Nederland als centraal gastland van rechtsenclaves

Voor wat Nederland en zijn verdragspositie betreft jegens het territorialiteitsbeginsel als waarborgnorm geldt nog in het bijzonder dat het sedert 1950 inzonderheid begon te acteren als centraal gastland van rechtsenclaves waarbinnen vreemd recht gold, dat in veel gevallen redelijk antithetisch was ten opzichte van het Nederlandse recht en de rechtstradities daaronder. Nadat Nederland in 1940 buiten zijn wil de zo langdurig beproefde zelfstandigheidspolitiek verliet,  die gewoonweg neer kwam op de gewapende neutraliteitspolitiek die sedert 1813 opgelegd was door Londen. Daarin stond het absolute primaat van het territorialiteitsbeginsel uiteraard centraal als vanzelfsprekendheid. Het grondgebied onschendbaar vanuit alle aspecten bekeken. Hitler viel aan en vanaf dat moment was Nederland automatisch geallieerde van Frankrijk en Engeland, zo werd dat destijds gezien. Daaruit volgde meteen dat Nederland Frans en Engels recht moest toepassen op gesloten legerafdelingen van deze twee staten. Dat heeft het voorzover het dat nog kon ook automatisch gedaan in Zeeland. Maar de beschikkings- en doorzettingsmacht over de rest van het Nederlands territoir was het toen al volkomen kwijt. Winkelman capituleerde als regeringsgezag voor Duitsland dat toeliet dat Nederlands recht verder subsidiair toepasselijk bleef in Nederland tenzij de landvoogd Seysz-Inquart anders bepaalde. Dat deed hij vrij vaak. Nadat de westelijke gealleerden in 1944 Nederlands grondgebied bezetten ter gelegenheid van Operation Market-Garden op 17 september van dat jaar werd Brits en Amerikaans recht toepasselijk in de bezettingszones, wederom, tenzij deze bezetter anders bepaalde. Gelukkig bepaalde hij voor het grootste deel van die zones dat daar Nederlands recht toepasselijk was, tenzij hij anders verordende, wat hij  niet vaak deed omdat hij al moeilijkheden genoeg had. Nederland bleef op die condities westelijk geallieerde. Maar het had weinig andere keuzes.

Deze verhouding bleef aldus gehandhaafd in 1949 toen Nederland toertrad tot de defensie-alliantie de NAVO, die weer een groot aantal Angelsaksische rechtsenclaves in Nederland deed ontstaan zoals militaire oefenterreinen, legeringsgebieden en luchtbases die zich voortdurend opsplitsen en vermeerderden. Nederland werd jurisdictioneel een doorregen gatenkaas met ongelofelijk veel exclaves voor bevriende militairen, hetgeen het primaat van het territorialiteitsbeginsel aanmerkelijk ondermijnde. Het was opvallend dat de wetgever daaraan nauwelijks verdere aandacht besteedde dan de uitvoeringswetten bij het NAVO-verdrag vereisten die voorzagen in SOFA-regelingen: Status of Forces agreements. Vooral omdat NAVO-colonnes in deze periode van een steeds vehementer uitpakkende Koude Oorlog bij massa dag en nacht Nederland bleven doorkruisen. Het Hoog Militair Gerechtshof te Den Haag had soms wat moeite met de daardoor ontstane jurisdictieconflicten, maar omdat gastland en troepencommandanten alle ruis en meningsverschillen wilden ontgaan kwamen er nooit echt politieke problemen van. Daarbij kwam nog de exclaves die vereist werden voor de uitvoering van het EEG-verdrag en het Euratomverdrag, waarbij vooral het kernenergiecentrum te Petten generieke vergaande inbreuken op de Nederlandse territoriale jurisdictie veroorzaakte, met ernstige gevaarzettingen voor de handhaving van de Nederlandse milieuwetgeving, maar ook hier spande de Rijksoverheid zich ten uiterste in om de jurisdictieperikelen onder het tapijt te vegen. Zonder omzien naar de middellange termijn effecten voor de ecologische diversiteit, integriteit en volksgezondheid.

De rechterlijke macht liet het minzaam toe. Dat kon, omdat het nou ook weer niet zo vaak voor kwam. Maar nadat Nederland was verheven tot permanent gastland voor zelfstraffende hoven en tribunalen bleek dat Nederland nu toch wel heel erg veel inbreuken op het territorialiteitsbeginsel had geaccepteerd zonder compenserende voorwaarden en correctie-instrumenten. Stelde het in zoverre nog iets voor, dat beginsel? Ook als het direct inroepbare waarborgnormen scheen te gunnen aan vervolgden, verdachten en slachtoffers van de delicten ter bestraffing waarvan die hoven en tribunalen waren opgericht?  Kijk je goed naar het geval Khan, dan krijg je de neiging ontkennend te antwoorden, ook al behoort het territorialiteitsbeginsel tot één van de uitgangspunten van het VN-Charter, dat inbreuken op de territoriale integriteit van staten categorisch verbiedt, tenzij ze kunnen worden beschouwd als onvermijdelijk, proportioneel en subsidiair voor de instandhouding van de vooronderstelde wereldvrede waarin de staten geacht worden verenigd te zijn. En ik denk niet dat het betasten van de boezempartij van een secretaresse die daarvoor geen toestemming geeft, een feitelijkheid oplevert waarvoor de garantieborgen van het territorialiteitsbeginsel opzij mogen worden gezet zonder aparte verdragsbasis. Ook niet met terugwerkende kracht. Die secretaresse mag de territoriale rechtsmacht van Nederland als gastland dus inroepen. Met terugwerkende kracht. Ook dat nog.