Geeft acht! Nassau Oranje!

Zo kwam ik er met enige aanmerkelijke vertraging achter dat steeds meer leiding gevenden bij Justitie geen benul hadden waaraan ze leiding gaven en dat ook nog eens heel erg goed van zichzelf vonden. Ze droegen het uit als een gunstige verworvenheid en als karakteristiek voor de echte leider die daardoor ten hoogste flexibel werd, tot in het absurde toe. Hoe absurd, dat ging ik nog ervaren. Maar dat wist ik nog steeds niet. Geen vermoeden zelfs. Ik ervoer het niettemin toch, toen ik kortstondig terugkeerde naar de gang met wetgevertjes in Den Haag waar grootse dingen zich ontwikkelden, al wist ik inderdaad alweer niet hoe groots. Ik kwam terug om terug te koppelen wat ik in New York allemaal deed, reeds omdat een collega had gerapporteerd dat ik niet terugkoppelde naar behoren. Het ging hier om een kettingrokende collega wier onbeschofte en van iedere burgerlijke beleefdheid ontdane gedrag inmiddels spreekwoordelijk was geworden in het internationale circuit waaraan zij helaas ook deelnam, vooral als voorzitster van klankbordgroepen en reflectiekamers die dwarsverbanden plachten te slaan die geducht hinderden bij de ontwikkeling van nieuw beleid voor de Nederlandse verdragspositionering. Ze rookte toen nog erg veel sjek. Want dat mocht nog. De weduwe van Nelle dus in de zwaarste variant die ook polderwerkers naar adem deed snakken. Je kon beter buiten haar kamer blijven. Deed je dat niet, dan was je binnen enkele stonden volledig geïmpregneerd van de kwalijke sigarettendampen. Ik moest mijn kostuums dan echt wel naar de stomerij brengen. Ze stelde vast dat ze niets wist van het ICC. En dat het dus niet anders kon of ze werd opzettelijk overal buiten gehouden. Stukken las ze nooit goed, dat scheelde ook aanmerkelijk. Ze zat doorgaans te bellen met iedereen overal ter wereld. Vrij luidruchtig met een geluid als een gebarsten scheepstoeter. Dit was het nieuwe type geëmancipeerde vrouw die van wanten wist waarop het veel en veel te viriele departement zat te wachten, giste ik, vooral omdat ze ook nog een adept bleek van de onvermijdelijke Demmink die vooral buitengaats opereerde. Die had in deze interimtijden vooral spionnen nodig. Die natuurlijk niet opvielen. De spreekwoordelijke vlieg op de muur. Die met de grote facetogen alles waarnam en ondervond voor de grote chef die ik dus maar als de enigmatische “C” zal aanduiden. Zoals bij James Bond. Ook een vent, die Bond, waar ik het vast niet mee zou kunnen vinden.

Ik zag een grote kolbak hangen met witte pluim aan de kastruimten die iedere kamer bezat bij meerdere traveëen. En een soort merkwaardig slagijzer hing er ook. Een waarlijk zijdgeweer. Iets wat ik bij Justitie nog niet eerder had waargenomen als wanddecoratie. Een coördinerend raadsadviseur deelde mij schamper mede dat ik keek naar de uiterlijke significa van de nieuwste machthebber die de wetgevingsmachine draaiende zou houden. En dat deze aanstonds zich den volke zou tonen in een soort paradepas. Omdat hij was ontboden om met zijn militaire parafernalia in de uitgebreidste editie van dien een staatsgebeurtenis luister bij te zetten, dat het dreunen zou. En dat ik dan eerbiedig ruimte zou moeten maken, wilde ik gezond blijven. En dat het evenmin geraden was op deze momenten niet in te stemmen met Oranjezangen gestemd op Valerius Gedenckklanck. En dat het Wilhelmus 15 coupletten kende die ik eigenlijk uit het hoofd zou moeten kunnen aanheffen per pericoop. Want de Heer had grote dingen bij ons gedaan, Eben Haëzer, dat ware niet te vergeten. En zo was het ook. Ik zat weliswaar op mijn kamer, deur dicht, maar hoorde toch staccato marcheren en commando’s kefferig klinken. En dat iedereen behoorde te weten hoe Nassau Blauw eruit zag en waarom. Op straffe van ontslag. De directiestaf was onmiskenbaar aangetreden voor de Heer Directeur die ook nog eens Kolonel was bij Het Wapen. Het was niet verkieselijk dan nog te vragen welk wapen men op het oog had. Deze directeur deed dat ook buiten de deur doeltreffend uitkomen, reigerachtig gezeten op een glimmende dienstfiets, die hij wijselijk niet besteeg bij Gala-aangelegenheden.  Dat zou toch met die kolbak wat opzien baren. Niet echt parmantig, omdat hij met het voorhoofd over het stuur bleef hangen, maar ook daar diende men niets van te zeggen. Het zou later op you-tube filmpjes wel blijken dat deze persoon in zijn hoogheid niet onbemerkt aan het verkeer deelnam, achtervolgd door personen die hem niet geheel welgezind waren en bleven zie.https://www.youtube.com/watch?v=EH26t3nD1mA