De Einddoelen van Straf staan duidelijk uitgekruist bij de Aquiniër. Thomas van Aquino formuleerde specifieke doelen voor de straf, die we vandaag de dag nog herkennen in de moderne strafrechtstheorieën:
- Herstel van de kosmische en morele orde (Vergelding/Restitutie): Een misdrijf verstoort de rechtvaardige verhoudingen in de maatschappij. Straf dient om de dader te ontnemen wat hij onrechtmatig heeft toegeëigend (zijn restitutieleer). Dit is niet gebaseerd op wraak, maar op het herstellen van de balans van rechtvaardigheid.
- Medicinale en correctionele werking (Generale en speciale preventie): Thomas zag straf als een medicina (medicijn). Straf heeft een afschrikkende werking op de gemeenschap (generale preventie) en helpt de dader zelf om tot inkeer te komen en zijn gedrag te beteren (speciale preventie).
- Beveiliging van de gemeenschap: Als een lid van de samenleving een gevaar vormt voor het algemeen welzijn, mag deze onschadelijk worden gemaakt (in extreme gevallen steunde Thomas hierom ook de doodstraf). Het Uiteindelijke Einddoel van het wereldse rechtssysteem moet begrepen worden en begrijpelijk blijven binnen de Heilsgeschiedenis die kenbaar, begrippelijk en tastbaar voor de mens openligt sedert de dood van de Gekruisigde te Golgotha. Daarbij spelen twee gegevens een rol. De eerste is het feit dat iedere mens een oerbesef is ingestort dat hem vatbaar maakt om Het Goede daadwerkelijk, dus metterdaad, te onderscheiden van Het Kwade. Het basale in de ziel voorgegeven ingestorte oerweten, de synderesis, dat de mens vaardig maakt tot het oordeel des onderscheids. Verder, ten tweede, het feit dat het normaliteitspostulaat aan iedere aansprakelijkheidsleer ten grondslag ligt en dat erop neer komt dat iedere mens Het Kwade kan vermijden en aan kan zien komen. Hij moet dit wel willen doen en die vaardigheid willen doorontwikkelen, zijn leven lang. De synderesis komt niet tot de mens via proefondervindelijke zintuigelijke ervaringen, maar is ingestanst in de ziel mét de geboorte. Daarom is de vraag naar de wilsvrijheid eigenlijk niet te stellen zonder de mens te marginaliseren tot een bloot willoos werktuig. Het ultieme einddoel van het wereldse strafrecht is voor Thomas ondergeschikt aan het spirituele doel van de mens. Waar het wereldse recht de mens dwingt om zich ordelijk te gedragen ten behoeve van de vrede op aarde, is het uiteindelijke doel van de menselijke natuur het bereiken van het geluk in God (de beatitudo). Het wereldse strafrecht schept simpelweg de noodzakelijke, vreedzame randvoorwaarden waarbinnen de mens dit hogere doel in vrijheid kan nastreven. Hoe Thomas van Aquino dacht over specifieke straffen, zoals de doodstraf, lijfstraffen en vernederende straffen zijn daarvan afleidingen. Ze volgen uit zijn bekende restitutieleer. De restitutieleer (doctrina de restitutione) van Thomas van Aquino is een centraal onderdeel van zijn moraaltheologie en rechtsfilosofie. Hij werkt deze leer met name uit in zijn hoofdwerk, de Summa Theologiae (Secunda Secundae, Kwestie 62). Kort samengevat houdt de leer in dat wie een ander onrechtmatig schade berokkent of goederen ontneemt, moreel en juridisch verplicht is de oorspronkelijke situatie volledig te herstellen. Zonder deze daadwerkelijke restitutie (teruggave of schadevergoeding) kan een zonde niet door God worden vergeven. De belangrijkste kenmerken en principes van zijn restitutieleer zijn, steeds stoelend op intermenselijke ruilrechtvaardigheid uiterst concreet.

Thomas plaatst de restitutie onder de ruilrechtvaardigheid (iustitia commutativa). Dit type rechtvaardigheid regelt de verhoudingen en transacties tussen burgers onderling. Wanneer iemand steelt, bedriegt of schade veroorzaakt, raakt de weegschaal van de rechtvaardigheid uit balans: de dader heeft te veel, het slachtoffer te weinig. Restitutie is de handeling waarmee de dader de gelijkheid (aequalitas) herstelt. De straf moet de aansprakelijke daartoe eigenlijk nopen. Dat is de voorwaarde voor Goddelijke Vergeving (Absolutie). Thomas bouwt hier rechtstreeks voort op een beroemde uitspraak van de kerkvader Augustinus: “De zonde wordt niet vergeven, als het weggenomene niet wordt teruggegeven”. Binnen de katholieke moraaltheologie betekent dit dat een dader in de biechtstoel wel berouw kan tonen, maar geen absolutie (vergeving van zonden) krijgt zolang hij weigert de schade bij het slachtoffer te herstellen als hij daartoe in staat is. Restitutie is dus een absolute voorwaarde voor zielenheil. Thomas ontwikkelt hier een zeer brede opvatting van “Wegnemen” als herstellingsingreep van het maatschappelijk aangerande evenwicht dat het delict verstoorde. Het begrip ‘restitutie’ is bij Thomas niet beperkt tot het simpelweg teruggeven van een gestolen voorwerp. Het omvat elk onrechtmatig verlies dat een ander is toegebracht: Bij materiële zaken: diefstal, beroving, aanranding van lijf of vernieling van eigendom. Bij Immateriële zaken: Schade aan de goede naam (zoals door laster, roddel of belediging). Wie iemands reputatie besmeurt, moet die reputatie ’teruggeven’ door publiekelijk de waarheid te spreken. Wat en hoe moet er worden teruggegeven?
Thomas hanteert een pragmatische en trapsgewijze benadering voor de bijpassende vergoeding. Die zijn er in soorten en maten.
- Het exacte goed: Indien mogelijk moet exact hetzelfde object worden teruggegeven.
- Een gelijkwaardig goed: Als het oorspronkelijke object kapot of verloren is, moet een soortgelijk goed van gelijke waarde worden verstrekt.
- Financiële compensatie: Als vervanging in natura onmogelijk is (bijvoorbeeld bij fysiek letsel of vernieling), moet de schade in geld worden uitgekeerd. Thomas onderscheidt bij de vaststelling van de aansprakelijkheid een onmiddellijke plicht en een medeplichtigheid. Volgens Thomas rust de plicht tot restitutie onmiddellijk op de dader. Uitstel zonder geldige reden is een herhaalde zonde. Daarnaast stelt hij dat de plicht niet alleen geldt voor de hoofddader, maar ook voor medeplichtigen: degenen die de opdracht gaven, die toestemming verleenden, de helers die de goederen ontvingen, of de autoriteiten die nalatig waren in het beschermen van het slachtoffer. Wat is hiervan de historische impact? De restitutieleer van Thomas van Aquino heeft een enorme stempel gedrukt op de ontwikkeling van het latere Europese privaatrecht en strafrecht. Het hielp de juridische fundamenten te leggen voor ons moderne onrechtmatige daadrecht en de schadevergoedingsplicht: de gedachte dat het recht er in de eerste plaats is om de positie van het slachtoffer te herstellen, en niet enkel om de dader te straffen. Thomas werkt dit systeem uit voor de rechtspraktijk, waarbij hij de plicht tot restitutie uitbreidde naar immateriële schade (zoals smaad en belediging).
