Zeeblokkade een voortdurend delict

De Angelsaksen wonnen feitelijk de Eerste Wereldoorlog in 1918 via een absolutie zeeblokkade tegen Duitsland die tot de ratificatie van de Vredesregeling op 21 juni 1920 werd voortgezet. De Duitse burgerbevolking werd daarbij collectief gegijzeld, evenals overigens de schuldeloze Nederlandse bevolking die in het neutrale Nederland nu eenmaal slachtoffer was wegens de geografische positie van Nederland tussen Groot-Brittannië en Duitsland in.  Het is was dus stellig niet Frankrijk dat de Duitse krijgsmacht overwon, al houdt Parijs dat tot in onze dagen hardnekkig vol.  Dat Franse Veldleger, nog steeds opgesloten in zijn loopgraven, stond eigenlijk weer op het punt in volledige muiterij over te gaan, toen het vernam dat Parijs de oorlogshandelingen dacht te hervatten in de lente van 1919 tot en met de herfst van 1920. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Graf von Brockdorff Rantzau nam het eerste concept van de voorgestelde vredesregeling aan in Hôtel Trianon in Parijs waar de geallieerde grootmachten verzameld waren in april 1919. Die Duitse minister beet de geallieerden bij die gelegenheid toe dat de voortzetting van deze uithongerblokkade een voortdurend voortgezet oorlogsmisdrijf was dat volledig streed met de bepalingen van het Land-Oorlogreglement 1907, Bijlage bij de Slotakte van het Tweede Haagsche Vredescongres in de Ridderzaal.  Daarin werd de collectieve gijzeling van burgerbevolkingen aangemerkt als onverenigbaar met de verbodsnormen inherent aan de landoorlog bij bezettingen.  De minister was nogal rauw in zijn taalgebruik, sprak staccato Duits met de hoge gierende kazernetoon van een Postdammer Luitenant en spaarde de geallieerden niet bij zijn aantijgingen over hypocrisie aan geallieerde zijde, waar het ging om de schuldvraag betreffende het uitbreken van de wereldoorlog die alleen Keizerlijk Duitsland zou betreffen en belasten. Von Brockdorff werd nog net niet gelynched bij het verlaten van Hôtel Trianon. Maar hij had de blokkade terecht gekwalificeerd als voortdurend delict gericht tegen burgers dat voortduurde zolang er hongersnood was, al dan niet met massaal dodelijk gevolg, direct of indirect.   De kwestie van de voortgezette zeeblokkade na de wapenstilstand van 11 november 1918 is een van de meest controversiële hoofdstukken uit de nasleep van de Eerste Wereldoorlog. Om te bepalen of dit juridisch gezien een “oorlogsmisdrijf” of een “misdrijf tegen de menselijkheid” was, moeten we kijken naar zowel de context van die tijd als de moderne juridische definities. De historische context is veelzeggend en betekenisvol voor de huidige situatie die kan voortspruiten uit de blokkade van de Straat van Hormuz. Hoewel de gevechten aan het front stopten in november 1918, bleef de blokkade van kracht. De Geallieerden (voornamelijk Groot-Brittannië) gebruikten dit als pressiemiddel om te voorkomen dat Duitsland de vijandelijkheden zou hervatten en om gunstige voorwaarden af te dwingen bij het Verdrag van Versailles.

  • Duur: De blokkade werd pas grotendeels opgeheven in juli 1919, na de Duitse ondertekening van het verdrag, al bleven sommige beperkingen van kracht tot en met 21 juni  1920. Toen stemde Duitsland bij Rijksdagmotie in met de goedkeuring van het Vredesverdrag, maar het voerde het niet uit, mede, omdat dat een burgeroorlog binnenslands zou veroorzaken. Aangezien de huidige Iraanse regering evenmin kan spreken namens alle volkeren binnen het Iraanse grondgebied samengedrongen — tussen de tachtig en negentig miljoen volken van diverse denominatie, samenstelling en inculturatie, zelfs taalkundig niet verenigd — doet zich daar een vergelijkbaar perspectief voor. Verder zal de blokkade over de hele wereld voedseltransporten en logistieke toeleveringen decennia blijven frustreren met onvoorzienbare gevolgen voor diverse onbenoembare volken. Destijds bleven Duitse burgers sterven omdat hongeroedeem letaal blijft gedurende langere tijd nadat de blokkade is opgeheven. En dat zal ook nu niet anders zijn. Destijds waren tevoren, in 1920, geen schattingen te beramen.

  • Impact: Naar schatting stierven tussen de 100.000 en 250.000 Duitsers aan de gevolgen van ondervoeding en ziekte in de periode na de wapenstilstand.

Juridische analyse

1. Was het een oorlogsmisdrijf?

In 1918 was het internationaal recht met betrekking tot blokkades vastgelegd in de Verklaring van Parijs (1856) en de Haagse Conventies.

  • Argument voor: Critici stellen dat het uithongeren van een burgerbevolking na het staken van de vijandelijkheden in strijd was met de geest van het oorlogsrecht.

  • Argument tegen: Volgens de toenmalige rechtsopvatting was een wapenstilstand geen vrede, maar slechts een opschorting van de strijd. De blokkade werd gezien als een legitiem maritiem wapen. Pas met de Aanvullende Protocollen van de Conventies van Genève in 1977 werd het uithongeren van burgers expliciet verboden als oorlogsmethode.

  • Conclusie: Met de bril van nu (met terugwerkende kracht) wel, maar volgens de strikte letter van het internationaal recht in 1919 was het technisch gezien een “grijs gebied”.

2. Was het een misdrijf tegen de menselijkheid?

Het concept “misdrijf tegen de menselijkheid” werd pas echt juridisch verankerd tijdens de processen van Neurenberg na de Tweede Wereldoorlog.

  • Kenmerken: Deze misdrijven omvatten wijdverbreide of systematische aanvallen op een burgerbevolking (moord, uitroeiing, uithongering).

  • Toepassing: Hoewel de blokkade leidde tot massale sterfte door uithongering, bestond de specifieke juridische term in 1919 nog niet. Historici zoals Robert Leckie en C. Paul Vincent typeren de actie echter vaak in morele termen die nauw aansluiten bij deze moderne definitie.


Samenvatting van het debat

Aspect Status in 1919 Moderne visie
Status van de staat Wapenstilstand (geen vrede) Einde van actieve vijandelijkheden
Doelgroep Strategische druk op de staat Collectieve bestraffing van burgers
Juridisch oordeel Geoorloofd machtsmiddel Schending van fundamentele mensenrechten

Historisch gezien wordt de voortzetting van de blokkade vaak beschreven als een ethische misdaad en een tactische fout die bijdroeg aan de diepe wrok in de Weimarrepubliek, wat later door de nazi-propaganda werd uitgebuit. Juridisch gezien is het echter lastig om iemand hiervoor te veroordelen volgens de wetten die op dat moment golden (het legaliteitsbeginsel).