Wanneer inderdaad Iran erin zou slagen om via de verkennende besprekingen een erfdienstbaarheid af te dwingen van de USA in de Straat van Hormuz dat de USA vervolgens ook zou moeten introduceren bij de andere zee-oeverende staten die handelscommerciële beurtvaat transoceanisch onderhouden, dan heeft Iran op een koopje een enorme deuk in het mondiale Angelsaksische rechtsmassief geslagen en het daaraan verbonden koophandelsblok van voormalige koloniën, dominions, protectoraatsgebieden en consulaire immuniteiten. Het mare liberum-principe in zijn diverse uitwerkingen is immers van de internationale Angelsaksische handelsrelaties een sluitsteen: de volkomen vrijheid van de Volle Zee, het interstatelijk vrij gebied dat de mensheid nog steeds erkent via het Verdrag van Montego Bay van 1982. Deze transoceanische ruimte was immers voor de invoering van het systeem van het Verdrag van Tordesillas van 1494 niet erkend als immuniteitsruimte: dat Verdrag gaat dan ook als vanzelfsprekend uit van een Mare Clausum-principe, een beginsel dat inhield, destijds, dat de Heilige Stoel in deze ruimte exclusieve jurisdictie uitoefende namens de Christenheid. De Westerse Christenheid. De Stoel kon deze bevoegdheid echter dóórconcessioneren, delegaten en mandateren. In het belang van de voortplanting van het enige Ware Geloof: het westerse Rooms Katholicisme. Zoals leerstellig al flink gecodificeerd in verschillende concilies. In diverse Blogs zette ik dat stelsel al uiteen hiervoren. Tik in de kolom van de site gerardstrijards.nl het woord Tordesiilas maar in, dan krijgt u deze verhandelingen allemaal te zien en uitgeduid.

In 1494 bleek de wereld veel en veel groter dan Rome ooit had kunnen denken. De verschillende Portugese verkenningstochten naar het Verre Oosten, dat destijds nog onbekend gebied was, een blanco continent dat mede Antartica omvatte, hadden dat aangetoond tot verbazing en initiële weerzin van de Heilige Stoel. Want dat scheen op het eerste gezicht nauwelijks te rijmen met de aardrijkskunde waarvan de Bijbel scheen uit te gaan, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament. Deze verkenningen deden vermoeden dat de aarde helemaal niet plat was, drijvend in een soort oersoep of gedragen door een Oude Schildpad, die wat uit zijn krachten was gegroeid en verder leek dat ook te duiden, ook dat nog, op een heliocentrische opbouw van het heelal en de daaraan verbonden sterrenconstellaties. Een duchtige schok voor de destijds gemijterden. Met deze nieuwere inzichten moest de kerk dus zeer terughoudend en voorzichtig omgaan. Daarom besloot de Heilige Stoel in twee concordaten – – kerkelijke traktaten met wereldlijke heersers – – de nieuwe te exploreren ruimten op deze planeet aarde te concessioneren aan twee monarchen in persoon die bekend stonden als dogmatisch zeer orthodox Rooms-katholiek: de Koningen van Portugal en Castilië.
De eerste had een geweldige transoceanische vloot. De tweede een geducht mobiel veldleger. Zij moesten het geloof voortplanten in deze nieuwe rechtsruimte op canoniek verantwoorde wijze en kregen daarom de wereldzeeën in exclusief jurisdictioneel beheer namens de stedehouder Christi, de Paus. Die trok westelijk van de Kaap-Verdische eilanden een meridiaan. Het deel westelijk daarvan was voor Madrid, de rest oostelijk daarvan voor Portugal, niet in eigendom, maar ter uitoefening van hun interne soevereiniteit. Daartoe behoorde het geven van onderwijs. En dus van godsdienstles. De idee bij deze concessienering was toch nog, dat de planeet ergens in deze tweeling ophield, want dat deze meridiaan vroeg om een contra-meridiaan ergens in het onbekende blanco, te verkennen restgebied, het Zuidland, dat bleef de cartografen die dit stelsel van concessies moesten uitwerken in delineatie-arrangementen waarin de arealen van de concessies heel precies driedimensionaal gedefinieerd moesten worden, niet steeds helder voor de ogen staan. Ze vergaten het echt wel. Vaak zelfs. Ze kwamen er achter toen dat onbekende gebied steeds weer groter bleek dan ze hadden gedacht. En toen kwam er uiteindelijk in 1527 toch een contrameridiaan aan die kant van de aardbol die nu letterlijk in kaart kon worden gebracht. Met spiegelbeeldige jurisdictieverhoudingen dan bij de eerste westelijke meridiaan was gedacht. Voor Portugal en Spanje, waarin Castilië om zo te zeggen was opgegaan. Maar alles op basis van een Mare Clausum-principe.
