De directiestaf die de directeur had gecomponeerd om via verbeterprotocollen een voorspoedige implementatie van het nieuwe procesmodel ter beheersing van de omloop van beleidsnota’s te borgen — u merkt wel dat ik gaandeweg mij het bijbehorende vakjargon heb weten eigen te maken, zij het, ik erken het, niet zonder moeite — kwam op maandagmorgen steeds bij elkaar om de wekelijkse targets die haalbaar leken te definiëren of te herijken via de instructies die de KMPG daarvoor ter beschikking stelde. Deze targets dienden steeds politieke bijstelling en veronderstelden bij de raadsadviseuren een grote flexibiliteit in perspectiivische handelingsalternatieven, waarbij ook weer anticyclisch geschakeld zou moeten worden volgens de modules die de staf daarvoor deed doorontwikkelen. Daarbij was natuurlijk noodzakelijk dat de schakels in de beheersketens steeds werden nagetrokken door coördinatoren die hun bevindingen aan deze staf snelstens teruigkoppelden, vooral bij risicodragende karakters die niet in het plaatje vielen althans uit de boot konden vallen. Dat ik zulk een karakter bezat, daar kijkt u niet bepaald van op. Vooral omdat ik de tegenspraakclausuleringen veel en veel te hardnekkig serieus bleef inbrengen totdat er distortions in reality van kwamen en alle lichten op rood stonden. Omdat ik niet onder stoelen of banken bleef steken dat de modules alles bij elkaar weinig realiteitswaarde bleken te hebben, zijnde producten van geesten die geen flauw benul hadden van wat er buitengaats in het veld zich allemaal aan onvoorzienbaars placht af te spelen. Vooral criminelen hielden zich niet aan de ontwikkelingsprognoses die de KPMG had weten vast te stellen voor de diverse manifestaties van de georganiseerde criminaliteit die steeds Justitie hardnekkig meerdere stappen voorbleef, vooral via hun beleggingen in de ICT die vele malen die van Justitie overtrof.

Dat had overigens de IRT-affaire ons al duchtig moeten leren. Maar de politiek had uit de IRT-affaire juist de meesty averrechtse praktische consequenties getroffen en vrijwel alle Bijzondere Opsporingsmethodes onrechtmatig verklaard wanneer ze zich niet ontwikkelden volgens een wettelijke systematiek, waarvan de zware criminieel zich niets placht aan te trekken. Ook niet, wanneer de spraakmakende massamedia zulks veroordeelden. Als dat ergens bleek, dan was dat wel binnen de evoluties van het interstatelijke humanitaire recht waarmee het ICC, wiens Angelsaksische uiterlijke verschijningsvorm steeds duidelijker contouren begon te krijgen, zichtbaar. Steeds vaker kozen staten voor private huurlingenlegers die zich niets van het Landoorlogreglement 1907 aantrokken, ook al werd daarin door Nederlanders juist echt heel veel college gegeven tegen aantrekkelijke tarieven en toegiftartikelen. De Nederlanders hadden gouden stropdassen, speltjes en vulpennen veil met fraaie opdrukken. De staten belegden hun externe soevereinteit in vennootschappen die naar winstmaximalisatie streefden per aandeel, niet ongelijk aan de Verenigde Oost-Indische Compagnie die ook namens de Republiek der Zeeven Vereenigde Provintiën oorlog had mogen verklaren, vrede mogen sluiten en handelsmonopolies vestigen, zoals de beruchte ampfioen-sociëteit na 1713 wier taak het bleek Het Verre Oosten collectief aan de verslaving aan opiaten te brengen en te houden via Chinese agentschappen.
Deze geschiedenis bleek zich thans naadloos te herhalen, maar dan uiteraard grootschaliger, geraffineerder en met gebruik van via ICT-verankerde netwerkcorruptie. En daarvan zult u, dat worde benadrukt, geen woord gewijd vinden in het Statuut van het ICC, reeds omdat de CIA deze praktijken effectief placht te ontrollen zoals de directiestaf de verbeterprotocollen wier verlammende werking mij nog steeds adequaat voor de geest staat. De staf meende dat de Verenigde Naties beantwoordde aan een model waarin scheiding van machten bestond zoals in Nederland wellicht gebruikelijk, dat deze rechtsstellende organisatie zich niet richtte naar geopolitieke machtsverschuivingen en dat er een soort politieke verantwoordelijkheid bestond voor VN-officials die de opdracht hadden een mandaat van de Veiligheidsraad uit te voeren en daarover adequaat re rapporteren aan de Veiligheidsraad of de Algemene Vergadering. Die laatste werd hardnekkig gezien als een soort supranationaal parlement met een budgetrecht. De misverstanden konden niet groter zijn. En mijn nieuwe bazin kwam mij verbolgen steeds berispen dat mijn nota’s niet beantwoordden aan haar format, ook al had ze dat zo nadrukkelijk mij ingeprent. Ze had mij zelfs uit de Algemene Vergadering laten halen, terwijl ik daar het woord voerde. Omdat de nota die ik had laten faxen niet de juiste beslismomenten bevatten waarmee de Minister conform het officiële format te informeren ware. Dat was geen ordentelijke teruigkoppeling. Ik trok mij ook nergens iets van aan. Dat werd een slechte beoordeling.
