zaak Julio Poch

De kwestie van de rechtsmachtuitoefening van de VS over Maduro op basis van een ontvoering of abductie blijft natuurlijk wel boven de markt hangen. De kwestie is of de Venezuelaanse overheid tevoren heeft ingestemd met die abductie of dat zij achteraf met terugwerkende kracht daarmee alsnog heeft ingestemd, wetend dat de VS toch niet tot teruglevering zou overgaan. En verder of deze wellicht wederrechtelijke verkrijging van Maduro als te vervolgen opgeëiste persoon de rechtsmacht van de VS te dezen onrechtmatig maakt. Wat zegt het volkerenrecht daarover? Ik merk op dat de VS al vaker Nederland heeft geprest om achteraf met abductie of verkapte uitlevering in te stemmen. Zeker in het Caraïbisch gebied dat Nederland heeft geclaimd omdat het daar nu eenmaal de Nederlandse Antillen heeft liggen. Daarbij zijn met name Aruba en Curaçao vertrekpunten voor omvangrijke cocaïne smokklingen naar de VS. Vooral naar Miami, maar ook via Panama naar Nederland, Amsterdam. Washington heeft op dat punt Nederland meermalen terecht kunnen verwijten dat het gebrekkig handhaafde.  En dat het de internationale afspraken niet nakwam op het gebied van de bestrijding van deze smokkel. En dat de VS dus door deze wanprestaties wel genoodzaakt was tot dergelijke abductie dan wel tot verkapte uitleveringsconstructies, vaak met medewerking van andere mogendheden. De vraag is dan: gesteld dat dat zo is, mág dan de abductie wel? Wordt ze daardoor rechtmatig? En tast ze dus de jurisdictierechten van de verkrijgende staat niet als onrechtmatig uitgeoefend aan? Nederland kwam natuurlijk al veel eerder met deze en dergelijke kwesties in aanraking en droeg bij aan de discussies over de doorwerking van de onrechtmatigheid in de jurisdictie-uitoefening op basis van het beginsel dat uit onrecht geen recht mag ontstaan: ex iniuria ius non oritur. De VS en de staten die georiënteerd zijn op Groot-Brittannië gaan uit van de regel male captus, bene detentus: laat de verkrijging onrechtmatig zijn, dat tast de rechtsmacht niet aan. Waar Nederland zelf precies staat, is niet echt duidelijk. Dat laat de zaak tegen Julio Poch wel zien. De zaak-Julio Poch betreft de rechtsvervolging van deze Argentijns-Nederlandse voormalige piloot Julio Alberto Poch (Buenos Aires, 1952) die sinds september 2009 in Argentinië vastzat op verdenking van betrokkenheid bij de ‘dodenvluchten’, die tijdens de ‘Vuile Oorlog’ in opdracht van de Argentijnse militaire dictatuur in 1977 en 1978 werden uitgevoerd om politieke tegenstanders uit de weg te ruimen.  Het is een oorlogsmisdaad om in tijd van enig gewapend conflict mee te werken aan het “verdwijnen” van mensen die nooit meer traceerbaar zullen zijn: het veroorzaken van “enforced disappareances” prijkt op de lange lijst misdrijven tegen de menselijkheid die het Statuut van Rome-1998 in artikel 7 tot en met 8 noemt. Zulks naar aanleiding van de Nacht und Nebel-vervolgingen die de nazi’s organiseerden in 1939-1945. Het Argentijnse Openbaar Ministerie meende dat het een redelijke verdenking tegen Julio Poch kon opbouwen en vroeg rechtsingang.

Op 29 november 2017 kreeg de zaak een voorlopig einde met de vrijspraak voor Poch, na acht jaar voorarrest. In mei 2023 volgde definitieve vrijspraak in hoger beroep. Na zijn opleiding aan de Marineacademie in zijn geboortestad Buenos Aires (1969-1972) en opleiding tot piloot (1973-1974) werkte Poch van januari 1974 tot 1980 als gevechtspiloot voor de Argentijnse marine. Hij maakte onderdeel uit van het ‘elitesquadron’ dat de A-4 Skyhawk vloog. Na zijn afzwaaien vloog hij voor Aerolíneas Argentinas op een Boeing 747-200 als copiloot. In 1982 werd hij opnieuw opgeroepen door de marine tijdens de Falklandoorlog, waarna hij in 1982 zijn baan bij Aerolíneas hervatte. Vanaf 1988 vloog hij voor de Nederlandse luchtvaartmaatschappij Transavia. In dat jaar ging hij tevens in Nederland wonen. Geruime tijd later nam hij ook de Nederlandse nationaliteit aan. In die carrière bij Transavia vloog hij als gezagvoerder op de Boeing 737. Ook was hij vlieginstructeur. Poch kwam in september 2009 in het nieuws toen hij, tijdens zijn laatste vlucht voor zijn pensionering, gearresteerd werd op het vliegveld van Valencia. Belastende verklaringen van collega-piloten waren voor het Argentijnse Openbaar Ministerie reden om een internationaal arrestatiebevel uit te vaardigen. Poch zou op 2 december 2003 op Bali tijdens een etentje met collega’s bij een verhitte discussie hebben gezegd: “We threw them in the sea“. Collega-vliegers Tim Weert en Edwin Reijnoudt Brouwer zagen dit als een bekentenis van Poch dat hij betrokken was bij de dodenvluchten. Het was een zijdelingse opmerking. Tijdens borrelpraat. Ze veronderstelden echter dat Poch bedoelde dat hij de vluchten zelf had uitgevoerd. Nadat Edwin Reijnoudt Brouwer er tijdens een vlucht met plaatsvervangend chef-vlieger Jeroen Engelkes over had gesproken, benaderde Engelkes Tim Weert om hierover een verslag te schrijven. Engelkes stapte in eerste instantie met dit verslag naar de leiding van Transavia waarna een intern onderzoek volgde. Nadat Poch duidelijk had gemaakt dat zijn uitspraak ‘We threw them in the sea’ sloeg op ‘wij, Argentinië’ en niet op ‘ik, Julio Poch’, was voor Transavia de kous af.

Jeroen Engelkes richtte zich vervolgens tot het Internationaal Strafhof in Den Haag dat hem doorverwees naar de politie. Aanvankelijk zag de politie de zaak als weinig kansrijk. Wat was er eigenlijk redelijk aan deze verdenking? Het betrof immers een zaak van ‘hearsay’, wat geldt als indirect bewijs. Maar als gevolg van een artikel van Harm Ede Botje in Vrij Nederland drong de toenmalige minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin er vervolgens bij de politie op aan het onderzoek ‘toch’ door te zetten. Zo kon de Nederlandse staat niet worden verweten dat ze Poch liet lopen vanwege de relatie van Jorge Zorreguieta met het koningshuis. In de zomer van 2008 volgde een rechtshulpverzoek aan Argentinië. Het Argentijnse Openbaar Ministerie was toen al jaren op zoek naar vliegers die betrokken waren geweest bij de dodenvluchten, als onderdeel van het proces tegen de daders van het Videla-regime. Argentinië plaatste Poch in december van dat jaar op een internationale opsporingslijst. Nederland heeft weliswaar geen uitleveringsverdrag met Argentinië, maar hielp bij de arrestatie door via de KLM, moedermaatschappij van Transavia, het dienstrooster aan de Argentijnse autoriteiten bekend te maken. Toen Poch op 22 september 2009 tijdens zijn laatste vlucht voor zijn pensioen op de luchthaven van Valencia landde, werd hij door de Spaanse politie gearresteerd en kwam er een uitleveringsverzoek vanuit Argentinië. In eerste instantie verzette Poch zich tegen uitlevering. Maar later verklaarde hij zijn onschuld te willen bewijzen voor de rechtbank. In mei 2010 werd de piloot uitgeleverd en overgebracht naar een gevangenis in Marcos Paz.