Crown Prosecution Service IV

In de zaken van de grooming gangs waar we het hier over hebben, kreeg de politie steeds de instructie non-discriminatoir op te treden en daarom niet etnisch differentiërend op te sporen. Ze mocht dus niet het onderzoek starten vanuit de veronderstelling dat de verdenking mede gebaseerd was op het feit dat de bij de aangifte aangeduide dader van de georganiseerde verkrachting hoorde tot de doelgroep: Pakistani uit een bepaalde regio. Dat moest dus, daar kwam het op neer, vooral niet in het proces-verbaal opgenomen zijn. Zoals de grootte, de vouwwijze en de kleur van de door de beschuldigde manspersoon gedragen tulband, de typische hoofdtooi van de doelgroep die zich met de organisatie van de gang bezig hield. . Zoals ook lange tijd het Nederlandse Openbaar Ministerie te maken had met de algemene richtlijn de Mocro-Maffia te vervolgen zonder bewijstechnisch etnisch te differentiëren bij het in kaart brengen van de verschillende misdadige netwerken aangelegd door Marokkanen uit de streek achter het Rifgebergte of dergelijke uit Marokko herkomstige gespecialiseerde verbanden. Een generieke opdracht dus, die verlammend moet werken. En die alleen maar leidt tot onderscheidenlijk vervolgingsuitsluitingsgronden en bewijsuitsluitingsgronden, waardoor iedere positieve bewijsredenering schier onmogelijk wordt. Wanneer men heeft moeten constateren dat de religieuze ideologie van Pakistaanse bevolkingsgroeperingen rechtsgronden aanbrengt die rechtvaardigen om blanke minderjarige meisjes, die voldoende tot wasdom zijn gekomen om ze geslachtsrijp te noemen te beschouwen als een oorlogsbuit in de Heilige Jihad die de Profeet heeft bevolen om de voorzegde Heilsgeschiedenis te voleinden, geeft men uiteindelijk criteria die kunnen leiden tot adequate opsporing.

Geeft men tegelijkertijd aan, dat men deze criteria niet mag bezigen als werkhypotheses bij de opsporing van de organisaties en hun werkpatronen, hun modi operandi en de wijze waarop zij elkaar verplichten tot ultieme zwijgzaamheid, wanneer men deze criteria niet mag gebruiken om erachter te komen hoe men de daaraan verbonden hiërarchieën en sociale strata moet definiëren en in kaart brengen, dan kan men vrijwel nooit komen tot een rechtmatige wettelijke verdenking. De politie zal dan zo proces-verbaal op maken van de aangiften, de strafklachten, de bewijsindicaties, dat de buitenvervolgingstelling daar als het ware automatisch als noodzakelijkheid uit voortvloeit. Men zal nooit de aantekening vinden dat er enerzijds een redelijke verdenking was maar dat hoger gezag anderzijds had te kennen gegeven deze niet te bezigen als grond voor een mogelijke positieve vervolgingsbeslissing, eventueel met reserves en eventueel met voorwaarden. Een politieambtenaar die dat zou doen zou verder zijn loopbaanperspectieven wel kunnen schudden.

Men treft dus zeker geen beschikkingen aan in de tweehonderdvijftigduizend gevallen die reden gaven voor de enorme onrust over deze systemische groomingen die inhouden dat de beambte zelf de redelijkheid van de verdenking wel zag, maar anderzijds opdracht had om toch maar te seponeren. Dus een echt politie-sepot, waaraan de Prosecution Service helemaal niet te pas komt. De politie besluit zelf dat de aangifte niet tot die Service mag doordringen. Ze zet dus de aangevers of de aangeefster onder enorme druk. En niet de verdachte. Er is misschien een verdenking. Maar een lichtvaardige, immers rassendiscriminatoire. Voordelen tegen de Pakistani waren het motief van de aangifte.  De meeste gevallen zullen nauwelijks tot ambtelijk proza hebben geleid. Stel nu dat toch de instructie loskomt om voortvarend en met spoed deze zaken alsnog aan te brengen bij wege in inhaaldagvaarding  niettegenstaande het tijdsverloop dat heeft plaats gehad, de enorme omvang van het aantal zaken en het feit dat nauwelijks bewijsmateriaal is bewaard op een wijze die aan de authenticiteit ervan geen afbreuk heeft kunnen doen. Denkt men dan dat de Crown-aanklager, de barrister met de rode tas, deze zaken zal aanvaarden om fris van de lever een openbaar onderzoek te laten uitroepen op het bestaande, nauwelijks aanvulbaar bewijs? Denkt men dat er een KC te vinden is die niet meteen besluit dat deze heropening rassendiscriminatoir is en dat het principe van ne-bis-in-dem wordt losgelaten op basis van onderbuikgevoelens? En stellig zou dat nu, bij alle enorme publieke commotie die de mare baart dat Pakistani grooming gangs organiseren een rechtvaardige vraag zijn. Keir Starmer riep de emotie op, die hij beweerde te willen bezweren: rassendiscriminatie op grote schaal. En die geest is nu uit de fles. Ook al is Starmer uit beeld. Zijn schaduw zal de KC’s regeren. Die zullen het dossier niet aanvaarden van de Service.

Rebecca Lawrence, een van de spraakmakende directeuren van de Crown Prosecution Service van 2019-2023 waarschuwde dat hier vrijwel onoverkomelijke vervolgingsbeletselen voorzienbaar zijn. Het is een typisch asymmetrische interpretatie en toepassing van het ne-bis-in-idem principe dat ons hier parten speelt. Het beginsel dat niemand twee keer voor dezelfde feiten in rechte betrokken mag worden. Een beginsel, ontwikkeld in de negentiende eeuw. Het is geen Romeins beginsel en geen canoniekrechtelijk beginsel.  Maar het dient om de autoriteit van rechterlijke gewijsden tegen iedere prijs overeind te houden.   Overheden moeten elkaar niet tegenspreken. Dat hield de absolute staatssoevereiniteit sedert 1850 echt wel in.

Zoals we ook zien bij de spaarzame gevallen dat Continentale rechters bereid zijn zich te buigen over zaken die zouden moeten leiden tot revisie ten nadele van een onherroepelijk vrijgesprokene of buitenvervolginggestelde, reeds omdat het ne-bis-in-idem beginsel toch inhoudt dat ook de verdachte die de Justitie belazerd heeft recht heeft om in het algemeen verschoond te blijven van een tweede vervolging in een eerder al afgedaan feitencomplex, dat niet heeft geleid tot effectieve bestraffing, op basis van dwang, dwaling of bedrog zijdens de vervolgde. Ik vind die duiding van dat ne-bis-in-idembeginsel volkomen misplaatst. Maar ze is in de nationale strafvorderingssystemen van de West-Europese gaandeweg ingeslepen en muurvast verankerd. Ik denk niet dat deze staten dat op korte termijn gaan veranderen. En ik denk ook dat de elite in Engeland dat beslist niet wil, vooral omdat zij dan zelf bepaald ook iets te duchten zou hebben. Denk eens aan de nog boven de markt hangende ontzagwekkende Epsteinfiles. Keir heeft zijn nazaten met aardig wat opgezadeld. Geen premier die dat nog op korte termijn in het rechte spoor weet te rangeren. De Rule of Law is zwaar beschadigd. In West-Europa. Want ook op Het Continent heeft de politie echt wel instructie gekregen om bij rassendiscriminatie maar weg te kijken. Hoe zwaar de verdenking ook was. Dat komt echt straks ook in Nederland wel uit. Duren zal het wel. Want rechters zullen hun ne-bis-in-idem-rechtspraak niet gaan loochenen. Dat zou, zullen ze zeggen, de rechtsstaat zwaar ondermijnen.