Systemisch bedrog november 1918

Abraham Lincoln, ook wel in de constitutionele geschiedenis van de USA “honest Abe” genaamd, wist het al: “Men kan enkele mensen altijd, alle mensen voor een tijdje, maar niet alle mensen voor altijd bedriegen”. Dat moet u nu eens goed in het hoofd houden voor wat de Nederlandse parlementaire geschiedenis betreft, waarin de historici steeds maar weer de faam ophouden dat Nederland als democratische transparante rechtsstaat zo’n goede reputatie op heeft kunnen houden en borgen, door dat feitelijk in iedere fasering ook waar te maken via de politieke verantwoordelijkheid van de ministers jegens de Tweede Kamer. Wanneer een bewindspersoon er een bedrijfsmatige bestendige politiek van maakt de Kamer te bedriegen, dan gaat hij er aan. Op zeker. Dat zeggen we monkelend tegen elkaar. En graag zeggen we dan dat we uniek zijn en dat in België het al heel anders is. En die staat, nou, die lijkt toch ergens best wel veel op Nederland, maar daar is de ambtscorruptie en het ambtelijk bedrog toch systemisch. Dat staat daar in de liberale grondwet zelfs geregeld sedert 1831. In de grote staatkundige commentaren over de Nederlandse parlementaire vertegenwoordigende democratie staat steeds weer dat Nederland een fantastisch stelsel heeft, omdat ingevolge de gewoontes die aan de actieve en passieve informatieplicht  die gedefinieerd worden via artikel 68 van de Grondwet geen bewindspersoon kan blijven zitten die de Hoge Landsvergadering die in de Tweede Kamer zit belazert.

Zeker niet, als het om principiële en kapitale zaken gaat. Nu, de asielverlening aan Wilhelm II laat wel anders zien. Die was sedert mei 1918 doorgestoken kaart tussen onze Koningin en Berlijn. De Koningin had weer eens het idee dat de Oranje-dynastie vóór alles gered moest worden. Kon niet schelen ten koste van wat. Tsaar Nicolaas, dat was duidelijk, was door de Bolsjewisten in Jekaterinenburg vermoord, op last van Lenin en Trotski. Dat ging met de Prins van Oranje Wilhelm von Hohenzollern niet gebeuren. Als het niet anders kon, dan moest Wilhelm maar naar Nederland komen, als de Bolsjewisten een staatsgreep in Berlijn beraamden. Dat scheen sedert 26 oktober 1918 te gaan gebeuren. Derhalve werd Van Heutsz naar Spa gestuurd om de vluchtroute te beramen. Als nu, zoals de toeleg was, alleen Van Karnebeek, Van Vollenhoven en Verbrugghen van ’s Gravendeel in dat complot betrokken werden voor wat de Koning der Nederlanden betreft zat dat wel snor. Die lieden waren in dienst van Hare Majesteit. Want de Koning had ingevolge de grondwet het Opperbestuur der Buitenlandse Betrekkingen. Wat die Majesteit hen onder geheimhoud gelastte, bleef ook geheim. En anders wisten ze wel dat ze een deerlijk lot zou treffen loopbaantechnisch gezien. Dan werden ze als consul naar Madagaskar gestuurd om daar aan de drank te raken. Of naar Panama, die tequila daar was moordend. En dat was ook prima bekeken van de Majesteit, dat hadden de twee Vredesconferenties in Den Haag al overtuigend aangetoond, want toen is er wat misgepeuterd in Den Haag, u zou er echt van opkijken.

Wilhelmina hield dus planmatig de arrangementen van de vluchtroute, de toelating, de asielering en de verblijfsplaatsen van Wilhelm geheim. Maar ze had niet gerekend met de “doodelijke draad” die lange de zuidelijke grenzen liep. Met die constante hoogspanning van tweeduizend volt. En die dubbele sluisdeuren van hekken met wisselsporen bij Achel en bij Eijsden. Mocht Wilhelm daar geraken, dan moest de spanning tijdelijk weg en die hekken moesten open. Maar dat ging niet zomaar; daar was overleg en overeenstemming voor nodig met Duitse beambten, die dat moesten fiksen, want die draad en alle toebehoren was in handen van de Duitsers en vooral van de firma Siemens. Die de toeleiding van de electriciteit via een internationaal privaatrechtelijk contract had te verzorgen. Siemens stond in contact met de Afdeling Militaire Spoorwegen van de Oberste Heeresleitung. In Spa wisten ze dat precies, tot op de laatste porceleinen bevestigingshoed en de laagste wachter in de spanningstrajecten. Dat waren beambten van een civiele aannemer. Die lieden stonden niet onder bevel van de Nederlandse Majesteit. En die lieden wilden schriftelijke instructies met daarin ook opgave van de personen die zouden passeren. En wanneer. En waarom. En hoe ze dat konden verifiëren via telefonische weg. Met het hoofdkantoor van Siemens. Dat ook niets te schaften had met de Majesteit. Van Nederland, dan.