Je staat dan buiten de gehele ambtelijke hiërarchie van Justitie, als je deel gaat uitmaken van een delegatie waarvan de leider aanstonds uitdrukkelijk doet weten dat de afvaardiging bepaald niet op je zit te wachten: het had zonder jou ook heel best gekund en beter zelfs. Dat liet de heer Ad Bos, die de Nederlanders in de Verenigde Naties aanvoerde binnen de ambtelijke voorbereidende commissie tot oprichting van een Permanent Internationaal Strafhof meteen blijken daar aan de Derde Avenue hoek Vijftigste Straat Oost in Upper Manhattan. In het vliegtuig had ik het zware telefoonboek al doorgevost waarin de talloze conceptartikelen stonden voor de samenstelling van een Statuut van dat Hof. Met allerlei alternatieve zinsredacties en toelichtingen voor de zogeheten operatieve artikelen, steeds tussen vierkante haken geplaatst en meteen ook weer nootsgewijs voorzien van kritische aanmerkingen van allerlei delegaties. Ik verwijs maar naar syllabus 30 die u op deze site kunt aantreffen: https://gerardstrijards.nl/wp-content/uploads/2025/11/GESCHIEDICC.pdf. Hier, in New York, was het departement van Buitenlandse Zaken leidend, aldus Bos, en daarnaar had ik mij te richten. Dit Hof was zeer gewenst, het zou een regelrechte voortzetting worden van het tribunaal te Neurenberg, dat de camarilla van Hitlers betoverende derde duizendjarige rijk had berecht voor de zwaarste misdrijven gericht tegen de mensheid of menselijkheid, waaronder ook de oorlogsmisdrijven zoals mede omschreven in het Landoorlogreglement 1907 en die welke voorondersteld werden in de Londense Zeerechtdeclaratie 1908 betreffende de wetten en gebruiken voor de oorlogvoering ter volle zee. En daar zou ik mij inderdaad nu volledig op gaan concentreren. Het Haagse departement van Justitie deed zelden van zich horen, voorlopig, maar het was nu volledig verlamd en gemesmeriseerd door een totale reorganisatie die geen enkel directoraat-generaal onberoerd liet, vooral de stafafdeling wetgeving niet.

Daar zaten de raadadviseurs wetgeving die rechtstreeks toegang hadden tot de ministerraad en tot de minister, zonder tussenkomst van de beleidsafdelingen en die lieden moesten terug in hun hok. Want het waren, zo vernam ik zo nu en dan, arrogante klootzakken. Ik natuurlijk ook. Ze meenden alles beter te weten en keken niet naar de uitvoeringstrajecten van de aanhangige wetsvoorstellen. Ze moesten op afstand geplaatst worden van de minister, dat was duidelijk en aan hun geprivilegieerde positie moest een einde komen. Daar was de reorganisatie voornamelijk op gericht. Er gingen kinderlijkjes vallen, zo mocht ik telefonisch vernemen. Voorlopig zat tussen mij en dat slagveld waar deze lijkjes geproduceerd gingen worden de Atlantische oceaan. En dat scheelde toch wel. En hoorde ik ook soms noodkreten van mijn collegae, vooral toen de vier directeuren van de wetgevingsafdelingen verwezen werden naar de afdeling voor geknakte loopbaanperspectieven, de veel besproken boulevard of broken dreams. Met hen was het ambtelijk gedaan, liet de secretaris-generaal Harry Borghouts weten in geharnaste missives die mij zeer laat bereikten. De raadadviseurs moesten nu ontkokerd worden, dreigde deze bureaucratische magnaat en toegevoegd worden aan de uitvoeringsdirecties, met wier wensen voor de haalbaarheid van de uitvoering vanaf het begin af aan rekening zou moeten worden gehouden. Ze zouden uit de Laagbouw moeten vertrekken. Uit het corridoircomplex connex aan de fraaie met tropisch hardhout en lambriseringen afgetimmerde brede gangen met veel onbegrijpelijke moderne kunstwerken. Ze zouden aan het gangbare schalen-systeem voor salariëring worden onderworpen en niet meer mogen beschikken over het zestigjarige houten meubilair dat vroeger symptoom was voor een onaantastbare rechtspositie. Want dát, zo liet Borghouts ook dreigend weten, kwam er nu allemaal van. Van die verbijsterende hautainiteit, die ontegensprekelijke superioriteit, die verrekte Leidse ballerigheid die de raadadviseur steeds kenmerkte. Dat werd ook nog in stellig proza dat er niet om loog toegelicht. Geen aantrekkelijke litteratuur. Maar frustratie sprak er wel uit en ook dat Borghouts en vele mét hem zulks niet meer tolereerden. En zo nu en dan kreeg ik een lijst met een samenvatting van de inmiddels deerlijk gesneuvelden tegen wie ik zo had opgekeken en die zulk een lelijk karakter bleken te hebben gehad. Ik zat voorlopig dus goed aan die Vijfenveertigste Straat Oost, waar de Permanente Nederlandse Vertegenwoordiging zat bij de Verenigde Naties. En dat was ook maar beter ook, want ook ik deugde niet, het was al vastgelegd. Door Suyver als voormeld, die inmiddels het krijt ook had moeten verlaten.
Hij was verbannen naar de Raad van State, die Sargassozee voor mislukte topambtenaren. Die Sargassozee (ook wel Krooszee of Wierzee) is een langwerpige regio in het noorden van de Atlantische Oceaan, omgeven door oceaanstromingen. In het westen bevindt zich de Golfstroom, in het noorden de Noord-Atlantische stroom, in het oosten de Canarische stroom en in het zuiden de Noord-Atlantische equatoriale stroom. De zee is ongeveer 1100 bij 3200 km groot. Het dichtstbijzijnde eiland is Bermuda. Daar woonden en vegeteerden alle enge zeewezens. Ze waren al lang uitgestorven. Zo hadden geen aanpassingsvermogen. Iedereen die langs die zee kwam, wist het. Het Monster van Loch Ness paaide er. Deze wezens waren biotische mislukkelingen. Alleen: dat zagen ze zelf niet in. Ik voelde ergens dat ik ook aanleg had om bewoner te worden van die zee op dat moment. Dus zat ik hier in New York misschien wel goed. Al begreep ik anderzijds ook weer niet waarom die Sargassozee geen prettig oord was. Er leefden ook veel palingen en vreemde monsters. Maar die had ik in de Haagsche eendenkom ook ten departement in tal en last zien toenemen , de één nog raarder dan de andere. Cees Fasseur, het warhoofd Just Wiarda of de erotomane engerd Schutte, om maar enige vreeswekkende schijngestalten te noemen in dat troebele water. Waarlijke illuminati die het ook nog eens zo verdomde goed wisten dat ze een voorbeeldeloos keurkorps vertegenwoordigden. Met of zonder dienstauto. Die Sargassozee overigens, die erg zout is, wordt vaak beschouwd als levenloos, hoewel er aan de oppervlakte veel zeewier van het geslacht Sargassum voorkomt, waaraan de zee haar naam te danken heeft. Troebele wateren. En niet eens diepe gronden. De zee is het unieke broedgebied van de Europese en Noord-Amerikaanse paling. De eitjes komen uit in de Sargassozee en de jonge palingen migreren naar Europa of Noord-Amerika. Als ze geslachtsrijp zijn, keren de palingen er terug om kuit te schieten. Ook de onechte karetschildpad komt er voor. Men vermoedt dat pasgeboren jongen er via de Golfstroom aankomen om in de beschutting van het zeewier op te groeien. Kortom: bijzonder gezelschap. Eng. Misvormd. Zes vingers aan de hand. Wegens inteelt. Grote waterhoofden. Stotteraars en meisjesknijpers. Maar niet per definitie nauwelijks te harden. En wellicht een verrijking van Moeder Natuur die altijd weer boeit. Voorlopig kon ik evenwel beter mij roerloos en roemloos in de modderlagen graven. Niet opvallen. Dat was de boodschap. Simpel. Maar niet eenvoudig als men drie gewrichten in één arm heeft. Zeg nu zelf.
