Synderesis I

 

 

Uiteraard besteedde ik in het eerste hoofdstuk van mijn academisch proefschrift, gewijd aan de betekenis van “dwaling” bij de verdachte of dader van enig strafbaar feit enerzijds en de voor strafrechtelijke aansprakelijkheid vereiste subjectieve, psychologische schuldvormen voorbedachte raad, boos opzet, voorwaardelijke opzet, oogmerk, grove onachtzaamheid en ernstige nalatigheid zomede verwijtbaarheid veel aandacht aan de door Thomas omschreven synderesis en de herkomst ervan in het systeem van het stellige canonieke recht dat in de middeleeuwen Westelijk Europa materieel rechtssystematisch zozeer verenigd had. Dat bleek daarom vruchtbaar, omdat de strafwetgever van 1881 deze subjectieve elementen voor die aansprakelijkheid voornamelijk in cognitieve termen had omschreven en daarbij, naar bleek, nog steeds uitvoerig had geleund op het universeel natuurrecht dat ook de Aquiniër had omhelsd en leerstellig in thesen had uitgewerkt.

Dat beviel de promotiecommissie, waaronder ik de beroemde Jan Remmelink, G.E.M. Mulder en M. Scheltema mede mocht begroeten op 21 januari 1983 in de Tilburgse aula zeer, reeds omdat deswege het dogmatisch geschrift inderdaad – zoals Nieboer had verlangd – ver weg bleef van de destijds woekerende steeds polemischer wordende schoolvormingen in de beperkte academische wereld die elkaar steeds heftiger bekampten zonder dat het erg veel baat bleek op te leveren voor de samenleving en haar instrumentele ordeningsmechanismen. Het bleek ook de Brabant Pers, uitgever onder meer van Het Nieuwsblad van het Zuiden, Het Eindhovens Dagblad en De Zuidwillemsvaart, destijds nog spraakmakend in de regio te zijn opgevallen, waarbij de redacteuren constateerden dat men te maken had met een leerstellige monografie van katholieke snit.

Het leek mij destijds al, dat dat niet juist was, omdat ook de protestantse denominaties binnen de Christenheid deze synderesis met elkaar delen, maar aldus werd zo mijn naam onherroepelijk gevestigd. De faculteitsraad wees dus het geschrift als onkrities, maatschappijbevestigend en tautologisch van de hand op voorstel bij motie van een van de recentere leden van de vakgroep strafrechtswetenschappen die zich had gestort op het fenomeen “alternatieve sancties” in abolitionistisch aksieperspectief, omdat hij duchtte dat ik wellicht op korte termijn hoogleraar zou worden, nu ik het iudicium cum laude verwierf en tevens de H.D. Tjeenk Willink Prijs. Hij verenigde op deze motie Rood Front, de Fractie Recht Vooruit, het Communistisch Blok en het Pacifisties Front, dus ik had lont moeten ruiken.