Regenten en regentessen (van het Latijn regere: besturen, regeren) zijn in de geschiedenis van de Nederlanden de bestuurders van steden, gewesten en organisaties in de 17e eeuw en de 18e eeuw. De macht was toen in handen van enkele families die elkaar, al naargelang hun eigen machtspositie, de bal toespeelden. De burgemeesters van Amsterdam bijvoorbeeld, werden door de regenten benoemd, maar ook de afgevaardigden van de provincies naar de Staten-Generaal, Gedeputeerde Staten genaamd, die de Verenigde Provincies bestuurden, waren afkomstig uit een klein aantal families. Ik ging al uitvoerig in op deze Hollandse verdelingen van machtsposities die schriftelijk nog vastgelegd worden ook. In achterkamertjes. Overeenkomsten ter distributie van de fijnere baantjes. De beruchte contracten van correspondentie. De ruggengraat van de Republiek van de Zeeven Vereenigde Provintiën. Deze illegale verbindingsschakelingen zijn te wijten aan de interventies van Johan de Wittt, eigenlijk, veelmeer dan Johan van Oldenbarneveldt, de grondlegger van de structuren van Nederland als natiestaat.

Het is vooral door buitenlanders met grote verbazing vastgesteld, omdat De Witt het legde in naam van de democratie, “De Waare Vrijheid”, zoals deze politicus het stelde, die bijna iedere staatsburger buitensloot en alleen aan een oligarchie de teugels gunde. Het stelsel werd bestreden, zeker, maar ontwikkelde zich als een teratogene, monstervormende ziekte tersluiks en ter dege tussen 1652 en 1713. En het bleef het staatslichaam verzieken vanaf 1813, het moment dat de Soeverein Vorst te Scheveningen aanlandde om zijn misprezen rijk tot aanzijn te brengen ter veiligstelling van de bancaire belangen van de Londense city. Thorbecke zag het goed. Maar werd tijdig gewipt in 1853. Nog voordat hij de bestrijding van dit verdoemelijke systeem kon ter hand nemen, net als zijn voorganger Simon Slingerlandt, ook als Thorbecke herkomstig uit de lagere neringdoende middenstand die zich nipt kon handhaven boven de deiningen van het plebs. De regeringskringen bleven voorbehouden aan de spaarzame families en hun onderhorigen en kon steeds, nog monsterachtiger, het staatsapparaat kundig ondermijnen. De zwakte en schande van ons land. Dordrecht en Amsterdam. De Witt zelf, de Van Slinge(r)landts, de Van Beverens, Vivien, De Pauw. De onnoembare onbekenden van toen en nu. Het volk vermocht niets. Al raasde het soms. Dat is onze Vaderlandse geschiedenis, bekwaam gestyleerd tot hoger ideaal door iemand als Robert Fruin. De eerste prof die deze geschiedenis als leeropdracht uitnutte.
Zo wordt men moeiteloos en automatisch vice-voorzitter van de Raad van State, Commissaris van de Koning, Burgemeester van Utrecht of regeringscommissaris, als men maar nergens verstand van heeft. De enige eis die geldt is dat men dit lucratieve maar ook staatkundig erbarmelijke spel gaaf en onvoorwaardelijk meespeelt: er geldt een omerta die de Maffia uit Zuid Italië zo kenschetst. . Iedere groep, ieder kartel of iedere kongsi een evenredige portie in de gouden banen zonder dat er ook maar gekeken wordt naar competentie. https://gerardstrijards.nl/contracten-van-correspondentie/ Ik constateerde steeds dat dat ook het verdeelmechanisme is waarnaar de zelfbenoemde politieke élite zichzelf verzekerd weet van een gouden toekomst met het Zwitserlevengevoel. Waardoor de maatschappelijke innovaties volkomen onmogelijk worden en voortgezwoegd wordt in een oud gareel met een vermolmde dissel naar een voor ieder zichtbare afgrond.
