Gisteren haperde dit dashboardsysteem https://gerardstrijards.nl/wp-admin/post-new.php. Je weet niet waar dat aan ligt. Maar daarom was er voor de 9e oktober geen bericht via een Blog. Verder moest ik vroegtijdig naar het ziekenhuis, naar mevrouw Annellies van Bodegom, de postoperatieve verpleegkundige van het ziekenhuis dat een oncologisch centrum heeft in Leidschendam. Een gezellig kleiner ziekenhuis, moet ik zeggen, dat vroeger beheerd werd door de Zusters Fransiscanessen te Veghel en Schijndel, de zusters van Liefde uit Tilburg, opgericht in 1853 door de roemruchte pastoor Joannes Zwijsen. Hier en daar zie je de rudimenten van deze Orde die het hospitaal beheerde in het gebouw toch nog aanwezig, als de onbegrijpelijke bekkenbotten van een Tyrannosaurus Rex die verraden dat deze stoffelijke wereld bepaald niet van gisteren is. In de hall hangt bijvoorbeeld een altaarretabel waarop Sint Antonius van Padua de consecratie voltrekt via de elevatie van de kelk met daarin de miswijn. Het bloed van Christus. Die zich tijdelijk in die wijn na de sacramentele opdrachtwoorden bevindt. Achter Sint Antonius twee misdienaartjes die eerbiedig buigend hun altaarschellen doen rinkelen en kennelijk ook net wierook hebben afgestoten, want die wasem hangt als ochtendmist om hen heen. En daarachter de onvermijdelijke verstarde gelovigen op de knieën. Barok, met veel dramatische lichteffecten in een schemerige kerkruimte. Maar boven op de tweede verdieping staan ook beeldengroepen, waaronder een onvermijdelijke Christus Redemptor met gelovige aanhang. Daar lopen gehaaste patiënten langs die echt geen tijd hebben om zich af te vragen wat deze figuren hier moeten en wat ze voorstellen. Als ze dat al zou kunnen interesseren. Want het gaat overduidelijk om aanhangers van de Islam, deze patiënten. Zo voelen die beelden en ik ons gelijkelijk misplaatst.

Het is op dat vroege uur al druk in deze instelling van weldadigheid waar deze bezoekers komen horen wat ze nou weer mankeren en om daarvan — doorgaans — hevig te schrikken en ook kwaad te worden. Buiten heeft het gevlaagd van de regen en het is nog schemerig, want de herfst is nu toch volstandig eindelijk ingetreden. De dagen der deemstering, waarin iedereen ook herfstbladeren binnenloopt. Ik kom steeds vroeger dan de tijd waarop afgesproken is, omdat Lijn 2, hoezeer een sneltram van de Randstadrail, door het gebied loopt waar ook extinction rebellion zich protesterend manifesteert. Ze verstoort de dienstregeling van deze Lijn soms deerlijk. En daarmede rekeninghoudend ben ik meestal minstens een halfuur te vroeg. Dat weet mevrouw Van Bodegom ook. En die komt mij daarom dus ook vroeger ophalen. Ondertussen lees ik in diverse tijdschriften wat er allemaal nog kan gebeuren in het postoperatieve traject en hoe dat je uit je geestelijke evenwicht kan brengen. En wat je daartegen kunt doen. En dat het leven de moeite waard is. Maar dat je ervoor moet gáán. Dat er veel mogelijk is, maar dan moet je wel meewerken. En je partner ook. Je moet, staat er vermanend bij, ook begrijpen dat je partner het ook moeilijk heeft met al je defecten en medische maatregelen. Dat moet je uitpraten. Helemaal. In wederzijds begrip. Ik besluit dat begrip te ontwikkelen. Ook al ligt het bij mij meer aan het distributiecentrum dat alle medische hulpmiddelen die ik maar nodig blijf hebben levert in overdreven emballage-vrachten per besteldienst die steeds aanbelt op het verkeerde nummer en tijdstip. En dan het verkeerde levert. Dat in ieder geval niet goed past. Maar dat merk je pas als je de kartonnen doos hebt opengescheurd via de daarvoor bestemde strips met plastic afdekkingen.
Het pakket is dan open en niet meer terug te zenden aan dat centrum. Maar je kunt het ook inleveren bij je ziekenhuis dat je verzorgt. En dat kom ik ook doen via mevrouw Van Bodegom, Het pakket is door mij mee getorst in de tram, maar het is toch nat geworden, zo stellen mevrouw Van Bodegom en ik eendrachtig vast. En zo is het onbruikbaar, besluiten we, voor herdistributie. Wat zonde en jammer is, want het is duur spul. Dit mag niet voorkomen, is onze slotsom. Daarin verschillen we niet van mening, ook al is mijn pantalon ook nog doorweekt. En voorzien van tal van modderspatten in het Haagsche Bosch waar ik door heen moest. Daar waren veel plassen. Met modder. Maar toch mag ik op het behandelbed gaan liggen met de schoenen aan, want daarvan is het dek geplastificeerd. Als alle plastic hulpstukken zijn verwijderd, stellen we vast dat het er allemaal goed uit ziet. Alleen moet nu de bestelling toch weer herhaald worden met de juiste nummeringen, want wat ik gekregen heb, daar zal ik niets aan hebben. Wanneer ik op weg ben naar de uitgang die steeds zich schijnt te verplaatsen – het gebouw is voorzien van de meest merkwaardige corridors – zie ik in de hal dat Sint-Antonius besmuikt glimlacht. Hij zag het allemaal aankomen. Maar daar is hij dan ook een heilige voor. Al weten die Isamieten dat bij hun gezond niet. Maar, overweeg ik, ook menig autochtoon Nederlander niet. Ook al let hij goed op in de school.
