk raars, waar eigenlijk geen touw aan vast te knopen was maar waarbij ook niemand vragen stelde. En daarom was het verpletterend wáár allemaal. Ik was er zeer ontvankelijk voor, mede omdat in het Theresiaklooster door de zusters er beschermend over gezwegen werd, maar eerbiedig werd voldaan aan de rites die erbij hoorden omdat anders Gods toorn vaardig zou worden over deze gesluierden. Die op gans bijzondere wijze deelhadden aan Gods Ordening, aldus pastoorke Driever, zich haastend met allerlei sprenkelingen in de galmende gangen en over de dofzwijgende bejaarden in de banken van de kapel die de fletsen wijwater over hun gerimpelde gelaatsdelen lieten uitdruipen, ondertussen mompelend dat God hen geven mocht wat hun genadig wezen zou. De wereld stond nu stil, al trok de E-Bus dampend, roetwolken uitstotend en stinkend naar technieken in de motorkap ronkend op naar het Verderf in de Stad waarvoor ik dan een kinderkaartje kon kopen. De halte lag bij de voordeur van het klooster, maar daarvan gebruikmaken was niet de bedoeling.

De Eindhovenaren hadden niet alleen stadse fratsen, maar ze waren ook veel zondiger dan de Strijpers, de Eindhovense straatkeien zweetten die zondige koortsen ook zichtbaar uit in deze donkere dagen met de hitsige lichtreclames in de Vrijstraat rondom de stripteasetent “De Femina-Bar” en de twee suspecte bioscopen daarrond, waar ook al op het celluloid blote meiden waren te bekijken. Het moest niet mogen, vond de Strijper. Hij wist er alles van. Maar hij kwam er natuurlijk nooit. De dorpsherder pastoor De Beer bezigde Sint Sylvesterdag – 31 december – dan ook om zijn dierbare gelovigen grondig op het hart te binden niet te veel in Eindhoven te komen en vooral niet in de Vrijstraat. Hij beklom daartoe stuikig de kansel, die hij overigens zoveel mogelijk vermeed, want goed preken kon De Beer niet. Maar het sierde hem dat hij dat ook wist en dus daarnaar handelde. Die zonden in de Vrijstraat, dat kon hij aan kapelaan Verhoeven echter niet overlaten, dat was ’s mans eigen onherleidbare pastorale thema op deze laatste dag van het jaar. Maar als De Beer zich opwond ging hij tóch Tilburgs praoten en de lááánge gierende uithoalen, zulks tot vermaak van het auditorium dat ook veel vernam over verdimmise communisten die noar de hel gingen váááren. Doar moest men zich tegen waopenen.
Dat alles werd dan ook nog eens kundig in verband gebracht met Sint Sylvester, die De Beer warm ááánbevoal ter intentie. Zijn feestdag valt bij de rooms-katholieken op 31 december. Dat is tevens zijn sterfdag. De Grieks-Orthodoxe Kerk, de Servisch- en Bulgaars-Orthodoxe Kerk herdenken hem op 2 januari. Hij is patroonheilige van de huisdieren, de goede oogst en het nieuwe jaar. De laatste dag van het jaar, zijn sterfdag, wordt vaak Silvester genoemd. Mede vanwege de legenden om hem heen en de langlopende strijd om de Donatie van Constantijn, geldt Silvester als een uiterst belangrijke paus, die vooral in de middeleeuwen erg veel vereerd werd. Dit legde De Beer uit. En waarom dat dà verrekkes goed was. Omdat Sylvester van het katholicisme een staatsgodsdienst had weten te maken onder Constantijn de Grote. Constantijn wou eerst niet, witte nie, maar Sylvester zei dat het moest en dat Constantijn anders naar de hel ging. Daar had Constantijn niet van terug. O neen! Hij werd dus katholiek en toen ging het veul en veul beter. Daor mocht Philips ook wel eens beter aan denken, want dat waren daar in de stad nog steeds Hervormden die die fabriek leidden. Ketters, witte nie? Net als communisten. Hierbij raakte De Beer in staat van volledige ontremming, ook al omdat hij de draad nu helemaal kwijt was, en begon kletsend op de kanselranden te slaan.
Daarna gaf de in een stemmig zwart pak gehesen penningmeester van de parochie het jaarverslag van de parochie nog even weer, óók van de kansel. Mijnheer Tempelaars, onze buurman, die heel veel termen bezigde van het balanslezen waarin hij erg goed was. Dus dat begreep ook niemand. Maar thuis was inmiddels het beslag van de oliebollen gerezen en straks kwam Wim Kan op de radio, dus dat werd best gezellig nog.
