Uitgestelde Strafvordering III

Het nieuwe Wetboek van Strafvordering zou naar verwachting op 1 april 2029 in werking treden en vervangt het verouderde wetboek uit 1926 met een fundamentele herstructurering van het strafprocesrecht.  Uiteraard deden verschillende deelnemers aan het reeds beschreven interuniversitaire wetgevingsproject in Nederland uitvoerige monografieën verschijnen over het beoogde wetboek. En aangezien zij doorgaans behoorden tot de groep academici die aan het project actief deel hadden gehad waren zij alle zonder uitzondering jubilant over die gestroomlijnde codificatie. De NRC was echter vanaf het begin sceptisch. Omdat deze krant oordeelde dat het Wetboek een volledig geïntegreerde congruente ICT-bebedding vooronderstelde met de bijbehorende personeelstechnisch geborgde expertise.

En de krant meende dat die vooronderstelling iedere feitelijke grondslag miste. En verder dat de urgentie om dit defect aanstonds te verhelpen door in ieder geval alvast de expertise in huis te halen die de zwakste steden in die vooronderstelde expertise te voorzien van duchtige reparaties bij, in ieder geval,  het Openbaar Ministerie ontbrak. De NRC lichtte dat ook adequaat toe en deed blijken opmerkelijk goed op de hoogte te zijn van de interne pijnpunten daarbij. Verder ventileerden de opstellers van het regeringsontwerp opmerkelijk optimisme over de mogelijkheden van dat Openbaar Ministerie alsnog die expertise te werven en te binden. En de NRC kon verhalen waarom dat in ieder geval een onverschoonbare zij het overwinnelijke dwaling over de feiten was.

De krant was goed ingelicht, oordeelde de ambtelijke top van het Openbaar Ministerie. En dus moest er gelekt zijn. Daaraan moest een intern onderzoek worden gewijd dat ook weer tijdconsumerend bleek.  Er konden geen schuldigen aangewezen worden die discplinaire sancties konden rechtvaardigen, maar wel verdachtmakingen worden  geformuleerd die virulent bleven opduiken en verlammen.  Verder signaleerde de krant dat het ontwerp uit ging van de idee dat een strafzaak altijd volledig panklaar op de openbare terechtzitting ter onderzoek moest worden gepresenteerd.  Op grondslag van een volledig uitgewerkte tenlastelegging die eigenlijk niet veranderd zou mogen worden. En dat verder de vervolgde daarbij in het gerechtelijke vooronderzoek zou moeten kunnen beschikken over de bijstand van gespecialiseerde advocatuur, zulks met het oog op de gelijkwaardigheid van de ter zitting optredende partijen, het Openbaar Ministerie enerzijds en de vervolgde of verdachte anderzijds. Het veelgeroemde principe van equality of arms dat essentiale is voor fair play, ook een in dit verband veel aangehaald rechtsbeginsel in de toelichting op het ontwerp. En de krant meende te weten dat de NOVA, de Nederlandse Orde van Advocaten, al in een vroeg stadium had doen weten dat dat niet haalbaar zou blijken. Ook al was de strafadvocatuur sedert de zeventiger jaren van de vorige eeuw steeds meer ter dege gespecialieerd geworden ook via de cursussen die de NOVA haar leden steeds had weten aan te bieden.

En daarom meende ook de NOVA dat de hieronder te bespreken “Beweging naar voren” die de universiteiten aanbevalen voorlopig niet haalbaar zou blijken al scheen het departement dat niet te beseffen, want anders had het toch luid klinkend aan de bel moeten trekken en dat had het nagelaten. En dus was de volksvertegenwoordiging op dit punt volledig op het verkeerde been gezet. Al vanaf de eerste aanzet tot dit legislatief gigaproject. Kijken we nu naar de vier hoofdpunten in dit dossier dan ontwaart men vier ambities, ook wel uitgangspunten genoemd. Die Beweging naar voren: Strafzaken worden beter voorbereid doordat de zaak pas voor inhoudelijke behandeling op zitting wordt ingepland als deze daar daadwerkelijk rijp voor is. De bewijsvoering is rond. De tenlastelegging is finaal. De bewijsredenering kan kort en kristalhelder opgezet worden voor de rechter die hier bij de hand genomen wordt. De strafrechtketen kan het allemaal aan, logistiek, facilitair, volgtijdelijk op de rol na appointering. Rolverdeling: De rechter-commissaris leidt de onderzoeksbeslissingen tot de indiening van de procesinleiding, waarna de zittingsrechter de regie overneemt.

Er is nadrukkelijk aandacht voor de geborgde versterking en betekenis van fundamentele rechten en grondrechten binnen het gemoderniseerde procesrecht. Begrijpelijkheid: Het wetboek is zo ingericht dat het overzichtelijker en beter te begrijpen is voor zowel burgers als juridische professionals. Het boek is de roman die men niet kan neerleggen. Waarbij men ook niet beweert dat men die roman al heeft opgenomen en opengeslagen. Deze uitgangspunten staan genoteerd als haalbare doelen, niet als rechtsnormatieve principes. Ongeveer zoals de Generale Staf van het Nederlandse landleger iedere grotere oefening startte met de werkhypothese dat er evenwicht zou zijn in de lucht ter dekking van de manoeuvres van het veldleger in het interbellum, ná het fiasco bij de oefening Concentratie Rood in 1935. Daar doet de planning van de invoering van dat nieuwe Wetboek van Strafcordering aan denken. Concentratie Rood. Rampzalig scenario. Zoals mei 1940 zou bewijzen.

In de Nederlandse militaire geschiedenis en de strategische plannen van het Interbellum (de periode tussen de twee wereldoorlogen) staat Concentratie Rood (of Geval Rood) bekend als een specifiek strategisch scenario voor de ontplooiing van het Nederlands Veldleger. De belangrijkste historische kernpunten over dit scenario en de context rond 1934: Wat was ‘Concentratie Rood’? Binnen de Generale Staf van het Nederlandse leger werden verschillende “Gevallen” of “Concentraties” uitgewerkt (zoals Blauw, Rood en Geval Geel). Deze plannen bepaalden waar het Veldleger zich na een mobilisatie moest verzamelen en opstellen om een vijandelijke invasie op te vangen. De strategische uitzondering: Waar de meeste plannen (zoals Geval Blauw) voorschreven dat het Veldleger zich dicht bij de landsgrenzen moest opstellen om direct de vijand tegen te houden, was Concentratie Rood de grote uitzondering. Veiligheid door diepte: Bij Concentratie Rood werd het Veldleger juist dieper in het binnenland verzameld. Dit werd gedaan omdat Nederland door een gebrek aan strategische diepte en een mogelijke achterstand in mobilisatietijd het risico liep dat het Veldleger al in de eerste dagen aan de grens vernietigd zou worden. Positie: Het leger concentreerde zich in dit scenario meer achterwaarts (richting de Vesting Holland of de Grebbelinie), om vanuit een veilige, gecentraliseerde positie flexibel te kunnen reageren.Het jaar 1934 was aldus een belangrijk kantelpunt voor de Nederlandse defensie. Generaal Reynders speelde de hoofdrol. Op 1 mei 1934 werd Generaal Izaäk H. Reynders benoemd tot Chef van de Generale Staf. Hij begon direct met het moderniseren, herzien en intensief oefenen van de bestaande mobilisatie- en concentratieplannen. Oefeningen op papier en in het veld: In deze periode werden grootschalige staf- en legeroefeningen gehouden om te testen hoe snel divisies via het spoorwegennetwerk naar hun concentratiegebieden konden worden getransporteerd. Omdat het Veldleger in die tijd grotendeels afhankelijk was van reservisten en treintransporten, was een vlekkeloze ‘concentratie’ van levensbelang. Reynders berekende dat het Veldleger enkele maanden stand zou kunnen houden. Maar gaf niet aan dat daarbij volledige dekking van dat leger vanuit de lucht noodzakelijk was. En dat dat onhaalbaar zou blijken. Wat Reynders heel goed wist. En niet zei.