De KPMG tastte steeds verder door. Aanvankelijk had de bewindsvrouwe Sorgdrager vooral het oogmerk gehad, kennelijk, om de oude vertrouwde stafafdelingen Wetgeving Publiekrecht, Privaatrecht, Bestuursrecht en Wetgevingskwaliteitsbeleid grondig te ruimen. Daar zaten de zo gehate raadsadviseurs met hun helicopterviews, hun onnavolgbare dogmatieken en systeembouw, hun staathuishoudkunde en hun universele rechtsbeginselen herkomstig uit het verdragsrecht, waarmee ze zo handig, acht ballen tegelijkertijd in de lucht houdend, wisten te jongleren zodat het de minister en haar politieke assistenten duizelde. Die raadsadviseurs moesten zoveel mogelijk worden onschadelijk gemaakt. Sorgdrager was lid geworden van D66 om minister van justitie te kunnen worden en wist wat haar aan opportunisme werd nagedragen door de topambtenaren die schamperden over haar vakkennis. Maar u weet hoe het is met een oud huis, dat gebouwd is rond 1880 en zelfs nog gaslicht heeft gebezigd in de woonkamers. Je begint met een deel van de rachels in de zoldervloeren weg te slopen om verantwoorde elektriciteitsgroepen te kunnen aanleggen. En je blijkt gaandeweg steeds meer te moeten strippen in het inwendige totdat een kierend casco overblijft en alleen de trappenhuizen nog herinneren aan de tijd dat de topambtenaren per paard hun burelen plachten te bereiken, omdat daar, in die huizen, nog de granieten drenkbakken resteren, rudimenten aan prehistorische gebeurtenissen. Zo was het gesteld geweest met het oude gebouw van Justitie aan Het Plein toen daar ook het eindpunt was geweest van de lijnen van de paardentram. Ik had er nog een fraaie kamer gehad van een raadadviseur met kolenkachel en voelde mij daar soms divisiecommissaris Jules Maigret in afwachting van de bode die de buizenpost had gecollectioneerd. Zo waren de oude klassieke raadsadviseurs wel in een kraal bijeengedreven gereed om naar het abattoir te worden afgevoerd ter fine van verwerking tot blikvoedsel voor de voorraden van de Dienst Bescherming Burgerbevolking.

Maar deze hoofdschuldigen hadden hun personeel niet voor niets in hun school opgeleid en geconditioneerd. Dat lagere personeel, vanaf de rang van referendaris, was dus, zij het afgeleid, mede verantwoordelijk voor de merkwaardige administratieve optuiging van dit departement. En verwijderde men deze laag, dan bleken daar ook weer lijntjes te voeren naar de beleidsdirecties die ook geen gevoel hadden voor de democratische noden van de maakbare samenleving die D66 kundig wilde inelkaar zetten als ware het een IKEApakket voor een wat gecompliceerdere wandkast, waarvoor ook nog eens de verkeerde schroeven en moeren gestandaardiseerd waren meegeleverd, niet afgestemd noch toe te passen in de verbindingsbulbhoeken van de Zweedse meubelindustrie die daar terecht zo vermaard mee had kunnen worden. De lagere ambtenarij voelde aankomen dat als de bulldozers van de KPMG gewoon in gang konden gaan conform de lucide gekartonneerde modeltekeningen, geen ambtenaar nog rechtspositioneel veilig bleef. Die begon zich dus in het geheim ook te hergroeperen ter afremming van de baanbrekende plannen die Sorgdrager had overgenomen van de experts in de macrostructurele organisatieleer. Er waren nu zelfs hardnekkig weerstand biedende reservaten aan het ontstaan waar men leefde naar een parallelle bureaucratische samenleving, alleen uiterlijk nog optimaal aan de nieuwe beleidsdoelen maximale lippendiensten bewijzend. Er waren daartoe zelfs spraakregelingen in omloop, waarin de juiste wachtwoorden werden gewisseld zodra een KPMG-officer in de gangen opdook. Een soort Sjibboleth zoals de vrijmetselaars ook hanteren wanneer gasten van bevriende loges hun tempels komen bezoeken en ook visiteren. Ze komen dan bij de poortwachters al tot stilstand en worden afgeleid naar de achterste reien om straks het logelied mee te kunnen zingen, elk zicht op de tempelrites missend en zorgvuldig bewaakt door de Achtbare Meester.
Er ontstond dus een departementale structuur in twee of meerdere separate lagen en snelheden, waarbij de verbindingsambtenaren tussen deze groepen wel zorgden dat het centrale gezag niets in de smiezen had van deze doortrapte camoufleringstechnieken die ook nog eens moeilijk spontaan te hanteren waren zonder instructies ruim vooraf. Het kwam de efficiëntie niet ten goede. Dat merkte Sorgdrager ook. En die stelde tussentijdse inspecteurs aan om te bekijken waaraan deze onvoorziene vertragingen en verwarring nu weer lagen. Verdachtmakingen ruisten virulent door de gangen en groepen. Waarnemende directeuren kregen de schuld van deze disrupties en de vacatures die nu ontstonden, lokten nieuwe opportunisten die ook bereid waren te spioneren voor de overlevers die wel zorgden dat ze buitengaats bleven. Mijn directeur, een echte Baron met het bijbehorend blozende vierkante hoofd, werd door zo’n spion betrapt, waarbij ook weer goed uitkwam dat hij niet goed kon afblijven van een creoolse secretaresse met veel te korte rokken. Dat kreeg ik allemaal wel te horen in het geniep in New York. Ik vond de stad nog steeds een krankzinnig oord. Maar er zaten veel voordelen aan om er nu te zijn. Die secretaresse kende ik wel. En ook dat ze altijd heel diep moest bukken als de Baron in de buurt was. Dat viel mij op. Dus moet dat wel zeer in het ooglopend zijn geweest.
