De Nationale Centrale Strafvorderlijke Dienst moet beschouwd worden als een concessie aan het centraliserend rechtsmodel dat Brussel opzette, op weg naar een federalisering van de Europese Unie die vooral sociaal-democraten wilden opbouwen in een steeds meer globaliserende rechtsgemeenschap. Deze rechtsgemeenschap kreeg in het publieke domein toch uiteindelijk enorm veel last van de voortdurende jurisdictieconflicten, positieve en negatieve, veroorzaakt door de op elkaar botsende rechtsmassieven met ieder hun zonderlinge onherleidbare rechtstradities: de Napoleontische, de Angelsaksische, de Ottomaanse en de Aziatische, waarbij aangetekend zij dat de Germaanse rechtstraditie eigenlijk een restloos reactief product is geweest van de Napoleontische expansies rechts van de Rijn in Centraal Europa en eigenlijk niet als een zelfstandige traditie kan worden beschouwd.

In de zeventiger jaren van de vorige eeuw begon Luns, de toenmalige invloedrijke Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken met een openlijk charme offensief om het Verenigd Koninkrijk bij de Europese Gemeenschap te krijgen als volwaardig lid. Duitsland wou eigenlijk wel hetzelfde, maar wilde niet meteen bonje krijgen met Gaullistisch Frankrijk dat zelfs van die associatie niets moest hebben. De Gaulle bleef maar zeggen dat de Angelsaksische rechtstraditie nu eenmaal niet integreerbaar was in het rechtsmodel dat het Vasteland binnen de vrijhandelsassociatie had opgebouwd. Hij zag geen osmose mogelijk. En eigenlijk had hij wel gelijk voorzover een centrale aansturing van het adversarial system eigenlijk constitutioneel onhaalbaar is met overeindhouding van Britse maatstaven.
De Engelsen hechtten er aan dat ook de private persoon via een aangifte een strafzaak zou kunnen beginnen. Dat was immers de essentie, zeiden ze, van het adversarial system. De Europese Gemeenschap had inmiddels een omvangrijk stelsel van interstatelijke rechtshulpbetrekkingen opgebouwd waarbij eigenlijk de nationale strafvorderlijke autoriteiten als enigen een prestatie konden verzoeken, leveren, aanvullen en intrekken. En wat dan in dit verband gedaan met de private strafklacht? Dan zou het hele Europese systeem op de kop moeten. En dat wilde Brussel niet. Er zou eigenlijk dan maar een centraal agentschap moeten komen dat hier moest coördineren zowel intern als extern, ook jegens derde landen buiten de Gemeenschap.
Dat werd de Crown Prosecutorial Service, die eigenlijk vooral afgestemd was op de strafklachten en aangiften gedaan bij en door de politie die de opsporing had gedaan naar een strafbaar feit. Deze Dienst zou om nog zoveel mogelijk het oude adversarial system overeind te houden advocaten van een grote renommée inhuren en hun voorts laten doen, wat ze altijd deden, maar nu met de rode koffer veelbetekenend naast hun lessenaar in de rechtszaal. De QC zou niet ondergeschikt zijn aan die Dienst, maar die Dienst zou wel verantwoording schuldig zijn aan de Minister die over het Home Office ging. En dat hiel toch ook in, dat die Minister uiteindelijk iets te zeggen had over die QC’s. Wat dan weer onverenigbaar scheen met hun beweerde onafhankelijkheid, waaraan men met de koppigheid van een nurks bleef vasthouden. De kwadratuur van de cirkel. Hier klopte iets echt niet.
De Bond van Advocaten kwam met veelvoudige protesten want hier werd het nobile officium aangerand. Nog wel om de Gemeenschap, waaraan de Engelsen de pest bleven houden, te gerieven en die mallotige Fransozen. En steeds zei de verantwoordelijke Minister in het Lagerhuis dat hij geen aanwijzingen had te geven aan de QC’s en dat ook niet kon, wegens strijd met de waarborgen van de Magna Charta. Dat was Keir Starmer, geconfronteerd met de enorme omvang van de hier bedoelde Pakistaanse Grooming Gangs wellicht vergeten toen hij juridisch redres beloofde aan de slachtoffers. Ik zeg: wellicht. Want hij had ernstige redenen om te vermoeden dat zulks via de Dienst niet haalbaar was en dat er ook geen andere weg was tenzij de wet zou worden veranderd, de Prosecution of Offences Act 1985. Keir kon die niet uit zijn hoofd kennen, dat is waar, maar hij had bij eerste lezing wel kunnen bevroeden dat hij nu zijn kiezers misleidde.
