Zoveel hoge ambtenaren in Eijsden 1918

Terug naar Eijsden, die 10e novembermorgen.   De klokken gingen aan het luiden, de vroegmis, de gelovigen spoedden zich kerkwaarts en ontwaarden de colonne. De voorname heer uit de tweede auto wreef de handen, kloeg over de ochtendkoude en scheen gehinderd door de priemende ogen van de Eijsdenaars. Pinckaerts kwam teruggejakkerd en kondigde de komst van Van Dijl aan.  Die moest het verlossende woord spreken. De majoor wilde de personages zelf bemonsteren. Telefonisch kan hij niets beslissen over de toelating. Van Dijl scheen verrast te zijn. Niet zozeer over het arrivement van de Keizer. Maar wel, dat hij bij de doorlaatpost bij Withuis onder Eijsden staat. Achteraf is weer niet gek, dat Van Dijl weet dat de Keizer eraan komt. Omwonenden van Van Dijls dienstwoning hebben dan al lang waargenomen dat er een limousine staat voor diens deur afkomstig van de gezantschapsgarage in Brussel: het vlaggetje staat op de bumper. Het ligt voor de hand dat daarin Verbrugge is aangekomen. Dan heeft hij de garnizoenscommandant verwittigd. Dan zitten ze beiden naast de telefoon te wachten totdat de stationschef zal bellen uit Eijsden dat de blokkade op het spoor is opgeheven en de dodelijke draad uitgeschakeld is.

Daar is nu ineens een onbekende sergeant van de landmacht aan de lijn. Deze zegt dat de Keizer op een landweggetje staat met negen militaire stafauto’s. Kan dat? Dat is niet afgesproken. Waarom zit die Keizer niet in zijn trein waar hij hoort? Van Dijl gaat polshoogte nemen. Verbrugge gaat niet mee. Van Vollenhoven heeft immers gezegd dat Van Karnebeek moet kunnen optreden als de vermoorde onschuld. Zit Verbrugge er voor iets tussen, dan kan dat niet. Voor diens optreden immers is Van Vollenhoven en dus Van Karnebeek politiek verantwoordelijk. Van Dijl kan met diens automobiel. Maar hij haalt het vlaggetje er niet af.  Hij zegt dat hij eraan komt, tegen die sergeant. Is dit echt wel de Duitse Keizer? Geen dubbelganger?  In Duitsland kan men nu van alles verwachten. Er zal dus gewacht moeten blijven worden daar bij post-Withuis. De Duitse heren zijn overduidelijk gewapend. En Pinckaerts heeft als instructie van Van Dijl: geen gewapenden over de grens laten komen, wie of wat ze ook voorgeven te zijn.  Inmiddels was er een oploop ontstaan. Teneinde die in toom te houden – er werden verwensingen naar de Keizer geschreeuwd door Eijsdenaren, maar ook door Waalse arbeiders — waren direct Marechaussees bij de hand onder commando van de districtscommandant Bauduin.

Ik behandel deze gang van zaken wat gedetailleerd, want, zoals we zullen zien, de Nederlandse overheid was in dit geval bijzonder goed voorzien van personeel en organisatorische maatregelen. Er was inmiddels ook in inspecteur van het Staatsspoor, zekere De Bruijne,  gearriveerd met spoorwegpersoneel, die “de technische leiding” van wat er verder ging gebeuren zou hebben. De Nieuwe Rotterdamsche Courant geeft in de avondeditie van maandag 11 november ook allerlei treffende details. Kennelijk was het de verslaggever óók opgevallen dat Den Haag wel bijzonder goed geïnformeerd was over de aankomst van de Keizer, die naar Den Haag wist, nog altijd Duits staatshoofd was en ook niet van plan was afstand te doen van zijn bevoegdheden.

Voor de feitelijke gang van zaken is het precieze en goed gedocumenteerde artikel van Rob P.W.J.M. van der Heijden en Cécile E. van der Heijden, Keizer Wilhelm in Eijsden, opgenomen op de site:  Stichting Eijsdens Verleden, https://www.eijsdensverleden.nl>online.2019/08 PDF van belang. Het uitvoerige artikel is ook opgenomen in Jaarboek 2017 van de Stichting Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal. Zie verder over de plaatselijke omstandigheden in Eijsden gedurende de Eerste Wereldoorlog: Paul van der Steen, Schampschot, een klein Nederlands dorp aan de rand van de Groote Oorlog, Uitgeverij Balans: Amsterdam, 2014, ISBN 978-94600-39645.