De Tussenkomst van de minister van Justitie Grapperhaus

Ernstige specifieke gevolgen van deze verkapte rechtsschennis meermalen begaan. De Thaise vrouw van Van Laarhoven, die in het Nederlandse rechtshulpverzoek eerst als getuige was vermeld en tegen wie in Nederland géén strafrechtelijk onderzoek liep, werd in de brief van het OM juist verdachte genoemd. “Dat zij in de brief in verband werd gebracht met drugsgerelateerde delicten, heeft voor haar ernstige gevolgen gehad”, zegt de ombudsman.  Hij deed dat niet ambtshalve. Het echtpaar diende immers een formele klacht in bij de ombudsman tegen de Rijksoverheid in haar brede geledingen, omdat ze zich ernstig benadeeld voelen door het handelen van de Nederlandse overheid. Ze zijn door de Thaise rechtbank veroordeeld tot jarenlange gevangenisstraffen.In een reactie zegt het OM dat vooraf niet voorzien had kunnen worden dat de Thaise overheid een eigen strafrechtelijk onderzoek naar het echtpaar zou instellen en dat ze zouden worden aangehouden. Maar dat is een verweer dat het Hof moet tegenhouden. Immers het is een feit van algemene bekendheid dat Thailand tegen drugsgerelateerde delicten draconisch optreedt, reeds omdat de nationale rechtshandhaving en rechtspleging ze maar niet onder controle weet te krijgen — evenals de Nederlandse, overigens. Maar dat geheel terzijde.

De Thaise overheid waarschuwt doorlopend via haar consulaire posten wereldwijd tegen de ernstige penitentiaire gevolgen van haar handhavingsbeleid en de ambassadeur laat niet na de Nederlandse Rijksoverheid daarvan voortdurend te doordringen. Juist daarom liggen deze en dergelijke zaken als de voorliggende politiek in Den Haag zo gevoelig, evenals handel in vrouwen, minderjarigen en begunstiging van Westers sekstoerisme.  Dat vanuit Den Haag georganiseerd wordt, tot kennelijke frustratie van veel Aziatische staten zoals Thailand en de Filippijnen, die overigens zelf geen rechtshulp verlenen omdat ze geen adequate burgerlijke stand hebben ontwikkeld waardoor de minderjarigheid van slachtoffertjes niet authentiek kan worden vastgesteld. Is hier van Laarhoven niet gebruikt om de steeds toenemende wrevel over het Nederlandse drugsbeleid via het voor Aziatische staten onbegrijpelijk gedoogbeleid, in strijd met alle verdragen over drugsbestrijding, te milderen en de relaties te cajoleren? Het lijkt erop. Want daarvoor is toch karakteristiek het interveniëren van minister Grapperhaus in Thailand om in de zaak van Van Laarhovende de Thais tot goedgunstigheid te bewegen en te besluiten tot informele terugleiding van Van Laarhoven en zijn partner naar zijn nationaliteitsstaat. Omdat de gevolgen uiteindelijk draconisch uitpakten die intraden door de creatieve tussenkomsten van het Nederlandse Openbaar Ministerie. Gevolgen die voorspelbaar waren.

Het is onmogelijk dat het Openbaar Ministerie dat onbekend is gebleven. De ombudsman, oordelend over de specifieke consequenties ten laste van cliënt Van Laarhoven vindt dat niet geloofwaardig, omdat de Nederlandse instanties zelf het initiatief namen een brief naar Thailand te sturen met belastende informatie, terwijl ze goed op de hoogte waren van de risico’s van een aan drugs gerelateerd strafrechtelijk onderzoek in Thailand. De minister van Veiligheid & Justitie, Ferd Grapperhaus, zei in een reactie tegenover EenVandaag dat hij de Nationale ombudsman heeft laten weten ‘graag in gesprek te gaan’ over het kritische rapport. En hij of zijn ambtsopvolger zullen daaraan gevolg hebben gegeven, zij het ten overvloede.  De precieze bevindingen over de zaak tegen de coffeeshophouder worden nog door ambtenaren van het ministerie bestudeerd. Ook de destijds hoogste baas van het Openbaar Ministerie, Gerrit van der Burg, zou aanwezig zijn geweest bij dat gesprek met ombudsman Reinier van Zutphen. Inmiddels wenst Nederland nog steeds geen commuun geregeld strafrechtshulpverkeer met Thailand aan te gaan. Het kan zijn dat daardoor negatieve jurisdictieconflicten ontstaan – de zaak Van laarhoven is er een markerend voorbeeld van – maar dat mag niet afgewenteld worden op cliënt en zijn betrekkingen. Des te minder als met zich realiseert met welke staten, vaak van minder vlekkeloze reputatie, Nederland wel volledige rechtshulpverdragen heeft willen sluiten. Ook in zware drugszaken toepasselijk.