De Stichting Arcadisch Madestein wil de steiger gemeerd bij het Grotekerkplein tegenover de Sint Laurens zoveel mogelijk uit het noorden aannaderen van een platbodem die voortgestuwd wordt via electriciteit in het zogeheten “fluistersysteem”. Dat is nu niet meer mogelijk vanaf de Schie bij Overschie, omdat deze watergang nu eenmaal gedempt is met het puin van het Rotterdamse stadscentrum dat resteerde na het vernietigende terreurbombardement van 14 mei 1940 dat de Duitsers aanrichtten om de Nederlandse weerstand in de stad te breken. Daarom volgen onze platbodems op deze beurtvaart Den Haag/Rotterdam een andere route dan destijds de beurtvaart volgde als de schippers in De Schie naar de havenstad voeren. Dan ging ze via het Stokvisverlaat in de Delfse Schie bij de Delftse Poort die de noordelijke toegang vormde tot de Rotterdamse binnenstad. Men voer dan, meestal wrikkend aan zware lange paalstokken met haken soms met smarting omwikkeld, de motor op zeer langzaam vooruit gesteld, die Delfsevaart zuidwaarts in. Het was, omdat de binnenvaartschepen steeds breder en groter waren geworden in de negentiende eeuw zaak om met die palen de kades af te stoten met de vaarrichting en de schroef het geringste aantal omwentelingen te doen maken per minuut dat mogelijk was, want de hekgolven die het vaartuig placht te maken verhinderde de ongehinderde doorvaart onder de talloze bruggen die destijds vaak ook nog vast waren ook. De schipper moest dus bukken in de verwulften die naargeestig en vaak smerig waren door groenaanwas en vuilopeenhopingen. Maar men kon dan wel aanleggen bij het Grotekerkplein zonder over De Maas te varen. Iets wat ook destijds gelet op de geringe kiel en diepgang minder raadzaam was, daar het Maaswater al deelde in de korte stuikende golfslag die eigen is aan het Noordzeewater. Destijds Mer-Wede geheten in Rotterdam, want het gold een immense zeemond die zwaar spoken kon en waartegen de Schielandse Zeewering ultiem soelaas onder de Hoogstraat moest bieden. Een straat die zichtbaar heel hoog lag wegens dat zware dijklichaam, dat er nog steeds ligt, maar zo geïntegreerd en verzonken dat je er niets meer van schijnt te merken. Behalve bij de toegangen bij Station Blaak, de trappen naar de metro.

Dat is met een fluisterboot met weinig kielgang eveneens onraadzaam. Daarom zal versluisd worden bij de Schiesluizen die zich voordoen bij Delfshaven, waarna de platbodem steeds een aparte koers zal moeten gaan varen met het oog op de gestadige golfbewegingen veroorzaakt door de doorgaande vaart van de grotere motorschepen op weg naar de havenbekkens aan beide zijden van De Maas. Daarvoor zullen bij deze bodems nog bijzondere stabilisatievoorzieningen moeten worden getroffen, opdat de vereiste vergunningen en ontheffingen kunnen worden verkregen terwijl ook preventieve voorzieningen zichtbaar aan boord moeten worden gesjord met het oog op onverhoopte drenkelingen uit het passagiersbestand dat onze Stichting een veilige reis moet borgen. Men zal altijd zien, dat iemand die er erg stoer en manhaftig uitziet – – dat kan ook toepasselijk zijn op vrouwen – – ineens over boord slaat wegens een onvoorzienbare aanval van spasmen of paniek. De Stichting kan zich niet permitteren op iedere beurtvaart een separate lijst verdronken schepelingen aan de walkapiteins over te leggen ongeacht of dat nu in Den Haag zij of elders. Verder zullen daaromtrent nog additionele assurantiën gepleegd moeten worden. Onze Stichting zal die moeten sluiten op gestandaardiseerde en forfaitaire grondslag per vaart.
De bedoeling is voorts de bouwfaseringen van de Sint Laurens bij rondleidingen inzichtelijk te maken en voorts de plaatsen aan te wijzen waar de polderactiviteiten en dijkage-mijningen plaatsvonden in de ruimten van dit publieke nutsgebouw. En hoe het komt dat een volledige heilige mis pas betrekkelijk laat kon worden opgedragen met alle sacramentele effecten van dien. Voorts dat de enorme vijfledige toren los stond van het schip en dat tussen torenhal en schip een vaart liep ter aflevering van zeer zware materialen. Zoals er ook een doorlopende openbare bestrate weg liep tussen zuidtransept en noordtransept voor vergelijkbare doeleinden. Het priesterkoor werd pas vrij laat geschikt gemaakt voor het zingen van de plichtmatige getijden door de koorheren. In de schipruimte golden voorschriften voor het schorsen van de koophandelsactiviteiten tijdens het hoogheilig moment van de consecratie, het tijdstip waarop de goddelijke verlosser geacht werd fysiek in te dalen in de hosties en de in het priesterkoor afgestorte miswijn: bij die nederdaling was het strikt verboden om door te gaan met het afroepen van de vertrektijden van de beurtvaarten, het mijnen van te veilen vis en het aanbesteden van werkzaamheden ten behoeve van de grote ontginning in polders. Wereldse geplogenheden derhalve, die de Rotterdammers node onderbraken, omdat ook toen hun kost voor de baat uit placht te blijven gaan.
