Bij Thomas van Aquino is de synderesis het fundamentele, morele oerweten van de mens dat nooit volledig kan instorten of worden uitgewist. Het is een imminente morele imprint in het zielsvermogen. De print wordt niet aangestuurd of gevoerd door zintuigelijke waarnemingen die vervolgens cognitief verstandsmatig afgetast worden en dan pas geïnternaliseerd. Hier geldt niet: nihil est in anima quid not fuerit in sensu. Hierin daalt niets in wat niet zintuigelijk waargenomen is. Dat geldt voor alle verstandsmatig opgezette kennisverwerving, vooral die welke via syllogismen opgezet worden. Maar hier, bij dit immenante verweten gaat deze herleiding juist niet op, hoezeer Duns Scotus aan het tegendeel blijft vasthouden. Deze uitspraak “Nihil est in intellectu quod non prius fuerit in sensu” (er is niets in het verstand wat niet eerst in de zintuigen was) wordt doorgaans toegeschreven aan de middeleeuwse theoloog en filosoof Thomas van Aquino (vaak aangeduid als een invloedrijke Scholasticus in plaats van syllogist). Maar hij gebruikt haar wel ten aanzien van de kennisverwerving in het algemeen. Juist hier, bij de kennis van goed en kwaad verwijst hij naar Adam en Eva, die deze kennis ook niet zintuigelijk verwierven maar bij instorting bleken te hebben, zoals ze ook erkenden aan de Engel die hen berispen kwam, het vlammend zwaard in de rechterhand. Thomas gebruikte deze formule in zijn werk De veritate (q. 2 a. 3 arg. 19) om het Aristotelische standpunt te onderstrepen dat alle menselijke kennis via de zintuiglijke waarneming begint. De term zelf is het klassieke peripatetische axioma. Latere filosofen zoals John Locke of Gottfried Wilhelm Leibniz (die er de toevoeging “nisi intellectus ipse” aan gaf) worstelden er dan ook mee, omdat ze niet-zintuigelijke kennis eigenlijk niet als geldige kennisverwervingsmethode rubriceerden. Ze reageerden dus positivistisch als ze waren, afwijzend op dit principe. Terwijl het concrete morele geweten (conscientia) fouten kan maken en misleid kan raken, blijft de synderesis altijd intact als een onfeilbare vonk van de rede. Hieronder toch nog even hoe Thomas van Aquino dit concept en de zogenaamde “instorting” of verduistering ervan uitlegt. Wat is de essentie van de synderesis? Thomas beschouwt de synderesis als een natuurlijke habitus (gesteldheid of dispositie) van het menselijke verstand. Het is het vermogen waarmee de mens direct de eerste universele principes van de praktische rede inziet.
- Het allereerste principe hiervan is universeel en onontkoombaar: “Het goede moet worden gedaan en nagestreefd, en het kwade moet worden vermeden.”
- Dit oerweten is analoog aan de eerste principes van de theoretische rede (zoals het principe dat een ding niet tegelijkertijd kan zijn en niet kan zijn).
- Omdat het om de meest universele basisprincipes gaat, is de synderesis onfeilbaar en dwaalt zij nooit.
Waarom de synderesis niet kan instorten is nog een zelfstandig vraagpunt. Volgens de thomistische antropologie en theologie kan de synderesis in haar wezen niet vernietigd worden, zelfs niet door de erfzonde of door extreme slechtheid. Thomas beargumenteert dit als volgt:
- Natuurlijke basis: De synderesis behoort tot de menselijke natuur zelf. Als dit oerweten volledig zou verdwijnen, zou de mens ophouden een rationeel en moreel wezen te zijn.
- De vonk van het geweten: Middeleeuwse theologen noemden de synderesis vaak de scintilla conscientiae (de vonk van het geweten). Een vonk kan onder de as begraven raken, maar dooft in de menselijke ziel nooit helemaal uit. Zelfs de zondaar of de verdoemde behoudt de synderesis, wat zich daar uit als wroeging. Maar een schulduitsluitingsgrond kan hij daarin niet vinden en gelijk te stellen met het volmaakte berouw wegens schending van Gods geopenbaarde zedewet levert het nimmer. Ook niet bij gelegenheid van het Laatste Oordeel wanneer God geen menselijke maat uit het oog zal verliezen.
De schijnbare “instorting” is slechts een uiterlijke verschijningsvorm van die verduistering en de misstap van de conscientia. Als het oerweten niet kan instorten, hoe kan de mens dan toch gruwelijke morele misdaden begaan of het morele spoor volledig bijster raken? Dat was een van mijn themata bij de strafbaarheid van oorlogsmisdadigers die tevens ook overtuigingsdaders blijken en handelen uit een innerlijke ideologische aandrang de mensheid een nieuwe morele, ethische en biotische wereldorde te brengen, zoals in Neurenberg ook steeds werd gepleit evenals in de Na-oorlogsche Rechtspraak die ik in dat verband in het proefschrift uitvoerig behandelde. Het geval-Rauter, Wülisch, Mussert, Liese en Seysz-Inquart dus. Thomas maakt hier een scherp onderscheid tussen de synderesis en de conscientia (het actuele geweten):
- De fout ligt in de toepassing: De synderesis levert alleen de universele principes (bijv.: “Je mag een onschuldige geen pijn doen”). De conscientia is de concrete toepassing van dat principe op een specifieke situatie (bijv.: “Is deze handeling nu schadelijk voor een onschuldige?”). In die toepassing, de praktische syllogisme, kan de mens falen door onwetenheid, passie, een verkeerde gewoonte of misleiding.
• Verduistering (Obscuratio): Hoewel het oerweten zelf niet instort, kan de werking ervan in het bewustzijn wel tijdelijk verduisterd of overwoekerd raken door intense passies of hardnekkige zonde. De mens ‘vergeet’ op dat moment niet het universele principe, maar weigert het correct toe te passen op zijn eigen handelen. Verder ging ik dieper in op hoe Thomas van Aquino de praktische syllogismen (de redenering van oerweten naar handeling) opbouwt, en de vergelijking met hoe tijdgenoten zoals Bonaventura dachten over de synderesis. Dat was, naar zou blijken, vragen om moeilijkheden. In de Academische wereld van de Karl Marx-universiteit die opvallend hardnekkig bleef. Ik kon dus zwarigheden sociaal en loopbaantechnisch verwachten. Al waren die toch wel gekomen. Niet meteen na de promotie. Maar later. Daarvoor had ik te veel hinderlijke volgers wakker gemaakt die er de WUB bij haalden. Al zie ik nu nog niet wat die WUB er mee te maken kon hebben. Noem het hardleers. Ik trachtte wel schutkleuren aan te nemen. Maar werd toch gedetecteerd. Via dundrukedities van dat rampzalige geheime rapport dat scheutig losdwarrelde wanneer ik elders solliciteerde. Functie elders. Zeg dat wel.

