De Wijckerslooth IX en Dwingelbert

Het algemeen vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie bleef buitengewoon schimmig zolang de Procureurs-Generaal dat beleid min of meer afstemden op autonome basis in de maandelijkse informele setting van het departement van Justitie te Den Haag. Dan kwamen de vijf ressortshoofden samen bij de secretaris-generaal van dat departement die dat — al of niet kundig en kritisch dóórvragend — voorzat. Zolang dat een mannetjesputter was als Albert Mulder, ook wel bekend als “Stalen Bart” of “Dwingelbert” — deze uitdrukking was de geijkte van Dries van Agt, de onpeilbare en onbepaalbare en ook niet-aanstuurbare Minister van Justitie in het kabinet- Den Uyl I (1972-1977) –was er in de persoon van de voorzitter een zekere waarborg te vinden voor een landelijk strikte gecoördineerde aanpak van de internationale georganiseerde criminaliteit die hand over hand toenam en een onrustbarende druk kon uitoefenen op de bovenwereld, de legale staatshuishoudelijke rechtsorde volgens het constitutionele  gewoonterecht. Maar jammer genoeg kon ook Dwingelbert steeds minder nalaten zijn hoogstpersoonlijke stokpaardjes te berijden als gedreven socialist. Hij was vóór alles een strijdbare en geharnaste gelige van de Linkse Kerk samengebald in de Partij van de Arbeid. En die was sedert 1972 oppermachtig via het kabinet Den Uyl. Een oprecht sociaal democraten  Bolwerk — eigenlijk zoals destijds de Roomse Kerk, die nu eenmaal hartstochtelijk opmarcheren bleef naar de Dageraad der Volksbevrijding. Zoals in de strijdliederen in het vooruitzicht gesteld werd van de echte achttien karaats Rode Rakkers wier Haan koning kraaide in alle uitzendingen van de VARA. Dwingelbert geloofde in de maakbaarheid van de samenleving volgens de antitheseleer van Marx en Engels mits daarvoor de juiste subsidiestromen in het leven werden geroepen en aan de juiste instellingen en personen werden gegund. Nivellering was het toverwoord middels gedwongen fiscale overdrachten en via ingrijpende strafrechtelijke maatregelen die de WED (Wet op de Economische Delicten) — maaksel van Dwingelbert — aan het Openbaar Ministerie ter beschikking stelde. En daar hoorden bestuursmodellen bij. Opgesteld door Dwingelbert. Die de magistraten van het Openbaar Ministerie best dóór had. Hem zouden ze de pis niet lauw maken. Dat gaf hij regelmatig te kennen. Echt ook een man naar het hart van De Wijckerslooth. Die daar niet mee om kon gaan. Zonder dat de jonkheer dat wist.

Alleen was het uitvoeringstraject toch weerbarstiger dan Dwingelbert had gedacht: dat Openbaar Ministerie bestond nog steeds uit al te eigengereide magistraten. Die vooral hun eigen kaste wilden sauveren en geen oog hadden voor de nadelen van systemische maatschappijbevestigingen via leedtoevoegingen die strafrechtelijk gebruikelijk zijn ter vergelding. Dwingelbert droeg dat ook wel uit in die maandelijkse vergaderingen. Dan ramde Stalen Bart met de glazen asbak op de tafel. Je mocht toen nog roken op kantoor. Vooral als weer eens allerlei strafrechtelijke reacties waren achtergebleven waarop Dwingelbert meende te kunnen rekenen, overduidelijk verwijtbaar door slordigheden en grove nalatigheden in het ressortale beheersapparaat. Van de antieke procureurs-generaal die meenden dat dat stelsel nog wel een eeuw kon meegaan. Dwingelbert zag weer eens bevestigd dat de magistratuur de systeem perspectieven aanwendde om de eigen vrienden en kennissen duchtig uit de wind te houden. En vaak was die diagnose van Dwingelbert treffend juist. Laten we wel wezen, bij de in de voorgaande Blogs en passant vermelde geruchtmakende gevallen waarin klassenjustitie een rol speelde, was dat niet te loochenen. En bij Van Agt moest men dan niet wezen: Dries was niet wars van maatschappijbevestiging.  Maar dat was óók het geval bij een procureur-generaal als Rudolf Gonsalves die in de wandeling ook wel bekend stond als “Godselvers“. En die uiterlijke verschijningsvorm stond hem vanaf de dag van zijn beëdiging in zijn hoge ambt op het lijf geschreven. Hij had te kennen gegeven graag in de sporen te treden van de roemruchte Baron Speyart van Woerden, een uiterst patriarchale en stugge autoriteit die de scepter decennia-lang als knoet had weten te zwaaien over het zuidelijkste ressort. Godselvers had in Nederlands Nieuwe Guinea papoea’s doodgeschoten ter publieke rechtshandhaving. Dat kon je aan hem merken.

De littekens waren bij menig justitiabele nog lang bloederig zichtbaar. Ik moge verwijzen naar het exposé dienaangaande bij het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) over Godselvers en die Baron. Dat Gonsalves in die Baron een voorbeeld zag, gaf wel te denken. Zelfs binnen het college dat maandelijks samenkwam in Den Haag. Gonsalves maakte er een punt van als daar de gevulde koeken werden rondgediend zonder dat de kamerbewaarder witte handschoenen droeg. Ik bedoel maar. Zie verder: https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/de-heer-gun-salvo-1