De Engelse koningen bleven, er zat niet veel anders op, de Benedictijnen en de daaraan verwante congregaties gebruiken als leveranciers van uitmuntende, sobere, meestal onomkoopbare ambtenaren die hun uitdijend rijk administreerden en de belastingen vaststelden, de heffingen oplegden, de volksgezondheid bezorgden, de infrastructuur aanstuurden en de waterstaat op peil hielden. Daarvoor vingen die geestelijken provisies, want vooral de gerechtelijke ambten en aanstellingen werden aan hen verpacht, waarbij ze de boetes, de opbrengsten van verbeurdverklaringen, inbeslagnemingen, gijzelsommen inden, belegden en provisies afhielden, steeds gelegitimeerd door hun indrukwekkende kledingstukken, die ik al beschreef en die afgekeken waren van de Romeinse ambtenaren die hen voorafgegaan waren. Dat was echt belangrijk, die uitmonstering, ze imponeerde en ze werd ook gekoesterd als herkenningsteken dat de bediening wel naar behoren werd uitgeoefend. Want geestelijken waren dienaren van de voorzienigheid die niet met zich sollen liet. Niettemin bleef hun positie sedert de vazalliteit van de Koning van Engeland aan de Heilige Stoel toch wezensvreemd aan de tradities van Engeland, want de Paus zat toch maar helemaal over de Alpen en scheen er dubbele agenda’s op na te houden die niet direct steeds in het voordeel van de Engelsman placht te zijn. Ze spraken recht in naam van die Koning, de geestelijke rechters en scheidslieden, maar de opbrengsten van hun vonnissen lekten toch maar weg naar dat Rome waar weliswaar belangrijke investeringen werden gedaan, maar ook oorlogen werden gevoerd waaraan de gemiddelde Engelsman helemaal niets had en die hij doorgaans ook niet wilde. De Paus eiste overigens ook gaandeweg overal op Het Continent dat hem vazalliteit werd bewezen door hertogen, koningen, vorsten en andere soevereinen en dat iedere ambtelijke aanstelling in een staatsapparaat door hem goedgekeurd moest worden op provisiebasis. Dat zorgde er alweer voor dat belastingrevenuen wegvloeiden naar Rome dat steeds vaker strijd bleek te voeren tegen de steeds sterker oprukkende Ottomanen, de heersers in het Rijk van de Islam. De ultieme heidenen. Strijd, waar Engeland eigenlijk niet echt voor te porren was.

Strijd echter, die de Benedictijner ambtenaren echter aanprezen als een rechtvaardige, door God gewilde, oorlog terwijl de Koning van Engeland er niet alleen niet echt erbij won, maar soms zelfs erdoor gehinderd werd bij zijn annexatiepolitiek die hij via geografische verkenningstochten wilde bedrijven. Daar kwamen steeds meer spanningen van, die tot ontlading kwamen onder Hendrik VIII Tudor. Hendrik kon maar geen wettige zoon telen. En zonder zo’n zoon stierf zijn dynastie uit. Hij wilde steeds na de zoveelste vaak onwettige dochter dat de Paus zijn huwelijk nietig verklaarde om het nóg eens bij aan andere vrouw te proberen, maar de Paus wilde daaraan niet meewerken. Daar kwam een kerkscheuring van. Dat was een belangrijke gebeurtenis in zijn regeringsperiode. De afscheiding van de Kerk van Engeland (Church of England, Anglicaanse Kerk) van Rome in 1534, waarbij Thomas Cromwell en Thomas Cranmer (aartsbisschop van Canterbury) een voorname rol speelden. Ook hier waren persoonlijke motieven in het spel. Hendrik was in leerstellig opzicht tegen de protestantse Reformatie. Voor een publicatie van zijn hand waarin Maarten Luther bestreden werd, had hij van paus Leo X de titel Fidei Defensor (Verdediger van het Geloof) gekregen. Hij was eigenlijk katholieker dan katholiek. Katholieker dan de Paus. En toch zwoer hij Rome af. Dat is nog de positie van de Britse kroon. Probeer maar niet het te begrijpen. Dat deden de Benedictijnen evenmin.
Hendrik VIII zei uiteindelijk de vazalliteit die Jan Zonder Land was aangegaan met Rome zonder omwegen op. En naastte alle kerkelijke bezittingen in Engeland. Dat was lucratief, bijzonder, maar bracht zijn geestelijke ambtenaren behoorlijk in de loyaliteitsproblemen, vooral de gerechtelijke. Met wie gingen die nu in dit conflict uiteindelijk mee? Uiteraard met de soeverein die het dichtst bij hen zat en een behoorlijke militaire doorzettingsmacht bezat. De Engelse Koning dus. Die nam ze dus in zijn dienst, maar helemaal helder was hun rechtspositie uiteindelijk nu niet meer, want ze bleven toch ook lid van hun kloosterordes. Daarover eiste die Koning weliswaar de wereldlijke zeggenschap als bestuursapparaat, maar hoever strekte zich dat nu precies? Van rechters werd wel veracht dat ze onafhankelijk schenen en dus de uiterlijke schijn van belangenverstrengeling vermeden. Maar hun dracht alleen al sprak boekdelen van het tegendeel. Helemaal op te lossen was dat voorshands nog niet, dat zou tijd kosten tot aan de Glorievolle Revolutie van 1688.
Toen bezwoer een Hollandse topambtenaar, Willem III van Oranje, dat hij de rechterlijke onafhankelijk zou erkennen en dat hij als Koning evenmin zich bovengeschikt kon opstellen aan de Engelse common law, het gewoonterecht dat zich inmiddels maatschappijbreed had ingevreten. Willem III bezwoer dat alles door samen met zijn vrouw Mary Stuart – de Koningin van Engeland – de voorlezing aan te horen van een lange lijst van grondrechten, staatsburgerschapsrechten en rechtsprincipes. En deze lijst van rechten en privileges, de Bill of Rights, erkende deze Hollandse Koning Billy door te knikken bij iedere volzin. Helemaal begrijpen deed hij ze zeer kennelijk niet, maar van elke knik werd protocol opgemaakt. Een grondwet was het niet direct. Maar de Engelsen deden maar, bij gebrek aan beter, of het wel zo was. Dat deden ze zelfbewust. Dus iedereen trapte erin. De rechters bleven hun rechtsdracht als priesters van de katholieke kerk houden. Maar vervolgden die kerk tegelijkertijd als misdadige organisatie die aanslagen op het Engelse Koningschap voorbereidde. Ook dat was echt niet zo’n glasheldere opstelling. Maar ze zou duren tot op de dag van nu. Omdat die koning hoofd van de Engelse Kerk was en bleef terwijl Rome nooit zelf de vazalliteit had opgezegd van de Koning van Engeland. Daarom begrijpen buitenlanders niet veel van de Engelse constitutie. En de Britten evenmin. Keir Starmer dus ook niet, met zijn verzekering dat de Crown Prosecution Service alle onrecht die inmiddels begaan is door het ongemoeid laten van de grooming gangsters zal herstellen via nieuwe procedures ten tweede male geopend ten nadele van de Pakistaanse verdachten.
