Tilburgse intriges VI

Toen ik bij die vakgroep als wetenschappelijk assistent werd toegelaten, in begin 1978, was er nog wel veel merkbaar van de woelingen en stuwingen uit het revolutiejaar 1968. Waaronder die merkwaardige sexuele vrijgevochtenheid die de mannelijke babyboomers hadden ontplooid en letterlijk ontbloot in de bezettingsperiode waarbij de nieuwe laagbouw werd bezet en de toegangen werden bebarricadeerd. Deze vrijheid hadden ze naar grenzen en strekking uitgeprobeerd op de schaarse vrouwelijke studenten die aanwezig waren maar nog meer op de Tilburgse meisjes uit de middenstandslagen die ze hadden verlokt om uit soldidariteit deel te nemen aan de bezetting gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd. Die meisjes waren daarbij aangemerkt als onbezoldigd publiek proefstation, zij het, dat de mannelijke studenten er toch voor zorgden dat veel van die meisjes werden aangesteld, later, als student-assistenten bij de nieuw opgerichte vakgroepen waarbij die mannen de macht hadden gegrepen. Deze meisjes waren dus eigenlijk ook plichtmatig verondersteld deze mannen zeer ter wille te zijn op het terrein van het sextum, het zesde gebod uit de Dekaloog, die inmiddels afgezworen werd en er er (dus) niet meer toe deed. En dat merkte ik ook wel in die lente van 1978, omdat bijvoorbeeld deze assistentes duchtig bereden plachten te worden door de vakgroepssecretaris die een goed oog had voor vrouwelijk schoon op het gebied van de borstpartijen, de lengte van de benen — die die lente spectauculair waren wegens de minimode en de hotpants — en de bolling der billen.

Deze secretaris was natuurlijk bij D66 en verwachtte een fraaie politieke loopbaan te gaan maken. Ook hij meende stellig dat hij het tot staatssecretaris van Justitie zou schoppen. Hij was van alle markten thuis, sprak naadloos Queens English, troonde als een vorst achter zijn bureau op de negende verdieping en noodde zo’n assistente ook mee naar zijn fraaie bungalow met een inpandige garage waar hij een donkere kamer van had gemaakt, want hij lei zich toe op het maken van naaktfoto’s. Daar waren die assistentes dan ook op en voor geselecteerd. Het waren prachtige foto’s. Met zwoele, zeer ontspannen uitstralingen. Ik wachtte deze sessies dan verder af in de fraaie geïntegeeerde totaalkeuken met een glas goede rode wijn. Pas de ochtend daarop als ik naar kamer 925 ging om 8.30u op die negende totaal verlaten verdieping kwam zo’n meisje, dat altijd wat ouder was dan ik, ook ontredderd aan. Ietwat verslagen was het woord, met behuilde ogen vaak, ook al was dat lang niet altijd het geval. Want natuurlijk waren er ook streetwise meiden bij die heel goed wisten hoe deze aardkloot draait en aan welke  kant de boterham gesmeerd was. Maar soms barstte zulk een assistente toch in weedom en klagen uit en verhaalde wat deze autoriteit in de marge van de foto-opname zich als vanzelfsprekend gepermitteerd had. Ik keek  er van op dat ze zich dat had laten welgevalen, zeker omdat de eega van deze hooggeplaatste in de enorme living met zitkuil aan het stofzuigen was geweest en ik op dat keukentabouret aan mijn wijn zat te sippen, verheugd dat ik waarachtig tot de elite geduld werd. Die eega wist exact wat er in die donkere kamer gebeurde, dat gaf ze me ook wel aan, maar details verstrekte ze niet. Maar dat deed zo’n assistente dan wel in het ochtendgloren in het zonnelicht dat over de benevelde kim doorbrak in de richting van Alphen en Riel. Een meisje uit Berg op Zoom, met het dienovereenkomstige brouwende accent, zette zeer nauwkeurig uiteen dat het niet bij fotograferen alleen was gebleven, gaf ook uitvoerig details, en ook dat ze nu een acht had voor internationaal strafrecht. Ik keek er van op, ook van die acht.