De Nederlandse Ombudsman intervena in de zaak van Laarhoven IV

De penitentiaire omstandigheden van Van Laarhoven waren erbarmelijk. Van Laarhoven zit uiteindelijk tot 2020 vast in Thailand en wordt dan overgebracht naar Nederland. Hij heeft vast doen leggen onder welke erbarmelijke omstandigheden. Dat ze niet beantwoorden aan internationale minimumstandaarden staat vast. Daarover hieronder nader. Maar daar gaat deze Blog niet over. Die gaat over de rechtmatigheid en verdragsmatigheid waarmee cliënt Van Laarhoven heen en weer is geschoven tussen de verschillende nationale rechtsmachtkringen. En in welk opzicht het territorialiteitsbeginsel geschonden is jegens Van Laarhoven. Met welke consequenties en met welke aansprakelijkheden voor de Staat Nederland.  Eenmaal in Nederland vinden gesprekken plaats over het schikken van de Nederlandse strafzaak. Dat gebeurt uiteindelijk in 2022, in de overeenkomst tussen Van Laarhoven en het Openbaar Ministerie, een dading met de belofte van buitengerechtelijke afdoening. Door de vennootschappen worden boetes betaald en transacties gedaan, enkele medeverdachte krijgen kleine werkstraffen en Johan krijgt geen (verdere) straf. De verschrikkelijke gevolgen van de Thaise detentie worden daarin verdisconteerd.

Maar het informele rechtshulpverzoek blijft het Openbaar Ministerie parten spelen. Het Openbaar Ministerie blijkt slinkse wegen te bewandelen, de Ombudsman kennelijk te zonderbaar. Cliënt heeft zich tot deze functionaris gewend en die heeft forse kritiek op het Openbaar Ministerie, het ministerie van Veiligheid en Justitie en de politie over hun optreden in deze zaak van coffeeshophouder Johan van Laarhoven uit Tilburg. Volgens de Nationale ombudsman is er onzorgvuldig gehandeld. Maar hij kan zich, die competentieverdeling is er nu eenmaal tussen hem en het Openbaar Ministerie en de zittende magistratuur, niet ten principale uitlaten over wat er constitutioneel, grondwettig, strafvorderlijk en verdragsmatig mis is met de door het Openbaar Ministere geïnitieerde rechtshulpprestaties ten gunste van Thailand. Hij kan zich slechts buigen over onrechtmatigheden die het Openbaar Ministerie in de functie van (gedeconcentreerd)  bestuursorgaan jegens van Laarhoven heeft menen te kunnen permitteren.

De Ombudsman concentreert zich daarom op de feitelijke cascade van gevolgen die het sturen van de inmiddels gewraakte informele rechtshulpbrief voor de persoonlijke levenssfeer van Van Laarhoven had. Ze blijkt eigenlijk een uitgebreide tenlastelegging te impliceren tegen cliënt en diens partner met het verzoek op basis daarvan verder naar Thais recht te acteren. De tenlastelegging wordt ook toegelicht naar redelijkheid van de verdenking. Met als voorzienbaar gevolg dat de Thaise justitie in dat spoor Van Laarhoven gaat vervolgen, wat ook de bedoeling is van de redacteur ervan. Met als onontkoombaar gevolg dat Van Laarhoven en zijn Thaise vrouw een gevangenisstraf uit zitten in Thailand. Ze worden veroordeeld voor witwassen van geld dat Van Laarhoven verdiende met zijn coffeeshops in Nederland. Uit onderzoek van de ombudsman blijkt nu dat de betrokken Nederlandse strafvorderlijke instanties voorafgaand aan die arrestatie onzorgvuldig hebben gehandeld. Ze hebben getracht hier een inhaaloperatie op touw te zetten om defecten die het eerdere rechtshulpverkeer in deze casus vertoonde te verhelpen.