De keizerlijke ambtenarij besloot van het begin af aan de Weimarer Republiek in alle opzichten tegen te werken en zulks eigenlijk óók nog in samenwerking met de stichters ervan, de sociaal-democraten onder Friedrich Ebert, fractievoorzitter in de Rijksdag van de dogmatisch-Marxistische sociaal-democraten van destijds en Philipp Scheidemann, de eerste premier van het aantredend kabinet in 1919. Het eigenaardige was dat zij beiden maximale lippendienst bewezen naar die Republiek. Met de constitutionele mechanismen erbinnen. Dus met de Rijksregering van de Republiek Duitsland. Zij erkenden die regering en wat zij bevoegd hadden besloten via wetsbesluiten. Maar tegelijkertijd weigerden zij om deze ook werkelijk uit te voeren. Innerlijk tegenstrijdig, maar dat krijg je nu eenmaal als er een burgeroorlog is. Ze preekten dat ze een maatschappelijke omwenteling wilden en ondertussen bereidden ze een restauratie voor van keizerlijk Duitsland samen met de Oberste Heeresleitung. Dus ze koersten af op hervatting van de conservatieve koers van 1914. Ebert had met Groener, de eigenlijke leider van het keizerlijke leger gesproken via een geheime telefoonlijn met het hoofdkwartier van het Veldleger in Spa. Als Ebert de generaals maar garandeerde dat het leger de enige officiële wapendrager van de natie zou zijn, dat de rangen van de officieren overal gerespecteerd zouden worden en de militaire loopbaanperspectieven hetzelfde zouden blijven, stond Groener er voor in dat de legertop Ebert en de zijnen zouden erkennen, zelfs als ze zich volkscommissaris zouden noemen in navolging van de Sovjets. Ebert en Scheidemann zagen hun binnenlandse vijanden bj de Communisten die in alle opzichten de Eerste Communistische Internationale wilden verwezenlijken van het Leninistische Communisme, op de wijze (uiteraard) die Lenin voorstond. Hun idolen waren voorlopig de extremistische Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht die de macht wilden overdragen aan ARSOL-raden, raden van sovjetsignatuur van arbeiders en soldaten die een volks-elan zouden doen losbarsten, een revolutie van onderen, zoals Lenin geacht werd te hebben gedaan in november 1917. Die riep de revolutie uit. Het radenbewind stichtte meteen daarop de dictatuur van het proletariaat dat tijdelijk de macht zou overnemen omdat het overal chaos was. Later zouden deze proletariërs die macht natuurlijk teruggeven aan het Volk. Wie dat dan ook was. En waar het ook zat.

De communisten bereidden daartoe een Spartacusopstand voor. Het leger zou, als het aan Ebert lag, deze meedogenloos neerslaan hoe bloedig dat ook zou uitpakken. En zo gebeurde. Tot aan mei 1920 golfden de straatgevechten door de straten van de grote steden van Duitsland. De vechtende haatten elkaar tot in het merg en bleven onder de grond aansturen op een totale burgeroorlog. Dat bleven ze doen tot 1933, tot op het moment dat Hitler adequaat alle staatsmacht aan zich trok. De Gleichschaltung, mede voorbereid door die keizerlijke ambtenarij en de legertop. Daarna rekende Hitler bekwaam af met deze vechters. Ze gingen de concentratiekampen in. Met behulp weer van die keizerlijke ambtenarij. Die steeds adequaat had tegengelegen aan de Weimarer Republik. Zonder dat te erkennen. Deze ambtenaren bleken geruisloos in staat Hitlers Gleichschaltung uit te voeren en zo kon moeiteloos een totalitaire eenpartijstaat ontstaan in 1934. Die bleek zeer gunstig voor de loopbaanperspectieven van deze tegenliggende ambtenaren. Het ambtelijk apparaat breidde zich enorm uit.
Omdat ieder segment van de samenleving nu door deze totalitaire staat gereguleerd en aangestuurd werd. Door de bureaucraten. Terwijl de Weimarer constitutie dat toestond. Want daar kon je heel veel kanten mee op. Dat had Scheidemann al meteen ingezien toen hij in 1919 wel besloot de vernederende gedicteerde vrede van Versailles te tekenen, maar meteen intern deed weten dat hij geen artikel ervan zou uitvoeren. Die dubbelhartigheid werd systemisch. En dat kun je nu nog zien aan de gelaatsuitdrukking van Scheidemann, een schichtig om zich heen ziend iel mannetje dat niet weet hoe hij het voor elkaar gekregen heeft zo snel zo hoog te vallen. Je ziet aan zijn verzenuwd uiterlijk dat hij bij gebrek aan soortelijk gewicht omhoog kon vallen met razende snelheid. Een apparatsjik dat bij zijn gezond niet weet wat hij met zichzelf aan moet. In 1920 bereidde hij dan ook alvast de superinflatie voor van de Rijksmark die middenstand, kleinbedrijf en renteniers zou ruïneren en de arbeiders volkomen stuurloos zou maken. De achterman van Hitler. En die trekken, die zie je nu ook in de koppen van de ministers van Jettens kabinet, een achterkamertjes-kabaal.
