Het werd mij persoonlijk gaandeweg wel duidelijk dat de in safaripakken en vale spijkerkleding geklede luidruchtige manspersonen die de Wet Universitaire Bestuurshervorming kwamen gestalte geven bezig waren een geheel nieuwe religie in te voeren op en via deze plattelandshogeschool. Ze vermoedden weinig geestelijke weerstand bij de bevolking die toch al tot kinderlijke gehoorzaamheid was geconditioneerd, in ootmoedige aanhankelijkheid opziend naar geestelijk gezag. Dat zich bediende van het onbegrijpelijke canonieke Latijn en allerlei daarin welluidend ondergebrachte toverformules zoals het HOCUS POCUS van eerlang, afgeleid van de consecratiewoorden HOC EST ENIM CORPUS en dat soort geweldige ritmische formules. Net zoals de zich reorganiserende christenen begrepen dat, doordat de kleine Romeinse Keizer Caesarulus Romulus door zijn krijgsoversten de laan was uitgestuurd, er nu een kans was om de macht van dat staatshoofdje over te nemen via het primaatschap van Petrus, toevallend aan de bisschop van Rome, die alleen nog maar de gewaden van dat keizertje hoefde over te nemen in confectiemaat in het jaar 476. De minister van onderwijs Veringa had bijna meteen stamelend al hun eisen ingewilligd, van deze bebaarde intellectuelen, die niet eens lang op de poorten van de regeringsfortificatie hadden hoeven te bonzen en al hun HOCUS POCUS was werkelijkheid.

De maakbaarheid van de samenleving, het dogma van de substantiële gelijkheid van ieder mens, de verbeelding aan de macht op alle posten van macht, voor iedereen groen haar en blauwe ogen, vrije sex en vrije abortus en porno op staatskosten bij de stationskiosken, en deze bebaarden aan de knoppen van het nieuwe apparaat op zwaar gesalarieerde posten: het lag inderdaad, hoe was het mogelijk, in het doenbare vlak via de invoering van de Angelsaksische tweefasenstructuur in het wetenschappelijk onderwijs dat iedereen een doctorsgraad garandeerde na ommekomst van vier jaar. Er was even wat tijd voor nodig geweest, maar in de tachtiger jaren van de vorige eeuw kon men met de Frankfurter Schule uitbrullen: Es ist erreicht, es ist ein Freude zu leben! Er moesten nog luttel hobbels genomen en mensen geruimd worden en ook daarvoor was er een volledig geoutillieerd overheidsapparaat beschikbaar. De afdeling personeelszaken van de eermaals Katholieke Hogeschool deed via zijn hoofd, zekere Geerts, weten dat ik ontboden was voor de regeling van mijn afvloeiing en de decaan van de juridische faculteit, de immer in de duisternissen opererende Chris Geppaart die flink bijkluste in de belastingsector liet mij aanzeggen dat ik deze indaging beter niet in de wind kon slaan.
Geerts deed mij ook wel weten dat ik ook maar beter niet naar de kantonrechter kon gaan ook al gold mijn aanstelling als een arbeidscontract omdat de Hogeschool nu eenmaal een Stichting was. Hij deelde minzaam mede dat ik natuurlijk wel begreep dat de decaan met deze kantonrechter al contact had gezocht en dat ze trouwens ook bevriend waren. Maar alsik mij overigens overal bij neerlegde zou hij zeker geduld met mij hebben. Drs Janssen, de ongeschoeide carmeliet van weleer die mijn consulent zou zijn in deze affaire was in geen velden of wegen te bekennen. Maar ik tekende toch maar beroep aan tegen de reeds te mijnen laste genomen oeverloze reeks beschikkingen vanwege deze Brabantse instelling van Wetenschappelijk Onderwijs. Niet om dat door te zetten, dat beroep. Nu Nieboer meteen berust had in de gang van zaken achtte ik mijn kansen minimaal. Maar ik kon nu ook best een soort paria zijn geworden in heel Nederland op mijn eigen niveau van extpertises die ik mij niet voor niets had eigen gemaakt. Ik had al begrepen dat het mij onbekende eindrapport van die geheime onderzoekscommissie in dundrukedities was uitgezet. Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst, staat op de Afsluitdijk bij het monument gewijd aan Cornelis Lely, en dat ik met zeer levendig volk te maken gehad had daar op die Tilburgse faculteit, dat was mij gans duidelijk, denkend aan de parende koppels in het auditorium dat ook veel weg had van de aula ener crematie-inrichting.
