Het EVRM-Hof heeft vanaf het begin af aan ingezien dat als het een eigenstandige jurisdictiekring wilde opeisen voor zijn werk: het handhaven van de waarborgnormen die weer ten grondslag liggen aan alle grondrechten die het Europese Mensenrechtenverdrag spijkerhard wilde verankeren — oorspronkelijk vooral: in de gespannen verhouding russen het Oostblok destijds, neerhurkend oostelijk achter het IJzeren Gordijn. en West Europa — het de beschikking zou moeten hebben over een aanknopingspunt voor die rechtsmacht dat niet te manipuleren zou zijn door de aangesloten staten, omdat het exogeen bestaat buiten ieder nationaal rechtssysteem. En dat aanknopingspunt zocht het dus in de georgrafische territorialiteit die het als rechtvaardigingsgrond voor zijn rechtsmacht verabsoluteerde. Dat punt immers was geografisch in vierkante kilometers en soms zelf hectaren uitgeplust en was in kaarten vastgelegd die al sedert de bijeenkomst in Jalta onder de geallieerden hadden gefunctioneed als bijlage voor komende vredesregelingen. Die er nooit kwamen. Door toeleg van Het Westen. Stalin eiste de repariëring van alle vluchtelingen die ooit herkomstig waren geweest uit de Sowjet-Unie en die vanaf juni 1940 constant waren opgetrokken westwaarts vóór de eerst oostwaarts oprukkende legerscharen van Hitler uit en vervolgens westwaarts, precies weer in omgekeerde richting, vóór de veelvolkerentroepen van Vadertje Stalin zelf, waaronder vooral Georgiers, Ukraïners, Belarussen, Armeniërs, Mongolen, Hongaren, Magyaren, Roemeniërs, Italianen en natuurlijk de Slavische Russen zelf. Deze vluchtelingenmassa, letterlijk: een massa damnata, zouden moeten worden teruggevoerd in de territoriale rechtsmacht van Stalin. Om te boeten, omdat ze zich hadden overgegeven, gecollaboreerd met en in Einsatztruppen van Himmler, zelfs in dienst waren getreden van de Wehrmacht in speciale legioenen. Stalin zou ze in de goelags opbergen en laten werken totdat ze er dood bij neervielen of ze onmiddellljk laten fusilleren. Zie de Blogs: https://gerardstrijards.nl/de-geopolitiek-van-de-koude-oorlog/

Premier Clement Attlee, voor het UK, Harry Truman US-president en Joseph Stalin voor USSR te Potsdam 1945
Dat had hij in Jalta in 1945 niet onder stoelen of banken gestoken en ook dat dat voor hem een principële zaak was. In Potsdam zouden alleen nog uitvoeringsarrangementen worden bedisseld in hoofdlijnen. De toedelingen van invloedssferen van Jalta zouden niet meer veranderd worden. Dus werkte ook Nederland eraan mee. De Nederlanders brachten via Odessa de Georgiërs van het Waddeneiland Tessel in massatransporten overzee naar Moedertje Rusland ter heropvoeding, zoals ze zich aanvankelijk wijsmaakten. Deze massa damnata was de doelgroep die de bescherming behoorde te krijgen waartoe het EVRM strekte. Ik zette dat eerder uiteen. De nationaliteit van deze ontheemden was vaak niet rechtsgeldig vast te stellen en ook hun politieke achtergonden niet. Nederland kon het ook niet aan. Hun getal was te groot. En dus werden goederenwagons vol gedeporteerd over Antwerpen naar de Odessaroute via het centrale aannamepunt: De Verboden Stad te Eindhoven. Ik verwijs naar het desbetreffende boekje dat ik daarover schreef. Zie: https://gerardstrijards.nl/de-verboden-stad/ Deze terugdrijvingen bleven gaande, Koude Oorlog of niet, door heel West Europa heen. Ook in 1950 en nadien. Afspraak was nu eenmaal afspraak, ook als het ging om Stalin en zijn politbureau en de nomenklatura van dien. Vandaar de beklemtoning van het EVRM-Hof van het primaat van het territorialiteitsbeginsel dat daarmee een absoluut rechtsnormatief principe werd voor het individu. Met het personaliteitsbeginsel was in deze chaos van volksverplaatsingen echt niets te beginnen. Het absolute territorialiteitsprincipe moest hier de sluitsteen zijn voor de rechtsbescherming. En dat hield dus ook hetzelfde in voor het principe dat artikel 2 van het Algemeen Deel van het Wetboek van Strafrecht inleidde ter bepaling van de rechtsmacht. Hier dient systematisch geïnterpreteerd te worden tenzij de rechtsgeschierdenis van de waarborg anders luidt.
Het EVRM-Hof kon ook bezwaarlijk anders, want in Westelijk Europa stond nog lang niet vast waar Duitsland zou komen te liggen en of het een neutrale staat zou gaan worden met de geallieerden in hun totaliteit als garanten, zoals Stalin, consequent als altijd, wilde en Molotow steeds ter vredesconferenties liet aanzeggen aan dat Westen. Een staat als Nederland, ziende dat Duitsland voorlopig geen adequate schadeloosstellingen kon opbrengen en leveren ter delging van de waanzinnige oorlogsschades die de Duitse bezettingstroepen tot het bittere einde in de Randstad waren blijven aanbrengen vooral op de havens, in de installaties en de waterkeringskunstwerken — Rotterdam kon de vaart op de Nieuwe Waterweg pas weer voluit doen herleven in 1956 — eiste ook verregaande annexaties. En andere staten eveneens. Zoals het nieuwe Polen dat met zijn ligging westwaarts nog lang niet te vreden was en veel te klagen had over de ontoeschietelijkheid van Whitehall om daarvoor oor te hebben. Het EVRM-Hof wees daarom ook allerlei gegoochel met (transitionele) enclaves, exclaves, exterritorialiteiten steeds weer af. Datgene wat in Jalta 1945 was verklaard te behoren tot de westerse geopolitieke invloedssferen en in geauthentiseerde kaarten in meters was vastgeled, bijlagen bij de uitvoeringsrrangementen van Jalta, gold ook als grondslag voor de jurisdictieomvang in ruimtelijke zin van het Hof en dus van de ruimtelijke heerschappij van het EVRM als regionaal verdrag. Het gold hier een autonome begripsbepaling van de rechtsmacht. Waaraan de nationale wetgever ook niets meer te verhampelen had. En zo is het voorlopig nog steeds.
