De Wijckerslooth XIII & Lancee

De vervolgingshandelingen tegen Simon René Léon Lancee (Rijswijk, 16 februari 1951), een thans voormalige Nederlandse politiefunctionaris en politicus gaven, naast andere merkwaardige schokkende incidenten in de opspring en vervolging van strafbare feiten bij de publieke rechtshandhaving — denk aan de enorme vuurwerkramp te Enschedé — aanleiding om het publiek debat eens geconcentreerd te richten op het zelfreinigend vermogen van het Nederlandse Openbaar Ministerie en de vraag of aan dit lichaam eigenlijk nog wel een strafvorderlijk vervolgingsmonopolie mocht worden gegund.. Was er eigenlijk geen reden om dat monopolie of op te heffen of elders te beleggen? En wanneer het gehandhaafd bleef, was het dan niet beter veel meer controle uit te oefenen op het beleid waarmee het gehanteerd werd en met welke oogmerken? En wanneer dat bevestigend beantwoord werd, was het dan toch niet beter om het opportuniteitsbeginsel in de wetgeving zelf via spijkerharde en gedetailleerde criteria die ook waarborgnormen opleverden voor vervolgde, slachtoffers en belanghebbenden bij de concrete vervolging te definiëren, te beleggen en verder aan een hof daarbij centrale toetsing per geval op te dragen? Opvallend was steeds dat de ons omringende staten aan slachtoffers veel meer procesrechten schenen te te kennen dan in de Nederlandse strafvordering gebruikelijk was en steeds ook aan de vervolgde het rechtsmiddel standaard toekenden van bezwaarschrift tegen de mogelijk al te lichtvaardig genomen vervolgingsbelissing. Waarom kan het slachtoffer niet zelf een strafverrvolging beginnen, waarbij de diensten van het Openbaar Ministerie onder bepaalde voorwaarden hun tussenkomst ter faciltering ter beschikking moeten stellen? Zoals de Crown Prosecutoral Service bijvoorbeeld in bepaalde staten die het Angelsaksische adversarial system bleven handhaven in het Britse Gemenebest? De legitimiteit van het vervolgingsmonopolie waarmee het Openbaar Ministerie zo lichtzinning of soms zelfs grof onachtzaam omsprongen kwam steeds vaker ter sprake als zelfstandig politiek geladen thema. En het Openbaar Ministerie maakte het er ook naar. In de zaak-Lancee had het dochterke van Lancee ook steeds geprobeerd haar afgedwongen aangiste terzake die incest in te trekken, maar het Openmbaar Ministerie had dat volkomen genegeerd. Ik kom er nog op terug.  Omdat dat in beweerde incestzaken vaker pleegt te gebeuren, naar onderzoek aantoont.

En gaf het dan niet bij een dergelijke fundamentele herijking van het vervolgingsmechanisme pas ook eens te onderzoeken waarom we in Nederland niets wilden weten van enige juryrechtspraak in strafzaken, ook in de politiek zeer gevoelige? Want was de rechterlijke macht zoals gedefinieerd in de Wet op de Rechterlijke Organisatie eigenlijk wel als professionele organisatie, opgaand in een eigenstandige machtskolom die vaak wereldvreemde trekken vertoonde, eigenlijk wel zo geschikt om mensen aan te trekken voor de rechtspraak die op de hoogte verkeren bleef van het immer veranderend tijdsbeeld? En er waren er heel wat die deze en dergelijke vragen bevestigend beantwoordden in dier voege dat die zelfgenoegzame in hun ivoren toren verschanste professionals toch wel opmerkelijk veel steken bleken te laten vallen. Kamerbreed bij vrijwel alle delictsgroepen. De Hoge Raad kreeg dan, dat was dan daarvan strijk en zet het bijkomend gevolg,  te maken met de beruchte revisieplaag, waarbij dit buitengewone rechtsmiddel aangewend werd als vierde rechtsingang door de destijds vervolgde en veroordeelde, door het slachtoffer bij een opvallend merkwaardig afgedane vervolging — soms tegen de systematiek van het wettelijk stelsel van rechtsmiddelen en bevoegdheden in —  of door derde belanghebbenden die nu in grote rechtsonzekerheid kwamen te verkeren of constateerden dat er sprake was van niet te rechtvaardigen rechtsongelijkheden. Bij Lancee ging het om incest, althans een beschuldiging daarvan, een delict dat bijna volautomatisch een dergelijke gang van zaken tot gevolg scheen te moeten hebben en waarbij mensenkennis, wijze distantieve belangenafweging en gevoeligheden voor ongearticuleerde modetrends die zich autonoom in gang schenen te zetten vereist leek en niet de ambtelijke behoefte om zaken naar geplogen standaarden maar op de automatische piloot af te doen. Zulks met het oog op een gesmeerde loopbaanontwikkeling van de betrokken magistraat.

Biografie

Lancee was politiechef op Schiermonnikoog, toen hij op 27 april 1996 door een arrestatieteam van zijn bed werd gelicht. Daarbij werden ook zijn vrouw, een dochter en aanstaande schoonzoon aangehouden. De 17-jarige dochter zou haar ouders, zus en vriend van ontucht beschuldigd hebben. Na onderzoek bleek het meisje alles te hebben verzonnen onder druk van suggestieve vragen van de rijksrecherche. Drie jaar later kreeg Lancee van minister Korthals van Justitie volledig eerherstel en een schadevergoeding van 1,2 miljoen gulden.De Groningse hoofdcommissaris Jaap Veenstra moest in januari 1998 mede als gevolg van de zaak Lancee opstappen. De hierna te bespreken personeeltechnische  affaire van Sorgdrager en de procureurs-generaal was ook een direct een gevolg van de zaak Lancee. In maart 1998 kwam Lancee met voorkeurstemmen namens Liberalen Schiermonnikoog in de gemeenteraad. In 1999 vertrok hij naar Spanje waar hij de roman Kanonnenvlees: oorlog in Rusland schreef.

Die maandenlange diepschokkende en nog immer onbegrijpelijke  affaire Sorgdrager en de procureurs-generaal werd een Nederlandse politieke affaire uit 1998 die een conflict betrof tussen Minister van Justitie Winnie Sorgdrager en het College van procureurs-generaal en dan met name de voorzitter van dat college, Arthur Docters van Leeuwen. Reputaties gingen aan scherven, moeiteloos, er werd gelekt bij het leven, de meest onwaarschijnlijke complottheorieën gingen over tafel — en dat was destijds toch echt nog niet gebruikelijk — en het aanzien van de rechtspraak scheen bij niemand in tel. Aanleiding voor het conflict was de positie van procureur-generaal Dato Steenhuis, die in opspraak was geraakt in verband met vermeende belangenverstrengeling. De affaire resulteerde in het ontslag van Docters van Leeuwen. En de man was net benoemd. Hij moest het Parket-Generaal eigenlijk nog handen en voeten geven. Of de plinten aflakken van het nieuwe huis waarin de procureurs eendrachtig zouden gaan wonen op weg naar de Civitas Maximia, de Stad Gods van Sint Augustinus. Een eeuwigdurend Jerusalem met Zeven Gouden Torens. Dat alles beefde nog na toen de Wijckerslooth wierf om de positie die Docters destijds had ingenomen, terwijl De Wijckerslooth als landadvocaat meewerkte om Docters uit het Openbaar Ministerie te werken.