Verzwijgingsgevallen die De Wijckerslooth opbraken

Als Onno mij met gebroken stem verhaalde over datgene wat in iedergeval aan de Graaf Van Randwijck niet doorgegeven werd betreffende voorgemonen acties van beoogde gecontroleerde cocaïneafleveringen in Holland viel het mij nog mee, dat er niet al veel eerder in de hiërarchie van het Openbaar Ministerie moeilijkheden waren ontstaan. Want het gold hier geen klein bier. Onno liet er verder geen twijfel over bestaan dat deze verzwijgingspraktijk doorgang bleef vinden wat de commissie van Traa ook allemaal mocht besloten hebben: aan wetgevingstrajecten waarbij Bijzondere Opsporingsmethoden aan banden gelegd moesten worden op straffe van onvoorwaardelijke bewijsuitsluiting die ook wettelijk naar gronden gecodificeerd moest worden. Juist op dit punt had die commissie het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel aan nieuwe dimensies willen aanpassen, maar de doorleverende politiële opsporingsambtenaren waren nauwelijks meer te stoppen. Want ze waren onherroepelijk gecompromitteerd doordien ze aan dit doorleveringstraject gecommitteerd waren geraakt en dus in persoon gegijzeld werden door hun criminele bovenbazen, die dekking hadden gevonden via politiële opperofficieren in de deelnemende korpsen. Onno ervoer steeds indringender dat de politie hier het Openbaar MInisterie was gaan leiden, mede door systemische verzwijgingen waarvan de gevolgen onherroepelijk bleken, omdat de criminele godfathers meedogenloos waren. Jegens de ingezette ruitnemers in persoon op de haventreinen, maar ook jegens hun bloed en aanverwantschappelijke betrekkingen. Daartegen bestond alleen uitreddend soelaas indien de trappen van de organisaties die hierbij betrokken waren grondig werden schoongeschropd, op de bovenste tree te beginnen. En daaraan werd echt niet voldaan door wettelijke bewijsuitsluitingsgronden te definiëren, toe te voegen aan de gestandaardiseerde bewijsredeneringen die het Wetboek van Strafvordering toch al in overmatigheid bevatte.

Dat waren weer eens papieren modellen waaraan de weerbarstige bewijsvergaringspraktijk die de politie nog steeds moest doorontwikkelen niets had en waardoor de integriteit van de bewijsmotivering niet hersteld kon worden. Zeker niet, als de politie daarbij burgers buiten de politierangen had moeten inschakelen die zich in de criminele organisatie hadden ingevreten.  Deze lieden bleven in hoge mate kwetsbaar, anonimisering kon nooit effectief geborgd worden en dat verklaarde ook de vele zelfmoorden in die sector die zo nu en dan ook niet uit de landelijke pers geweerd konden worden. Maar zonder de burgerlijke infiltrant, zo rekende Onno voor, kon nooit beproefd worden en zeker niet blijvend, dat Nederland geen rascalstate zou blijven in de interstatelijke rechtsgemeenschap van wederzijdse rechtshulpbetrekkingen. Die, overigens, nooit geregeerd konden worden door nationale legaliteitsbeginsels. Het is sinds de IRT-affaire uit de jaren ’90 ‘ inderdaad ‘not done’, de criminele burgerinfiltrant. Maar vrijwel alle staten waarmee Nederland rechtshulprelaties onderhoudt zetten deze infiltraten in. Achtereenvolgende kabinetten wilden daarom het bijzondere opsporingsmiddel onder voorwaarden weer toestaan. Stiekem. Buitenwettelijk Ervaringsdeskundigen waren en zijn tegen. Dat plachten en pleegden vooral criminologen en gedragswetenschappers te zijn die overigens slechts opereerden vanuit hun veilige academische ivoren torens. Ze hadden makkelijk praten. En dat deden ze dan ook. Veelvuldig. Bij programma’s als ZEMBLA en NOVA. Waarbij het College van procureurs-generaal uiterst schamp werden geëtaleerd als het zoveelste kletscollege in het Praathuis waar Bor de Wolf uit de onvolprezen fabeltjeskrant de boventoon mocht voeren. Kon ik dat De Wijckerslooth niets eens bijplussen? Ik heb het geprobeerd.

Als Sinterklaas in 2001. Met de mijter op mijn kneiter. Op rijm. Maar wel doeltreffend. De Wijckerslooth snapte het best. Hij rende naar zijn kamer. En sloot zich op. En gaf mij te kennen dat ik bij herhaling van zulk een optreden voor het front der troepen een berisping zou krijgen, en niet als ludiek bedoelde manifestatie. Ik heb het nadien rijmloos nog geprobeerd als Kerstman. Maar vruchteloos. De mijter stond mij nog het best. De boodschap was ook die van Klaas Langendoen, maar ook weer zonder rijmen en dichten. Klaas Langendoen verwierf faam in Nederland door met een integraalhelm op voor de rechter te verschijnen. Maar eigenlijk was zijn naam daarvoor al een begrip, samen met die van zijn partner Joost van den Vondel. Zij werden ‘het koningskoppel’ genoemd in de IRT-affaire. Ze waren rechercheurs van politiekorps Kennemerland, nu opgegaan in eenheid Noord-Holland van de Nationale Politie. Zij runden burgerinformanten die onder hun regie tienduizenden kilo’s softdrugs Nederland binnenhaalden, de zogenoemde Delta-methode. Totdat het mis ging, het IRT-team werd ontbonden en Langendoen en Van den Vondel de zwarte piet kregen toegespeeld. Net als Onno. zwijgen is steeds goud. Tenminste, als men hogerop wil blijven komen. En geen Zwarte Piet wil blijven. Dan krijgt men immers nooit meer een koninklijke onderscheiding, terwijl Jerry King Luther Afriyie (Bechem, Ghana, 30 april 1981),  een Nederlandse activist, dichter en rapper onder de naam Kno’ledge Cesare. die nu als stichter van Kick Out Zwarte Piet nu juist wel pontificaal pleegt rond te dragen. En zo spoelde weer een cloaca magna voorbij de Wijckerslooths drempels. Met de stank van dien. Terwijl geld toch niet stinkt, ook niet als het wederrechtelijk verkregen werd.