Bestuursimplosie 2026

Dat de wegen van minderheidskabinetten niet over rozen gaan, mocht aanstonds duidelijk zijn, ook toen Jetten glanzend van de luister van de overwinnende staatsman zijn kabinetsakkoord mocht presenteren van de regeringspartijen die zijn kabinet wilden legitimeren voorzover zij dat konden, waartoe ze een zekere uitmiddelpuntige kleurloosheid als verbindingsmiddel kozen. Want het programma was niet uitgewerkt. Elke paragraaf miste een gedegen financiële dekking die alleen gevonden kon worden, wanneer met de mogelijk oppositionele partijen steeds per onderwerp een overeenstemming met het kabinet gevonden kon worden. Dat zou per onderwerp moeten gebeuren. Bij het onderwerp van de overheidszorg — de publieke ecologie, de klimaatbeheersing, de defensie, het onderwijs, de gezondheidszorg van en voor de onderdanen, de volkshuisvesting, het migratiebeleid in zijn gecompliceerde uitvoeringsarrangementen – zou een aparte financieel wetsontwerp aanhangig gemaakt moeten worden in het wetgevingstraject met eventueel overgangsrecht voor de heffingen, de inningen en de verrekeningen. Dat vereiste uiterste bereidheid bij het kabinet om de oppositie steeds tegemoet te komen, op charmante wijze, vol egards, met een tentatieve opgave waar de dekkingen vandaan gehaald zouden worden en op welke gronden. Het kabinet zou dus de volksvertegenwoording hoffelijk moeten bejegenen. Zoals de liberaal Cort van der Linden die overigens niet partijgebonden bleek, want van de Unie-liberalen moest hij in de periode van de Eerste Wereldoorlog niet veel hebben.

Cort bleek daartoe in staat, was ook bereid om geheimen te delen en bijzondere moeilijkheden met de agressieve Ludendorff die steeds weer bereid bleek Nederland binnen te vallen wanneer dat Duitsland geen welwillende neutraliteit bood. Plooibaar bleek Cort. En hij doorstond de bijbehorende schervengerichten. Dat blijkt dit kabinet niet echt op te brengen, zoals het exemplarisch botte optreden van de steeds arrogantere Sjoerd Sjoerdsma steeds weer doet blijken, te beginnen met het feit dat Sjoerd toch HAMAS wilde blijven subsidiëren via ontwikkelingsgelden al had de oppositie, geëist dat hij zich daarvan verre zou houden. Sjoerd beloofde dat niet meer zó te doen en volhardde in zijn zonden. Dat inspireerde andere oppositionele partijen dus tot verharding in hun opstellingen, de polarisatie is aanstonds weer systemisch gebleken en gebleven. Zoals de afhandeling van wetsvoorstellen inzake migratie en de illegale vreemdeling ook  door de senaat ook zonneklaar maakt. Het land wordt dus onbestuurbaar. Dat weet heel Den Haag. En dat interesseert heel Den Haag kennelijk geen zier. Zeker de vierde macht, de immers nog weerstrevende ambtenarij niet. Die meent nu eigenlijk de dienst wel te kunnen uitmaken, zelfs niet meer verholen, achter de coulissen. Deze macht vindt in de migratiestromen die wekelijks voortaan in groei en gecompliceerdheid een soort verdienmodel voor nieuwe bestuurlijke activiteiten. Dat is illegitiem, dat is ook duidelijk, en dat moet tot een soort van maatschappelijke distorsie leiden en misschien een grote kladderadatsj al zie ik dat nog niet vóór mij nu iedereen weer gerust huis en haard heeft verlaten ter uitnutting van de zo broodnodige meivakantie. Die voorwerp is van een nieuw grondrecht buiten de woordluid van het Europees Verdrag omtrent de Mensenrechten, al kan men daarin ondergeschoven grondrechten heel makkelijk inlezen, een kunde die de academische wereld en de rechterlijke macht tot grote hoogte hebben opgestuwd.  Er is een grondrecht op meiverstrooiing, dat is een dimensie onderliggend aan artikel 3 van dat Verdrag. Goed voor de camping- en hotelhouders. In Nederland.