Tilburgse intriges I

De professor vakgroepvoorzitter W. Nieboer had het uiteraard in het Tilburgse waar alles moest kunnen en niets verboden was niet makkelijk. Niet op dinsdag. En niet op donderdag. Op die twee dagen kwam hij naar Het Zuiden aanzakken, zijn ondanks, immers: met zeer, zeer grote tegenzin. Ik zat op die dagen op kamer 927 op hem te wachten. Want ik was vakgroepssecretaris. En ik moest de voorzitter bijplussen wat er allemaal in de dagen dat de voorzitter er niet was, was voorgevallen. En dat was heel wat. Want niemand deed, zo kloeg deze voorzitter, wat hij had opgedragen. Daaronder die door mij in eerdere Blogs al geïntroduceerde persoon uit de vakgroep rechtsgeschiedenis die onze vakgroep was komen versterken wegens boventalligheid, aangezien rechtsgeschiedenis eigenlijk bij nader inzien maatschappijbevestigend was. Dat was heel verkeerd, maatschappijbevestiging. Dat kon deze wat oudere jongere uit die vakgroep heel duidelijk uiteenzetten. Hij wilde daarom ook, dat het stafrecht integraal op abolitionistische grondslag werd onderwezen. Waar het heen moest met het strafrecht, dat was maatschappelijke conflictoplossingen voor verstoorde klassenverhoudingen aandragen in sociale kringgesprekken  waarbij schuldverhoudingen plastisch tegen elkaar afgewogen werden door straathoekenwerkers.  Vergelding door opzettelijke leedtoevoeging, dat was, dat wist iedereen die ergens iets van af wist, een distoritie van de sosjale realiteit. Eigenlijk: reejailiteit.

In deze maakbare samenleving was dat systeeemperspectivistisch en dat moest niet. Daarom wenste deze docent alleen op die grondslag in het eerste jaar te doceren. En dat vond Wim Nieboer helemaal niet goed. Dat was immers niet schriftuurlijk gelegimiteerd. Dat was niet terug te voeren op de Bijbelse Openbaring waarin geleerd werd dat de Overheden het Zwaard niet te vergeefs dragen. Kijk het maar na. Zie Romeinen XIII. Daar staat het. Maar die medewerker, die ook via een gezamenlijke strategie bij voorrang universitair hoofddocent wilde worden, vond dat geen soort van argument vooral niet vanuit activistisch perspectief waarin iedereen omgeturnd moest worden in de zin van de Grote Sprong Voorwaarts van Mao, en de meer Bakoenistische gedachten van Che, de destijds zo veelgeroemde en toch onnavolgbareLatijns Amerikaanse verzetsheld en volkshero. En anders toch wel Fidel Castro. U weet wel. U moet ook bedenken dat de Katholieke Hogeschool te Tilburg nu ook Allende-uni heette. De communistische volksleider uit Chili. En die grossierde ook niet in citaten uit de Brieven van Petrus. Daar kon Wim niet goed van terug.

Hij was, zo deelde hij mij meermalen mede, naar Tilburg gekomen omdat ze aan de Rijksuniversteit te Groningen zo verschrikkelijk links waren geworden in de vakgroep  strafrechtswetenschappen onder de bezielende leiding van Theo van Veen, die ook verbonden was als redacteur aan het immers meeslepende socialistische volksperiodiek “Het Vrije Volk”. Van Veen was van mening dat de verdrukte klassen zouden moeten opstappen naar de Dageraad der Volksbevrijding en zich dienden te scharen onder de banieren van Joop den Uyl, de zo charismatische minister-president van het kabinet dat Nederland regeerde van 1972-1977. Omdat de wetten niet helemaal afgestemd waren in deze gezellige moerasdelta op de zekerheid dat de Meeste Mensen Deugen. Hetgeen zo is. In actieperspectivistische maatschappijstructuren. Begrijpt u wel? Wim, die dat niet helemaal begreep, dacht dat hij als christelijk georiënteerde beter bij de katholieken kon gaan schuilen totdat die bui voorbij was. Maar nu bleek hij toch van de regen in de deerlijk gekmakende drup te zijn beland. Daarover gaf Wim mij allerlei inlichtingen. Omdat ik toch een belijdend katholiek bleek. Dat was wel een dwaling mijnerzijds. Maar een verschoonbare. Ik luisterde devoot. Want ik moest op donderdag nadat ik internationaal strafrecht had gegeven in de werkcollege-vorm overblijven tot de avonduren, om dan drie uur slopende avondhoorcolleges te geven aan de tweede kansers die ook in hun nooddruft een titel als meester in de rechten wilden halen. Voornamelijk om in het bestuurscollege te komen van de grotere gefuseerde streekziekenhuizen in De Meijerij. Ik kon dus niet weg, naar huis, naar Eindhoven. En luisterde dus wat er met de katholiek’n  allemaal mis was. Daarin kon ik ook een heel eind met Wim mee gaan. Het waren mooie opbouwende middagen. Zij het soms wat eentonig.