Karim Khan I

Nieuwe feiten lijken ICC-aanklager Karim Khan verder in het nauw te brengen voor wat betreft aanklachten terzake van seksueel grensoverschrijdend gedrag ten laste van ondergeschikte vrouwelijke VN-beambten bij dit Internationale Permanente Strafhof aan de Van Alkemadelaan. Khan was al bekend in de kringen van de in Den Haag zetelende internationale straftribunalen als rokkenjager. Nu schijnt die reputatie niet zonder meer te defameren in die kringen. Teveel staten die de rechtsmacht van ICC erkennen kennen thuis een sfeer waarin overmatige viriele belustheden juist wijzen op kordate mannelijkheid en leidinggevende capaciteiten en zeker Het Westen is daar nog steeds niet vreemd aan. Ik laat uitdrukkelijk daar of vrouwen daar mede debet aan zijn. Maar nu komen er ook bezwarende aantijgingen tegen Khan uit het Middden-Oosten. Zie: https://www.cidi.nl/lange-arm-van-qatar-brengt-icc-aanklager-karim-khan-verder-in-het-nauw/IN MIDDEN-OOSTEN / Door: CIDI / 30 apr 2026 KARIM KHAN WANGEDRAG INVLOED DEN HAAG QATAR ONDERZOEK ICC INTERNATIONAAL STRAFHOF AANKLAGER. Khan is inmiddels met de uitoefening van zijn bediening opgehouden in afwachting van nader onderzoek door een team dat samengesteld is door het ICC zelf, nadat de Assembly of States Parties bij ICC had doen uitkomen een dergelijk onderzoek wel geraden te vinden. Dat onderzoek zal deels moeten plaatshebben op het grondgebied van het gastland Nederland. Dat zulks zou moeten faciliteren zonder eraan deel te nemen. Dat is een ingewikkelde verdragspositie van Nederland, die verder specifiek zal moeten uitgewerkt worden in uitvoeringsarrangementen.

Die weer beheerst worden door de zetelovereenkomst zoals aangeduid in artikel 3 van het Statuut van Rome. Inmiddels komt daar het hardnekkig gerucht bij dat Khan voor zulk een onderzoek zijnerzijds ook private detectivediensten van Angelsaksische herkomst heeft ingeschakeld die ook in Nederland hun recherches uitvoeren kennelijk zonder instemming door of vanwege dat gastland, wat de rechtmatigheid van deze bewijsgaringen bepaald wel kan troebleren.  Want het gaat om tegenbewijs tegen een reeks beschuldigingen waaraan het ICC nog geen strafvorderlijk gevolg heeft toekennen. Het heeft nog niet kunnen vaststellend dat er redelijke verdenkingen bestaan ten laste van deze Aanklager die zijn aanstelling tijdelijk niet uitoefent, maar vanaf de zijlijn wel kritiek spuit. Langzaam begint er aldus een soap te ontstaan rondom die aanklager van het Internationaal Strafhof, Karim Khan. In 2024 besloot hij om aanhoudingsbevelen uit te vaardigen voor premier Netanyahu en voormalig defensieminister Yoav Gallant, vanwege vermeende oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid. Maar tegelijkertijd bleek dat een naaste medewerker hem beschuldigde van seksueel overschrijdend gedrag. En nu lijkt Qatar zich ook nog te bemoeien met de aanklager. Een wirwar van verhalen door elkaar heen. Met enige regelmaat hebben we het over het Internationaal Strafhof (ICC). Israël is geen lid van het Strafhof en de Palestijnen hebben nog geen eigen staat. Toch kon ‘Palestina’ al lid worden van het ICC. Bovendien was het hof van mening dat ze dan ook onderzoek konden doen naar vermeende misdaden in de Palestijnse gebieden. In mei 2024 bracht aanklager Khan naar buiten dat hij wilde dat er arrestatiebevelen zouden komen voor Netanyahu en Gallant. Een strafzaak bij het hof gaat pas officieel van start als de verdachten zijn aangehouden. En in november 2024 keurde het hof de arrestatiebevelen goed. Beiden worden verdacht van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid. Dat is de basiscompetentie van ICC.