Witte seizoen geopend

Het herfstseizoen in de Witte Heerensociëteit is geopend met de plichtmatige receptie in de Groote Conversatiezaal aan Het Plein. Dat is traditie sedert de achttiende eeuw. We stellen ons op in lange rijen om de achtbare leden van het sociëteitsbestuur de hand te drukken en verder de ballotagevoordrachten te bekijken op de mededelingenborden. Maar vooral om gezien te worden en zelf anderen te zien: ik ben er ook nog hoor! Ik ben notabel en hoor er bij. Er zijn nu na decennia lange strijd ook vrouwen lid. Dat is nog een heel gedoe geweest want eigenlijk vinden de heren het niks. Hier in De Witte konden ze onbeperkt een grote bek openzetten, zich aanmatigend gedragen, vieze moppen vertellen, lasteren en dronken worden, allemaal gedragsfrequenties die helaas niet hoeven te worden aangeleerd. Zoals een Goudvis in zijn kom meteen kan zwemmen en rondjes draaien, zo kunnen de heren van deze sociëteit dit ook allemaal van nature. Toen kwamen de vrouwen. Ik ben al lang lid, dus ik dacht dat dat een revolte zou veroorzaken in de omgangsvormen, dat die wat minder bulderend, minder arrogant en subtieler zouden worden en ook, naar ik hoopte, minder competitief.

Maar geenszins bleek dat de maatschappelijke omwenteling die de vrouwen in beweging zetten: het omgekeerde was het geval, overduidelijk. De vrouwen gingen schetterend maar nog onbarmhartiger met elkaar om dan mannen ooit hadden kunnen opbrengen, zelfs de lieden die een door afkomst heftig verankerde plaat voor hun kop hebben en zich menen alles te kunnen permitteren. Vrouwen, zo bleek mij, nadat ik deze categorie aan Het Plein nader in natura had kunnen observeren houden elkaar voortdurend nauwlettend in de gaten en hebben vernietigende kritiek op elkanders uiterlijke verschijningsvormen die inderdaad bij vrouwen na hun climacterium niet om aan te zien zijn. De broekpakken deugen niet, de twinsets zijn ten mode jaren achter, die imitatieparelketting van Coco Chanel kan waarachtig niet op een jurk van changeante lichtblauwe zijde en moet je die hoed met veren zien, die persoon denkt zeker dat ze bij de koninklijke familie hofdame is. En zag je haar schoeisel? Wat een schuiten, met die gespen net boven de wreef. Dan kan je pas goed zien wat voor schuinsweg geplaatste platvoeten ze heeft, het creatuur lijkt Katrien Duck wel.

De besprokene is dan net naar het toilet om nieuwe camouflagelagen aan te brengen op het gelaat, maar komt ze terug, dan lacht iedere gesprekspartner in haar cercle haar aanminnig toe om terstond nadat een ander zich even teruggetrokken heeft  ter gelaatsrestauratie deze persoon ook grondig door de veiling te sleuren. Het is boeiend en ook wel subtiel. Vooral als men elkaar blijft aanspraken als “Schat” of “Lieverd” of “Beste Meid”. Dat is symptomatisch voor het feit dat men bij verstek grondig door de mangel is getrokken wegens het pleefiguur dat men slaat. Het is dus een hele ontwikkeling, dat er ook vrouwen rondlopen in de Pleinzaal, want ik leer veel nieuwe grieven, invectieven en dodelijke diskwalificaties. Ik probeer ze te onthouden om zelf te gebruiken, maar ik zou ze moeten opschrijven want ze vertonen een boeiend palet van sociale dissociaties. Maar dan zou mijn agenda al gauw vol staan per dag. En soms heb ik daarin toch afspraken genoteerd die ik echt moet nakomen. Die zou ik dan in dat stellig proza niet meer kunnen terugvinden, maar het is toch goed voor je taalkunde zo nu en dan aantekeningen te blijven maken op bierviltjes.