De Verenigde Naties waren zich vanaf 1993 echter aan het ontwikkelen tot een supranationale samenzwering tegen Het Westen. Het Westen dat meende de eindslag gewonnen te hebben in de campagne om de wereldheerschappij, Washington uiteraard voorop. Het neoliberale suprakapitalisme had gewonnen, haar overwinning was voorbeeldeloos en weergaloos, nu de Sowjetunie zo schielijk was geïmplodeerd. Dat was, om het Churchilliiaans te duiden, te danken aan de innige samenwerking van de Angelsaksische wereld, vooral Wallstreet en The City of London. Wie gezond wilde blijven moest dat nu eindelijk eens erkennen, Nederland uiteraard voorop. Omdat Nederland als kleine mogendheid uiteraard binnen deze twee machtscentra volledig afhankelijk was van wat de Witte Mannen in de tweeknoopssluitende antracietgrijze pakken steeds weer bedisselden. Alleen als het zich daarbij onvoorwaardelijk gehoorzaam opstelde, de vrije marktwerking sacrosanct verklaarde en winstmaximalisatie per aandeel als einddoel van ieder ondernemerschap aanvaardde, mocht het The Legal Capital of the World wel huisvesten, civielrechtelijk, koophandelstechnisch, strafvorderlijk en administratief.

Dat werd dus de inzet van alle opstellingen van de Nederlandse delegatie in de PrepCom, waarbij ook belangrijk was dat veel leden van de Nederlandse delegatie die werden ingevlogen als experts op diverse terreinen ook wel een baan beoogden bij dat ICC, de achttien straftribunalen die daaraan connex waren, de arbitragecolleges en de geweldige instituties die bij de uitvoering van deze aspiraties noodzakelijk schenen. De Nederlandse delegatie was in de PrepComzaal steeds een centraal herkenbaar wervingspunt voor de aanstellingen die tegen 1998 zich als haalbaar manifesteerden. Nederland haalde het binnen, dat alles: – ik noem maar wat – de internationale Balie die ingericht zou moeten worden, de optuiging van een Victimsunit, een centrale hulppost voor getraumatiseerde slachtoffers van de onder de rechtsmacht van ICC exclusief vallende misdrijven, de penitentiaire inrichtingen, de forensische instituten en het gigantische beheersapparaat van de Assembly of States Parties bij de ICC-familie die zich voortdurend scheen uit te breiden. Allemaal banencentra met verdere typische verdienmodellen. En dan heb ik het nog niet eens over de academische centra of excellence die uit de grond als onkruid opschoten en die onder de hoede stonden van de verschillende wereldwijde rechtsmassieven die ook certificaten gingen uitreiken. Het waren ook weer gigantische verdienmodellen. Met netwerkcorruptie. En Den Haag voer er wel bij. De grondprijzen schoten als raketten omhoog binnen deze groene gemeente, zo plezierig aan de Noordzee gelegen. Zie wederom syllabus 30 op deze site.https://gerardstrijards.nl/wp-content/uploads/2025/11/GESCHIEDICC.pdf
Dat vereiste eigenlijk een zekere afstandelijkheid van de Nederlandse delegatie ten opzichte van het vestigingsbeleid van ICC en annexoire instellingen, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Er waren ook beslist nadelen te noemen van het gevolgde wervingsbeleid, ook en met name voor de belastingbetaler, de veiligheidrisico’s binnen de zo dichtbevolkte randstad van Holland en het Botlekgebied daarbinnen, en vooral voor de dwingende eis dat het gastland zich volledig neutraal zou opstellen ten aanzien van rechtsaanhangige gedingen binnen deze jurisdictie-entiteiten. Dat was wel erkend in de Zetelovereenkomst en de bijbehorende uitvoeringsarrangementen die doorgaans gestoeld waren op de verdragen die Nederland al had gesloten met de Verenigde Naties betreffende het Joegoslavië-tribunaal en de R’wanda appelkamer. Maar in de praktijk van alle dag kwam van die afstandelijkheid, die onpartijdigheid en die neutrale afweging van conflicterende rechtsbelangen niet veel terecht. Te minder naarmate meer Nederlands delegatieleden overduidelijk solliciteerden naar lucratieve aanstellingen die er bij de vleet bleken te zijn ook buiten het eigenlijk gerechtelijk apparaat dat veel diensten uitbesteedde aan private organisaties op contractbasis, wederom met vestiging in Nederland. Er kwamen nu ook steeds meer leerstoelen in de specialisatie internationale straftribunaalkunde met de meest buitenissige leeropdrachten, die resulteerden in de toekenning van bullen, certificaten en diploma’s die vaak een gouden zon als afhangend zegel bleken te hebben en die het in de huiskamer en de trofeënkasten van kantoren maar al te goed deden. De cursussen die zulk een perkamenten bescheid opleverden waren nog eens bijzonder duur ook, Terwijl de bullen nergens burgerlijk effect bleken te hebben – Effectus Civilis – wanneer men daarna solliciteerde naar een vacature binnen advocatuur, rechterlijke macht of overheidsapparaat. Maar handel is handel. Nederlandser kan het weer niet. En we wilden als commerciële natie onszelf zijn en blijven. Dat had destijds Wilhelmina immers óók gezegd voordat de Duitsers op tien mei 1940 ons polderland binnenvielen? En dat Oranje altijd op zijn post bleef? Ze was dan ook tijdig weg. Op 13 mei 1940 was er weinig meer van de landsvrouwe te bekennen achter de dijken. Ik voelde mij als een varken in een synagoge in deze wervingscircuits. Een vreemde plaats voor het dier. Maar het is er veilig. En dat was ik ook. Ik vergat soms het departement aan de Schedeldoekshaven. Maar het deed onverwacht toch steeds van zich horen. Sluimeren was er niet bij.
