Uitwerking van Donroe-doctrine als rechtsbeginsel

Er is nauwelijks twijfel mogelijk: Trump bedoelt via de Donroe-doctrine wel degelijk rechtens de niet-Amerikaanse mogendheden de toegang tot het volledige Amerikaanse continent te ontzeggen wanneer ze geen toelating hebben van Washington. Met “toelating” bedoel ik de vreemdelingenrechtelijke machtiging om zich toegang en verblijf te verschaffen voor een bestendige periode langer dan drie maanden, de zogeheten toeristen-termijn die niet geldt voor personen die een zakelijk verblijf beogen voor een langere tijdsduur dan die drie maanden. Wil een niet-Amerikaan dat, dan moet Washington dat goedvinden en deze machtiging daartoe moet blijken uit een grensoverschrijdingsdocument met visumstelling. Daaruit moet dan blijken wat het zakelijk doel is en hoe lang er met de verwezenlijking daarvan aan tijdsduur gemoeid is. Bedenk: het gaat hier eigenlijk niet zozeer om de individuele natuurlijke personen. Het gaat om de ondernemingsgewijze opererende vennootschappen met een statutaire vestiging mede buiten dat Amerikaanse continent. Want veel Zuid-Amerikaanse staten hebben graag dat soort ondernemingen binnen hun territoir en vooral, op dit moment, die vennootschappen die statutair (mede) in Volksrepubliek China zijn gevestigd en geweldige diepte-investeringen willen plegen, waar die Zuid-Amerikaanse staten naar hunkeren, omdat ze al eeuwen afwachten om meegestuwd te worden in de vaart van de volkeren. De monroedoctrine in enge zin, die uit 1823, was al een zeker beletsel voor de vestiging van dat soort ondernemingen. Maar laten we wel wezen: zó aantrekkelijk is Zuid-Amerika nu óók weer niet voor bestendige vestiging van dat soort multinationals reeds omdat de staten bijna allemaal notoir volkomen instabiel zijn, zeker staatshuishoudelijk, en maar geen behoorlijke economische infrastructuur weten uit te rollen. Daarin is echter verandering gekomen, tot op zekere hoogte, sedert zich het BRICS-blok heeft weten te ontplooien en kennelijk op weg is naar een geconsolideerde marktpositie die het ook nog nauw neemt met de rule of law in Angelsaksische zin.

Voorlopig is de Volksrepubliek China zeer actief als deelnemer aan dat blok. Die staat opereert sedert twee decennia doortastend in Zuid-Amerika, maar ook in Centraal-Afrika en werkt daar behoorlijk welvaartsverhogend. Ze leent niet zozeer gelden die ter plaatse besteed kunnen worden, maar besteedt via door de staat gestuurde naamloze vennootschappen met meervoudige vestigingen enorme infrastructurele projecten aan die handelscommercieel op lagere termijn de betrokken onderontwikkelde staten inderdaad het beslissende zetje kunnen geven om concurrerend op de wereldmarkt te kunnen opereren. Dat doet de Volksrepubliek bijvoorbeeld in Peru. De Volksrepubliek legde op afbetaling een ultramodern havenbassin aan met bekkens van vijfendertig meter diep  die containerschepen kunnen bedienen in razendsnelle vervrachtingsschema’s via volledig computergestuurde portaalkraan-installaties die, op rails verrijdbaar, ook meteen aansluiten op de normaalspoorbreedten uit het immense achterland. Daarop worden de binnenlandse producten uit dat achterland aangevoerd in de modernste dubbelwandige vederlichte containers die ook weer de juiste maten hebben om in roll on roll of bewegingen doorgezet te worden op de rangeerterreinen in China die weer aansluiten op de ontzaglijke spoorwegen leidend door Rusland naar westelijker oorden tot zelfs weer de derde Maasvlakte bij Rotterdam toe. De onderneming is een naamloze vennootschap COSCO die hoofdkantoor houdt in Sjanghai. Dat heeft de beurtvaartplanning in handen voor de wederzijdse vaarten tussen Peru en China en de onderweg wellicht ook nog aan te varen havens op de eilanden in de Stille Oceaan. Vijfhonderd miljard dollar is daaraan, aan dat enorme beurtvaartsysteem met alle omslag- en vervrachtingsaspecten (met de assuranties) in 2024 reeds ten koste gelegd.

Vanuit satellietposities worden alle beurtvaartroutes constant gemonitord vanaf de uiterton tot de kademuur in China. Nieuwe routes zijn in kaart gebracht en communicerende geulen aangelegd tot in volle zee. Als dit enorme COSCO-programma eerstdaags tot volle ontplooiing komt kunnen de oostelijke havens van Noord-Amerika wel op het dak gaat zitten en de Engelse havenbekkens zijn dan waarschijnlijk alleen museaal nog interessant. In de Maasvlakten heeft COSCO ook flink geïnvesteerd, dus Rotterdam heeft als Europoort voorlopig nog niet zoveel te duchten, maar Hamburg wel. Dat is Donald een doorn in het oog. Dat moet niet kunnen. Dit soort vaart moet verwezen blijven naar de watergangen die de VS volledig kunnen beheersen. En daar is dat Donroe-beginsel voor gemunt. Begrijpt u wel?