De vervolging van Khan en het territorialiteitsbeginsel

Khan is dus ontslagen, teneinde het prestige in de morele integriteit van ICC te sauveren, voorzover dat nog mogelijk lijkt. Want ICC heeft door deze langdurige affaire een behoorlijke opdonder gehad. Misschien onherstelbaar. Dat ontslag is niet zozeer een tuchtmaatregel. Het is een politieke reactie van de ICC-familie, de staten die de rechtsmacht van ICC hebben willen aanvaarden op basis van het Statuut van Rome. Het is een reactie ter schadebeperking, damagecontrol. Maar indien de feitelijkheden die aanleiding gaven tot het onderzoek naar die feitelijkheden en hun wederrechtelijkheidsgelate aannemelijk zijn en blijven, kan het daarbij echt niet blijven. Maar dan is het gastland toch echt aan zet. Op basis van het territorialiteitsbeginsel en de positieve en negatieve uitwerkingen ervan die hiervoren historisch verklaard werden en gerechtvaardigd, in combinatie met de absolute geografische omlijning ervan door het EVRM. Dat gastland zal, nu buiten het zetelarrangement met de uitvoeringsregelingen die bedoeld zijn in artikel 3 van het Statuut op basis van de plaatsbepaaldheid van de gedragingen van Khan die deze feitelijkheden teweegbrachten, op basis van artikel 2 van het Algemeen Deel van het Wetboek van Strafrecht in actie moeten komen. En het zal daartoe stellig rechtshulp moeten aanvragen bij diverste staten. Al was het alleen maar om Khan daartoe uitgeleverd te krijgen. Opvallend is echter dat nog steeds de slachtoffers geen aangiften hebben willen doen voorzover op dit moment bekend. Ze geven wel interviews in het buitenland en soms werken ze mee aan reportages dienaangaande. Khan heeft steeds ontkend en zal zeker niet aan het opsporingsonderzoek meewerken. Want hij heeft al meteen aangegeven dat hij sommige vertegenwoordigers van dat gastland vooringenomen acht. En dat heeft hij al onderbouwd. Competent zal de  hoofdofficier van het arrondissement zijn waar deze feitelijkheden begaan werden. Vermoedelijk toch Den Haag.

Maar die Hoofdofficier zal daar weinig zin in hebben, omdat hij terecht komt in een warboel van politieke gevoeligheden en vooronderstelde complotten. Hij zal gepolitiseerd worden voor het forum van de Verenigde Naties. En hij zal de deur van de mininister van Justitite bijgevolg moeten platlopen. Die zit daar ook niet op te wachten. Er is nog geen enkel instrument voorhanden dat de jurisdictionele relatie tussen ICC enerzijds en het gastland anderzijds enigszins regelt voor dit merkwaardig geval. Kan het gastland nu afzien, uit opportuniteitsoverwegingen. van een dergelijke vervolging? Is er wellicht een andere staat die een prioritair recht heeft om jurisdictie uit te oefenen?  Wellicht is dat de staat wiens nationaliteit de slachtoffers bezitten: er zijn immers meerdere klachten of aangiften in omloop. Dan zou dat een toepassing worden van het onbeperkte passieve personaliteitsbeginsel.  Dat principe wordt in het algemeen als rechtvaardigingsgrond voor extraterritoriale rechtsmachtuitoefening verworpen. Het is een uitgesproken zwak aanknopingspunt voor een ruimtelijke claim op vreemd grondgebied. En de passieve personaliteitsstaat zou een dergelijke claim ten allen tijde uitbrengen ten laste van het gastland als territorialiteitsstaat. Want dáár zijn de genoemde feitelijkheden geografisch begaan, bijna conform alle verklaringen.

Dat ze plaatsvonden binnen de terreinen van ICC is te dezen irrelevant. Want weilswaar zijn deze terreinen onttrokken aan de rechtsmacht van het gastland. Maar alleen als zulks functioneel noodzakelijk is voor de uitoefening van de rechtsmacht ingevolge de artikelen 5 en 70 van het Statuut: humanitaire misdrijven en misdrijven gericht tegen de administratie van de justitie die ICC uitdrukkelijk opgedragen is. Deze seksuele misdrijven gericht tegen welbepaalde individuen vallen daar niet onder. Met geen mogelijkheid. Verder is hier ook het complementariteitsbeginsel niet van toepassing. Het principe dat ICC alleen rechtsmacht heeft als geen nationale jurisdictie bereid is tot effectief ingrijpen en dat ook adequaat kan doorzetten. En dat is het gastland, dat daartoe waarachtig in ieder opzicht toe geëquipeerd is en van alle ICC-staten de minste bewijsproblemen zal ervaren. Het zal Khan verder, als hij niet wil verschijnen en geen arrestatiebevel kan worden uitgevoerd, bij verstek kunnen berechten. Het is navrant om te bedenken hoezeer juist het gastland vanaf 1993 in de PrepCom van het ICC met Frankrijk tot het bittere einde in 1998 de rechtmatigheid, verdragsmatigheid en efficiëntie van verstekprocedures gloedvol verdedigd heeft, tot hoon van Aziaten en Angelsaksen. Het zal zich node herinneren hoezeer het de verstekprocedure aanbeval met klem van precedenten die volkerenrechtelijk aanvaard zijn als bijzondere bewijsretentieprocedure ter veiligstelling van alle voorhanden bewijsmateriaal ten laste van de verdachte. Het deed daarop zelfs nog een beroep bij de rechtvaardiging van de MH-17-procedure in Nederland  die juist die retentie ten doel had, daar zeker was, dat de beschuldigden niet zouden verschijnen, al waren ze traceerbaar. Het kan verkeren in het supranationale strafrecht.