Deze vakgroepssecretaris was bepaald niet de enige die gespecialiseerd was in dat soort horzontalismen en die overigens flink de pest had aan de te dien opzichte voorgeschreven stellige moraal-theologie van de Katholieke Kerk onder het primaatschap van Petrus. Dat had ik nog niet direct in de gaten. Dat heeft zelfs heel lang geduurd voordat ik dat dóór had. Maar dat kan toch de verklaring zijn waarom de rest van de vakgroep zich eendrachtig stelde achter de escapades die de tweede hoogleraar strafrechtwetenschappen had met die SABENA-dame met de splitten en de glanzende netkousen. Het is mogelijk dat zij in het verzet dat Wim en ik tegen deze soort praktijken op de werkvloer ontwikkelden ook een geborneerd burgerdom dat volledig obsoleet was meenden te kunnen ontwaren. Een conservatisme dat de doorontwikkeling van een nieuw collectief meerderheidsbewustzijn over de zelfontplooiing, maatschappelijke geëngageerdheid en intermenselijke toewending belette te Tilburg. Maar daarvoor was toch dat paardenmiddel niet nodig geweest van een maandenlang geheim onderzoek?

Wanneer deze hoogst progressieve hoogleraar, eenmaal voorzitter, mij had gezegd dat alles goed en wel was, maar dat hij toekomstige samenwerking met mij niet zag zitten, nooit niet, en dat hij een onverenigbaarheid van karakters zag aankomen in de naaste toekomst, dan had ik stellig uiteindelijk mijn biezen gepakt. Dan maar naar elders. Buiten het academisch circuit. Ik zag de perspectieven van deze Allende-universiteit somber in. Voor mij. De wetenschap die het recht probeert te depolitiseren van de wanen van de dag. Inderdaad: uiteindelijk beschouwde ik de revolte van 1968 inderdaad niet anders dan een kwajongensstreek waaraan niet anders ten grondslag ging dan een kongsi van zeer goed gebekte jongelingen die tot hun verbazing hadden bemerkt dat het bevoegd gezag onmiddellijk in de schulp kroop en zich geen hemelse raad wist. Deze jongelingschap zag fraaie bestuursposities vrijkomen. Zij was reeds doende de vacatures onder elkaar te verdelen. En met welk een succes. De opmars door de ambtelijke instituties was in volle gang. mijn wederpartijder, die oudere hoofdmedewerker — dat was hij inmiddels toch geworden — was avondrector geworden en zat in het faculteitsbestuur. Hij bleek zeker thans van een aanstelling tot universitair hoofddocent. Schaal veertien en veel secundaire emolumenten. Want van allerlei subsidiecommissies was hij nu ook al voorzitter. Hij reisde nu gratis zijn vakanties in het kader van rechtsvergelijkende studies naar systemen van alternatieve sancties over de hele wereld. Scandinavië had overduidelijk zijn voorkeur en zongebruind trad hij monter steeds weer aan.
Ik kwam ze daarna inderdaad in de hoogste regionen tegen op directeursposities. Ze deden daar mede aan sensitivitytrainingen waarbij de nieuwste sociaal-psychologische inzichten gepraktiseerd werden ter verbetering van de werkverhoudingen door tactiele benaderingen. Fysieke aanrakingen via woord en gebaar, niet zonder erotisch motief, tot uiteindelijk publieke groepsverkrachtingen toe met overheidssubsidies. Op de zogeheten heisessies. Die een golf van sociale destructies veroorzaakten op de werkvloer. Dat was wat ik in 1981 al zag aankomen en ook waarop dat zou moeten uitlopen. Reeds omdat hun onderhebbenden meteen ook in de smiezen plachten te hebben dat de baas omhooggevallen was, geen zelfbeheersing en frustratietolerantie vertoonde en alleen goed was in het uitspelen van verschillende velden tegen elkaar via bestendige reorganisaties. Daarin waren ze steeds als interimmanagers heel goed en scoorden hun schalen. Onderwijl elkaar prijzen uitdelend en medailles opspeldend voordat de Chablis werd opgediend met oesters. Ze kozen elkaar op elkaars posities. De veelgeroemde gematigde coöptatie. Die steeds opvallender een noodlottige wending nam totdat we met het regeringsonbevoegde zootje zaten dat ons thans toekomt. Want gematigd is de coöptatie natuurlijk al lang niet meer.
