Deze Wet Universtaire Bestuurshervorming, WUB in de wandeling, leidde er toe dat een faculteitsraad zich waarachtig overal tegen aan begon te bemoeien. Dat deed de Tilburgse faculteitsraad dan ook met een overgave die bij het zelotendom behoort van de renegaat. Mocht Lyndon Johnson eigenlijk wel president van de Verenigde Staten blijven? Was het juist dat Washington trachtte de Volksrepubliek China uit de Veiligheidsraad te weren als permanent vetogerechtigde? Was de NAVO eigenlijk geen criminele organisatie? Dat soort kleinigheden prijkten op de agenda van de raad. Er waren urenlange debatten over deze onderwerpen die doorgaans resulteerden in moties die onafgedaan bleven. Er werd vergaderd bij het leven, op tafel geslagen, soms zelfs perscommuniqué’s uitgevaardigd die de landelijke pers haalden en het Journaal. Er waren fracties van communisten, aanhangers van POLEK (Politieke Ekononomie), drijvers van Recht Vooruit, Rood en Breed Front. Men vergaderde elkaar lens net als de Tweede Kamer dat deed tijdens het kabinet Den Uyl I. Dat was het grote voorbeeld. Er was ook een faculteitsblad, Nondeiure, en dat probeerde de PRAVDA te imiteren. Maar omdat daarin ook sex-advertenties stonden en pornoïde strips kwam dat toch niet helemaal over het voetlicht. Ja, men zou het een boeiende tijd kunnen noemen, ware het niet dat het zulk een in het oog lopende verspilling was van overheidsgelden, want voor de krankzinnigste projecten was subsidie voorhanden. Ruim. Omdat het goed riemen snijden is van andermans leer.

Op donderdag 21 januari 1985 om 10.30u kwam met machtiging van die Raad het faculteitsbestuur bijeen in de faculteitskamer. En ik zat op kamer 927. Kreeg het verzoek om mij herwaarts te begeven. Nietsvermoedend klom ik de trap op naar de tiende. Kwam die kamer in, waar een grote groep somber starende personen mij verbeidde. Enige studenten er bij van genoemde fracties. Op de tafel prijkte een afgedekt stuk papier, waar een asbak op stond, want roken mocht toen nog inpandig. In één zorgvuldig georchestreerde ruk stonden deze personen op. Geppaart beduidde mij te gaan zitten. Zette de asbak met een klap verder op. Verwees mij naar het onderliggend stuk. Gaf aan dat ik het moest lezen. De verzameling lieden aan de raamkant van de zaal marcheerde nu gediscplineerd de zaal uit. En ik las mijn ontslagaanzegging op staande voet. Met enige diskwalificaties mijn karakterstructuur betreffende.
Heel goed weet ik de preciese strekking er niet van naar bewoordingen. Maar duidelijk was het wel. ik keek uit het raam, in de richtng van Alphen en Riel. Die dorpen stonden er kennelijk nog steeds. Maar na zekere suizende stilte sloeg de deur weer open en marcheerde het politbureau binnen. Geppaart deelde mee dat ik geschrokken moest zijn. Maar het was zoals het was. Dat was het. Ik kon mijn kamer ook meteen ontruimen, maar het kon ook later. Dat was ontegenzeggelijk het geval. Verbijsterd liep ik de trap weer af. Ik gaf hiervoren onder “Geheime Onderzoekscommissie” aan wat de verdere gang van zaken was. Ik herinner mij vooral de gelijke tred waarmee dat bestuur en de raadsleden bleken te kunnen marcheren. Dat viel mij op. Omdat het niet eerder was vertoond in deze gebouwen dat deze personen zo gelijkmatig optrokken. Ik ging nog wel even mijn foto halen in zilveren lijst van de drie pausen die het jaar 1978 hadden doorzweet: Paulus VI Montini, Johannes-Paulus I Luciani en en Johannus-Paulus II Woytila. Wim zat te kauwen op zijn lunchboterham, vredig als een paard dat de haverzak omgehangen kreeg, en wenste mij goede reis naar Eindhoven. Sic transit gloria mundi.
