Het liep allemaal redelijk volgens plan. De bij Heilige Eden bezwoeren grondrechten en staatsburgerschapsrechten van de Glorievolle Revolte van 1688 werden voor de Angelsaksische wereld spraakmakend en gestandaardiseerde parameters van de rechtsstaat die bij deze omwenteling gevestigd werd. En het rechtswezen voer er bijzonder wel bij. Want nu kon er tegen de Koning geprocedeerd worden bij het leven. Koning William interesseerde het nauwelijks. Willem wordt ook wel King Bill genoemd, zij het bepaald niet liefkozend door zijn Britten die hem nauwelijks toegedaan waren omdat Bill ook wel heel duidelijk liet uitkomen dat hij geen zier om de Britten maalde. Engels leerde hij nauwelijks. En sprak hij het brouwend, dan was zulks eigenlijk niet verstaanbaar. Het duurde dan even, voordat zijn directe personele omgeving in de smiezen had dat de Koning waarachtig Engels sprak. Bill moest ook niets hebben van de scharlaken pracht van zijn lijfwacht en liet deze gekazerneerd in Sint James’ Palace exerceren. Hij ontbood zijn Hollandse uit de klei getrokken militaire regimenten. En liet die de wacht wisselen bij Buckingham Palace in hun verschoten en vale, door kogels gescheurde blauwe uniformen met hun krampachtig gettetterde bugelsignalen die het commando “wisselt stelling” schor en aarzelend tegen de enorme gevelwanden deden opschallen, somber en tergend als de wekgroep der roerdompen uit een Hollands moerasgebied. Bill liet ook merken dat hij Engels maar een stom subdialect vond van het Nederduyts en verder, dat hij niet echt veel zag in de rondbuikige onverstoorbaarheid van de Anglicaanse bisschoppen en hun conversaties die, wat hem betreft, op een zonderling gehoest, genies, gestotter en gerochel neerkwam.

En zoals Winston Churchill schrijft in zijn vierdelige Geschiedenis van de Engelssprekende Volkeren, dat deed Bill ook nog eens heel duidelijk merken óók. Niemand kan het prettig vinden, aldus Churchill, als hij voortdurend bloot staat aan onderbewuste minachting van zijn meerdere, vooral als deze wangunst spontaan, onbedoeld en structuurloos is. Churchill kon het weten. Hij deed hetzelfde als Bill. Zonder het ooit in de gaten te hebben. Beide waren pathologische narcisten. Bills hovelingen waren vooral Hollandse edelen, of wat daarvoor door ging, waaronder ene Keppel met wie hij ostentatief flirtte in de avondlijke plichtmatige conversatierondes ten hove. In de rechters en hun Kings Councils was Bill allerminst geïnteresseerd. Wat hem betreft konden ze de bout hachelen. Derhalve wachtten de Engelsen verbitterd andere en betere tijden af. En die kwamen zoals Gode belieft vanzelf toen Bills paard met de rechterhoef bleef steken in een molsgat tijdens de ochtendrit die Bill placht te maken, waarbij het buitelend paard ook nog eens boven op Bill terecht kwam. Bill brak iets, wat was niet aanstonds duidelijk, want medici van anderen dan Hollandse huize duldde hij niet aan zijn sponde. Bill stierf aan wondkoortsen die zich van zijn toch al ondermijnde lichaam makkelijk meester maakten en dat was dan dat. De eerste in de Salische linie die nu in aanmerking kwamen om de troon te bezetten waren de Welfen uit Hannover. En die deden zulks onverwijld daar ze permanent zonder centen plachten te zijn. Opvallend was wel dat Koningin Mary echt ontroostbaar was om haar Bill en nimmer haar rouw deed varen.
Maar Bill was haar zijnerzijds oprecht toegenegen gebleven, had ten Hove haar publiekelijk respect getoond die een Zeer Brittannische Majesteit toekwam en had haar persoonlijke levenssfeer in ieder opzicht intact gelaten. Haar zelf óók, dat leed geen twijfel. En dat baarde bij haar autopsie wel even zeker opzien. De Hannovers verdomden het ook weer om Engels te leren. Pas George III kende het actief en passief voldoende om iets van het rechtswezen te begrijpen. Maar aan de positie van de Kings Council kwam George III niet toe, omdat hij het te druk had met de opstand die in Noord-Amerika wies toen de bevolking daar begreep dat Londen wel belasting hief, maar haar geen burgerschapsrechten toestond. Ze scheidde zich af, terwijl de Franse revolutie ook nog eens onderging in de bloedbaden van Robespierre en de zijnen in de dagen der grote terreur. Dat deed de Britten beseffen dat ze alles bij elkaar een behoorlijke rechterlijke organisatie schenen te hebben. Dat is eigenlijk het thema van Dickens’ A Tale of Two Cities waarin hij die tegenstelling navrant en beeldend schetst en vooral dat de Britten het onschuldvermoeden zoals de common law dat verstond verder doorontwikkelden. Maar niet de scheiding der machten en ook niet de traditionele afkeer van de Paus die de Londenaren zo verenigde. Daaraan zou pas Koningin Victoria iets gaan doen nadat haar Albert van Saksen-Coburg haar ontvallen was. Ze ging zich nu met het rechtsapparaat bezighouden omdat haar Albert haar had ingeprent dat een soevereine zulks moest doen. Ze begon de Queens Councils te zien als haar hovelingen en hen te binden aan haar nukken. Zoals ze vandaag de dag nog doen. https://www.youtube.com/watch?v=5vfL2NzVtaQ&t=3479s En dat kwam het rechtswezen uit de tweede helft van de negentiende eeuw weer niet ten goede. Zoals we nu bij de tweede afdoening van de grooming gangs weer merken. Ineens blijkt het.
