Als je zo langdurig in Verweggistan verblijft krijg je het bestendig gevoel van volkomen afstandelijkheid jegens het thuisfront, de beruchte “sense of detachement” die diplomaten zo teistert bij langdurige afwezigheid buiten de zendstaat. De berichten over de allesverwoestende werking van de door Sorgdrager in gang gezette totale reorganisatie bereikten mij wel, ik kon mij er alles bij voorstellen, maar echt raken deed het mij nu ook weer niet. Ze bekeken het maar in Den Haag. Dat werd mijn leus. En dat veranderde niet. Ook niet toen KMPG aankwam met de gedachte dat centrale managers om de vier, vijf, dienstjaren dienden te circuleren over de totale rijksdienst zodat ze zich niet zouden kunnen ingraven in een veelzijdig grondig specialisme in de materie die ze geacht werden aan te sturen, te geleiden en naar doeltreffende eindtermen te geleiden. De Algemene Bestuursdienst werd nu geboren met managers, voorzien van autonome budgetten en doorslaggevende bevoegdheden zonder ook maar iets te weten van wát ze beoogden te reguleren. Het sierde een manager als hij zuiver en alleen zich beperkte tot bureaucratische procesbewaking en procesbegeleiding naar abstracte modellen over omloopsnelheden van beslisnota’s en de uiterlijke inrichting daarvan naar gevraagde beslissingsmomenten op targets, uitwaaiering van congruente implementatietrajecten, terugkoppeling naar en van het veld, tussentijdse sonderingen met anti-cyclische schakelingen, stroomlijning van de velden die daarbij hoorden en interim-herijkingen naar de kwaliteitsmaatstaven van de opdrachtgevende klanten.

Dat was de taal van de manager van een lampenfabriek en de opstelling van een transporteur in grof stortgoed die te maken had met voorzienbare marktfluctuaties gelet op de verhouding tussen vraag en aanbod van stoffelijke halffabricaten. Die taal was natuurlijk bij uitstek geschikt voor het apparaat gericht op de publieke rechtshandhaving met de bijbehorende rechtspleging gesteld op plastische schuldconfrontatie van de stakeholders. Zulke nota’s zag ik dan ook bij de vleet langsfietsen zonder dat de Baron en ik er ene moer van begrepen. Ik maalde er niet om. Ik zat nu in het bruisend New York met zijn waanzinnig makende zomerse vochtigheidsgraden en zijn armzalige kerstmannen die al ik oktober in de Vijftigste Straat zag, omdat ze begonnen te huizen in hun kartonnen huizen met de plastic rendieren. De Baron meende dat Justitie zo niet echt geleid kon worden en adstrueerde dat via treffende voorbeelden, want het hart had hij op de rechte plaats. Wat hij ook had was een agressieve hersentumor die nog niet gedetecteerd was. Dat verklaarde dan ook veel van de deerlijke uitvalsmomenten die deze blazendrager erop na begon te houden en die ik natuurlijk weer weet aan de onvermijdelijke mid life crises die een man van standing geacht wordt te ontwikkelen als hij jonge mooie meiden voorbij ziet komen in opwaaiende zomerjurkjes, ook wanneer die kerstmannen zich kreunen vestigen in hun dozen, maar weet dat die meiden echt niet meer erotisch in hem geïnteresseerd zijn. het ging met de Baron steeds beroerder en toen het onherroepelijk te laat was werd de tumor vastgesteld.
En ook daarover bereikten mij meerdere alarmkreten. Want velen realiseerden zich inmiddels dat ze nu zo’n gestandaardiseerde procesbewakende procesbewaker hadden gekregen als Directeur wetgeving en dat dus barre tijden aanbraken, omdat de man echt alleen maar vol vervoering kon spreken over zijn marokkijne draagtas, koket bevestigd aan de rugzijde van de draagriemstellen die een opperofficier van Het Wapen van de Koninklijke Prinsemarij mag dragen bij grote gelegenheden, zulks met Nassau-Blauwe aanhechtingen aan het vangkoord rechts. Het recentste begrotingsdebat in de avonduren naar aanleiding van de Algemene Beschouwingen had deze directeur gebruikt om dat riemstel toe te lichten en ook van de bijpassende reinigingsmiddelen de chemische substantie nauwkeurig te bespreken ten overstaan van met gebogen hoofden toeluisterende raadsadviseurs die moeizaam de etensresten bijeen schraapten op hun porseleinen bordjes met het Rijkswapen, dat weer gevoerd mocht worden ten departemente. De oude tijden waren definitief vergleden, dat voelden zij wel aan. Justitie reikte nu relatiegeschenken uit met dat symbool in feestverpakking, net als die lampenfabriek in het zuiden des lands ook op deze soort giften een eigen logo dat onherkenbaar was voor iedereen deed stansen. Deze fabriek bleek, net als de Baron, ten dode opgeschreven en werd versneld aan het eind gebracht in operatie Centurion door de beruchte heer Timmer, die later ook betuigde daar erg veel spijt van te hebben gekregen.
