De mevrouw met de Artritisklachten en de Reumatiek betoogde uitvoerig dat ze resideerde aan de Van der Aa-straat, zijnde een buitengewoon deftige straat met rode bakstenen flats die belenden aan de bospartijen van Park Clingendael. En dat ze dus in het Benoordenhout woonde. Bij de Waalsdorper Vlakte. Ze keek mij daarbij zo nu en dan bestraffend aan als of ik het tegendeel steeds maar standhield en voorts alsof ik onbevoegd ter plaatse vertoefde in die achtertuin met dat combo. Omdat ik niet reageerde, maar angeliek voorbij haar grote rode zwaar gestifte mond staarde naar de struikjes in die tuin ging ze gehinderd verderop staan. Want ze had duidelijk gemaakt dat ik rara avis was in dat genoemde Hout. Het Benoordenhout is immers een statige wijk met veel groen in het Haagse stadsdeel Haagse Hout, voor het grootste deel gebouwd tussen ca. 1925 en 1935. De Nassaubuurt, die aan de Raamweg grenst, werd al rond 1890 gebouwd. Er wonen in de wijk relatief veel welgestelde burgers. Ook zijn er veel scholen. Men is hier onder ons. En dat moet zo blijven. Dat vind ik ook. Er moet geen AZC komen. Dat wil ik maar zeggen. Dat hóórt niet in deze wijk, zoals dementie. De wijk Benoordenhout ligt ten noordoosten van het centrum en wordt begrensd door de Koningskade, de Raamweg, het Hubertuspark, de kazernes en duinen ten noorden van de Waalsdorperweg, de grens met Wassenaar, het Haagse Bos en het Malieveld. De wijk ontleent zijn naam aan het Haagse Bos: ’ten noorden van het bos’.

Hout is een oude term voor bos. Het “noorden” betreft hier het “spreekwoordelijke” noorden. Plattegronden van Den Haag zijn ook meestal naar de Noordzee gericht. Scheveningen lijkt dan “noord”/boven, en Rijswijk “zuid”/onder. De welgelegen groene wijk grenst aan de wijken Haagse Bos, Willemspark, Archipelbuurt en Westbroekpark en Duttendel. Men woont hier niet. Men resideert. Al heeft men geen valet meer. Dat is een betreurenswaardige nivellering. De mannen dragen wijdvallende ribfluwelen bandplooibroeken met opmerkelijk zware ribben en een enorme uitgezakte kontzakpartij. En voeren een zeer hoog woord. Als hun vrouw niet in de buurt is. Maar is dat wel het geval, dan beperkt de man zich tot een monkelend zwijgen. Hier verandert niet veel in deze wijk. Met overduidelijk herkenbare rangen en standen. De decoraties in het linker reversknoopsgat verraden in dit opzicht veel. Wie de baton van “De Nederlandse Leeuw” laat pronken was destijds hóóg. Je ziet het aanstonds. Aan de kleurstelling. Bij “De Leeuw”domineert blauw. Bij de veel lagere Orde van Oranje Nassau domineert om voor de handliggende reden oranje. Dan kwam je dus als ambtenaar destijds schaal veertien niet voorbij. Kom je dichterbij, dan kun je een heel klein knoopje zien met daarop een schitterend kroontje of een bredere ronde cordon met vage blauwe strepen, zodat je het toch nog hebt gebracht tot Officier in deze Orde. Dat is hoog. Maar niet erg hoog. Je bent geen mislukkeling, maar ook niet echt roemrijk gepensioneerd. Een drager van “De Leeuw”praat wel met je. Maar dat is een gunst. Dat merk je, omdat de Leeuw-drager rond kijkt of hij soms ook een echte Commandeur kan detecteren of een OBE, een Officer of the British Empire. Knikt een OBE je toe, dan zit je deze keer geramd en moogt nog eens een gratis glaasje inferieure wijn wegpakken van de dientafel. Bij een OBE wordt zo’n consumptie gebracht. Vroeger, toen in “De Witte” nog geen vrouwen als lid werden toegelaten, kon dan zo’n man na dagen zwijgens naar die sociëteit om daar hem van katoen te geven met brallepraat. Vooral op woensdag als de bitterballen gratis lijken.omdat ze rond gepresenteerd worden in de verwachting dat ieder lid zal reciprocheren. Iedereen moet op zijn beurt een bittergarnituur laten rond gaan. Daar wordt naarstig op gelet. Een bal voor een bal. Een vlammetje voor een vlammetje. Iedereen moet een beurt bekostigen. Maar nu zijn er steeds meer vrouwen. Die heel erg lid zijn. Ze bitteren. Maar bieden nooit wat aan. Zo verstoren ze een natuurlijke orde. Van meerdere tafels. Ze grijpen de macht. Dat zal je zien. En waar kan de man dan ongehinderd dement staan te zijn? En steeds dezelfde moppen en anekdotes uitserveren? Dat vraag ik u toch af. Vroeger zag je ze nog wel op het Hoytemaplein. Hartje Benoordenhout. In loden jas. Dement als een deur. Maar ze mochten niet voor zessen thuis weerkeren. Er waren bankjes. Daar zaten ze dan hun tijd uit. In het lommer. Maar daar staan steeds meer terrasjes. Met jonge expats. Die vreemde talen spreken. Waarvan ze vanzelfsprekend vinden dat jij die ook volledig beheerst. En daarom ben ik voor die dementenruimten. Reservaten voor wie de weg kwijt is. Zodat ik mij ongehinderd kan manifesteren. Die mijnheer met die rode broek vindt dat vast ook. Ik kwam hem tegen in Park Clingendael. En andermaal groette hij. Dat gaat de goede kant op. Al weet ik zo gauw niet welke. Blij dat ik in het Hout woon. Mijn vroegere baas drong daar bewogen op aan. En daaraan heb ik voldaan. Met zekere huiver. Maar soms moet je doorzetten. Het betaalt zich uit in een Zwitserlevengevoel met gratis bitterballen. Maar die demonstraties van de laatste tijd van getergde haatbaarden die de Palestijnen komen verdedigen via scanderende Arabische leuzen, die moesten donders aan toe niet maggen. Ze maggen ook niet. Maar toch staan ze voor het Permanente Strafhof in deze wijk. Dat most ook niet maggen. Dat vindt een OBE niet goed.
