Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is een internationaal verdrag uit 1950 waarin de fundamentele rechten en vrijheden voor alle inwoners van aangesloten landen zijn vastgelegd, met als kernpunten het recht op een eerlijk proces, het verbod op foltering, en de bescherming van het privéleven. Het is een typisch regionaal verdrag: het omvat de grondgebieden van de staten in Europa die het verdrag goedkeurden of er adhaesie bij zochten. Het verdrag reageert tegen de wantoestanden die de volksverhuizingen teweegbrachten die in de Tweede wereldoorlog plaatshadden en verplicht de lidstaten tot bepaalde inspanningen en resultaatsverbintenissen om de fundamentele waarborgen die aan de gecodificeerde mensenrechten die het opsomt realiteitswaarde te geven. Het stáát er niet expliciet, maar het reageerde tegen de wandaden die de totalitaire staten tijdens die volkerenkrijg begingen en richt zich ook tegen Rusland dat zich weinig aantrok van deze humanitaire basiswaarden van de rechtstaat. De redactie is typisch Angelsaksich. En dat is geen wonder gegeven het feit dat het verdrag voortborduurt op het Atlantisch Handvest dat Churchill en Rooseveldt opstelden in 1941. Belangrijke Kenmerken: Oprichting: Ondertekend op 4 november 1950 in Rome door de Raad van Europa, en in werking getreden op 3 september 1953. Het is dus een verdrag met ruimtelijke beperkingen naar grondgebieden en dat tekent ook de redactiewijze van de garanties, die de plichten verwoorden die de staten “within their jurisdiction” hebben aanvaard en nationaal moeten verwezenlijken aan de personen die zich binnen die gebieden bevinden. Toezicht: Naleving wordt gecontroleerd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg. Bindende kracht: Lidstaten, waaronder Nederland, zijn verplicht de rechten te respecteren en burgers kunnen naar de rechter stappen.

Het Hof heeft al bijna meteen in een hele reeks van beslissingen aangenomen dat de term “jurisdictie” ruimtelijk en wel territoriaal moet worden verstaan, en dat lag voor de hand bij redacteuren die het primaat van het territorialiteitsbeginsel als axiomatisch aanvaardden. Daarom heeft het Hof beslist dat de lidstaten nimmer zich aan hun garantieve plichten kunnen onttrekken door exclaves, enclaves, exterritorialiteiten, immuniteiten en exempties te scheppen binnen hun respectieve territoirs, niet bij wet en evemmin bij verdragen, ook al zouden die multilateraal wereldomspannend zijn. In deze zin gaf de Straatsburgse rechter dus een absolute duiding aan de waarborgende, positieve uitwerking van het territorialiteitsbeginsel waarvan de lidstaten zondermeer en zonder reserves uit moesten gaan. Interpretatieve verklaringen die deze lidstaten mochten hebben opgesteld bij het depot van ratificatie verklaarde dat Hof dan ook van nul en generlei waarde en mochten niet gebezigd worden als instrumenten bij de uitleg van de historische bedoelingen van de verdragsopstellers. Dat kon het gastland van de inmiddels achttien rechtsmachtvaardige straftribunalen en strafhoven, residerend in Nederland dus in zijn zak steken! Want in de diverse zetelarrangementen had dat gastland nu juist dergelijk exclaves, immuniteiten en exepties bij de vleet geïntroduceerd in de verhouding met het betrokken tribunaal en met het Permanente Hof in de duinen. Juist om daarmee de verantwoordelijkheid te kunnen ontlopen jegens de vervolgden, de slachtoffers, de experts, getuigen en belanghebbenden die binnen hun respectieve jurisdictiekringen zouden komen te vallen, waarbij men vooral dacht aan de penitentiaire ruimtes en terreinen die aan deze rechters of rechterlijke instanties waren ter beschikking gesteld door het gastland. Dat gastland bediende zich zelfs, heel creatief, van een keur aan exclaves, enclaves en immuniteiten om elke aansprakelijkheid af te kunnen wijzen voor de verschillende werkwijzen bij procesvoering, de duur daarvan, de kwaliteit van de ter beschikking gestelde zorgvoorzieningen en stoffelijke voorliggende facilitaties, de manier van transporteren van de evengenoemde personen, het toezicht en de effectieve ordehandhaving zomede de forensische dienstverrichtingen.
Bij het Joegoslavië-tribunaal kende men de transportbusjes waarmee arrestanten werden aan en afgevoerd de status toe van mobiele enclave, de penitentaire ruimtes in de aan de Verenigde Naties ter beschikking gestelde cellengangen en luchtplaatsen, sportaccommodaties en safehouses werden verheven tot exclaves ten opzichte van het Nederlandse recht en hetzelfde geschiedde voor de luchtvaartuigen die voorts ingezet werden, ook al waren ze van private eigenaars die ze daartoe verhuurden. Bij de overbrenging van de drie beschuldigden op Derde Paasdag van 1998 ten behoeve van het Schotse Tribunaal zetelend in Kamp van Zeist nam het aantal ficties van exclaves zelfs bijzonder verontrustende omvang en toepasselijkheidsvoorwaarden aan, toen bleek dat mobiele containers ingezet werden die tijdelijk konden gebezigd worden als noodhospitalen, mocht de nood aan de man komen en ook de voertuigen van commerciële cateringsdiensten en nutsinstellingen zoals de brandweer, werden aldus geruststellend met vergaande ficties afgezegend en buiten de territoriale rechtssfeer gebracht. In de toelichtingen op de desbetreffende agreements werd uitgegaan van deze ficties die inderdaad niet zonder spitsvondigheid samengesteld waren, maar die iedere juridische en feitelijke grondslag misten. Je kunt in dit licht zeggen dat de jurisprudentie van het Straatsburgse Hof direct doorwerkte in de zin van artikel 94 van de Grondwet en dat de beschuldigden, die hierdoor buiten de territoriale rechtsorden schenen te worden gesteld, zich daar individueel op hadden kunnen beroepen. En ook dat de relativering van het territorialiteitsbeginsel ex artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht niet te rijmen is met de door het EVRM voorgeschreven verabsolutering van het primaat van het territorialiteitsbeginsel ingevolge het EVRM. Het wachten is nu op een zaak waarin deze argumentatie wordt gevoerd en bij de rechter opgeld doet. Gaat het hier om “Etikettenschwindel” door de Nederlandse Rijksoverheid? En mag de rechter daarin meegaan? En zo niet, welke conseqenties heeft dat dan?
