Het werd mij in New York gaandeweg heel erg duidelijk dat Nederland flink in de buidel zou moeten tasten om het privilege binnen te slepen dat het het ICC zou mogen huisvesten als gastland en zulks nog wel in Den Haag. Want dat dat ICC als tribunaal heel wat kosten zou meebrengen, dat was mij in 1993 al aanstonds duidelijk. Het zou moeten beschikken over een fraai gebouw dat speciaal ontworpen zou worden voor dit Hof met universele rechtsmacht over de ernstigste schendingen van het internationale humanitaire recht. Oorlogsmisdrijven, genocide, gijzeling van burgerbevolkingen in oorlogstoestand, onrechtmatige bezettingen en ga zo maar door. Van groot belang was aanstonds dat dat ICC ook aan de slachtoffers een procespositie zou gunnen ter openbare terechtzitting. Zij zouden spreekrechten mogen uitoefenen, schadeclaims mogen indienen, hunnerzijds bewijsleveringen mogen doen voeren, experts oproepen, de gehele openbare terechtzitting lang tot aan het eventuele veroordelend eindgewijsde aan toe. En van het gastland werd verwacht dat het dat alles op voorschotsbasis zou financieren. Het zou dus ook de huisvesting van deze slachtoffers moeten regelen en betalen, maar eveneens de flankerende voorzieningen van psychiatrische en fysiek-medische aard. Er zou daarom een Victimsunit moeten komen met zelfstandige rechtspersoonlijkheid, die ook weer over een eigen gebouw zou moeten kunnen beschikken. En dat weer op voorschotsbasis. Ten laste van de Nederlandse Rijksbegroting. Uiteraard. Deze Victimsunit zou zelfstandig rechtshulp moeten kunnen aanvragen via de ICC-griffier om te kunnen voldoen aan bewijsopdrachten die het ICC aan de slachtoffers zou geven in eventuele schadestaatprocedures ter compensatie van het hun aangedane leed door de beklaagden of beschuldigden. Maar vergeet daarbij even niet dat het, gelet op de aard van de feiten die genoemd zouden worden in de tenlasteleggingen, hierbij om duizendtallen zou kunnen gaan, omdat oorlogsmisdaden meestal een ruime gevolgsactieradius hebben, per definitie.
Die duizendtallen zouden, daar kon men vergif op innemen ook inderdaad komen opdagen, vooral wanneer het zou gaan om een inbeschuldigingstelling van genocide, een massaal misdrijf bij begripsbepaling. Dat ging dus om kosten die een enorme omvang zouden gaan krijgen. Verder werd het mij duidelijk dat het ICC in het merendeel van de gevallen slechts zou komen tot veroordelingen tot vrijheidsbenemende straffen van jaren lang. Gelet, wederom, op de omvang van de misdrijven en hun oorzakelijke effecten op de getroffen bevolkingen. dAt had, om maar even dicht bij huis te blijven, de Holocaust alleen al geleerd in de Tweede Wereldoorlog. Die detenties zouden vermoedelijk in het merendeel van de gevallen moeten worden uitgevoerd of aangevangen door het gastland. Dat zou dus onbepaalde penitentiaire capaciteit vereisen als reservevoorzieningen buiten de standaard capaciteit die Nederland voor de eigen nationale behoeften zou moeten blijven in stand houden. In abstracto hadden de voorstanders van het ICC zoals voorzien, beloofd, dat ook zij bereid zouden zijn deze detenties tenuitvoer te leggen. Maar gaandeweg, al sonderend, kwam ik er er wel achter dat daarvan vermoedelijk niet zoveel terecht zou komen, reeds omdat de penitentaire voorzieningen minimaal zouden moeten voldoen aan de Minimum Standards on Detention die de Verenigde Naties eerder het licht hadden doen zien als instructienormen voor vrijheidsbenemingen van overheidswege, die de Charter-partijen van het VN-Handvest zouden moeten in achtnemen. En die standaarden lagen hóóg. Veel te hoog. Het leek wel alsof het ging om voorzieningen te borgen door vijfsterren-hotels. Want met de verschillende religies, inculturaties en gebruiken die gangbaar waren in de oorspronkelijke staat van herkomst van de veroordeelde zou volledig rekening moeten worden gehouden. Denk alleen alleen eens aan de voedingsvoorschriften die bij de huisvesting van Moslims met hun uiteenlopende interpretaties van Allah’s instructies over voedeselsamenstellingen, vasten- en onthoudingsvoorschriften en schorsing daarvan, de rituelen die men moet kunnen ondergaan en de goddienstoefeningen met hun ruimtelijke voorzieningen. Voor Hindoes kan men dat herhalen en dan heb ik het niet eens over animistische religies die in Zuid-Amerika en Donker Afrika worden gepraktiseerd. Dat was dan allemaal ter beschikking te stellen aan ICC in één gebouwelijkheid met bijbehorend terrein met de aanvoermogelijkheden van priesters, imams en pandits die uiteraard hun voorgangersrol naar behoren moeten kunnen excerceren. Welke staten zouden bereid en in staat zijn voor het ICC-ideaal dat alles te fourneren op eigen territoir?

Ik was, na sondering, zeker dat geen staat daartoe bereid zou zijn. In de eindfase van de ICC-onderhandelingen wilde ik een onderbouwde rubriceringsstaat kunnen overleggen aan de PrepCom waarin ik overtuigend zou kunnen inboeken welke beoogde ICC-staten dat wel zouden kunnen binnen West-Europa. Een soort quick scan van de penitentiaire situatie in West-Europa. Om duidelijk te maken dat in 1998 Nederland daarbij niet zou kunnen leunen op de assistentie van Europese partners behoudens noordelijke staten die beproefd omsprongen met de VN Minimum Standards. De Scandinavische natuurlijk. Het zou een non paper moeten worden ter verspreiding onder een beperkte groep mogelijk sympathiserende staten binnen de PrepCom. Ik zou het niet kunnen overleggen als een officieel VN-stuk, genummerd naar de bureau-voorschriften van de PrepCom. Dat kun je niet doen, omdat staten die dan niet op de lijst staan als mogelijk aan te zoeken partners, daaraan grotelijks aanstoot zouden kunnen nemen en daar een rel over trappen. Omdat dat voor de ontwikkelingslanden en de niet-gebonden staten altijd aantrekkelijk is: ze worden weer eens, in strijd met het interstatelijk gelijkheidsbeginsel (rule of the equality of states) , gediscrimineerd. Ik gaf nog colleges in Groningen en zocht daarvoor vlijtige studenten aan. Om zulks uit te zoeken en zelf daartoe simpele visitaties te doen. Op locatie. Als tijdelijk lid van de Nederlandse delegatie. Zodat ik ook Den Haag duidelihjk kon maken welke verplichtingen Nederland aanging. Het werd teruggefloten door mijn nieuwe bazin. Want dat moest Europees aanbesteed worden, die opdracht tot penitentiaire vergelijkingen. Met alle complicaties en vertraging van dien. En de ruchtbaarheid. Want in de Unie werden die dingen meteen ook gelekt. Bij het leven.
