In een interview met NRC van 11 oktober 2026 stelt de internationaal jurist Philippe Sands, hoogleraar internationaal recht aan het UCL en Engels advocaat dat het internationale recht en het positieve stellige volkerenrecht onder zware druk staat, maar niet zal verdwijnen. Als hoogleraar internationaal recht aan University College in Londen maakt hij zich daar zorgen over. Sands is niet de enige. Veel internationaal afgestudeerde juristen geven daarover hun zorg te kennen. Maar ik denk niet dat Putin en Trump, de gangmakers van de nieuwe bilateralistische geopolitiek, de postbode tegemoet lopen als de nieuwste academische vakbladen over het interstatelijk recht besteld gaan worden. Beiden hebben al hun aandacht nodig om niet voortijdig uit het zadel te worden geworpen. Zelfs zal Trump de NRC niet raadplegen. Zo moeilijk heeft hij het de laatste tijd wel om niet schaakmat te komen te staan tegenover Putin. Dat weet Sands misschien niet. Maar toch is het zo. Want Putin weet iets waarmee hij Trump kan chanteren. Iets over de Epstein affaires. Dat heeft Sands niet op zak. En daarom vind ik zijn stellingnames wel interessant als vakbroeder, maar niet heel erg relevant nu de tektonische geopolitieke platen steeds heftiger gaan botsen. Sands zit daarvoor te veel in een ivoren toren. Sands is een druk baasje. Hij is tevens actief als advocaat en treedt regelmatig op in uiteenlopende zaken die dienen bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, onder meer als raadsman van Kroatië in een genocidezaak tegen Servië. Het gaat Sands met name om de bedreigde positie van het te Den Haag zetelend Internationale Strafhof. Ik dacht eigenlijk niet dat er veel volkerenrechtelijke geverseerde juristen zijn die er anders over denken, al was het alleen maar omdat hun hoogstpersoonlijke toko moet blijven draaien en het onderwerp van onzegbaar veel dissertaties en leeropdrachten onder alle omstandigheden moet blijven bestaan en nuttig blijven. Wie zich in de rechtspraak van het Internationaal Strafhof heeft gespecialiseerd en er wellicht een leeropdracht uit heeft weten te destilleren wil zijn academische positie en prestige onder alle omstandigheden blijven verdedigen. Dat het Permanente Strafhof van den aanvang is gepresenteerd als een opvolger van het Neurenbergse Straftribunaal, ook en juist door de USA, heeft echter sedert 1993 dat Strafhof in de Aziatische en niet-gebonden landen intrinsiek gediscrediteerd. In 1993 begon een ambtelijke voorbereidingscommissie in de UN-headquarters te New York met het herredigeren van het sedert 1946 sluimerend concept-statuut van dat Permanente Hof. Dat Statuut was volkomen Angelsaksisch. Uiteraard, want dat Neurenbergse Hof paste het recht uit dat massief toe. Maar dat beviel noch de Russische Federatie noch de Volksrepubliek China, in wier zog India en Japan ook in de wandelgangen lieten horen dat ze zich door de USA niet lieten piepelen. https://gerardstrijards.nl/rechtspolitieke-momenta/

Maar Washington was destijds bevangen door de hybris van de overwinnaar. En luisterde dus niet, totdat het in de gaten kreeg dat juist die staten vonden dat de USA als eerste gedagvaard zou moeten worden door dat Hof. Allemaal natuurlijk fluisterend, schichtig rondkijkend in die wandelgangen of er geen NGO in de buurt was die van deze zienswijze publiekelijk verslag zou leggen. De voorstanders van het Strafhof remden dus Washington niet af, wel integendeel. En nu Trump het tracht te ontdoen van zijn effectieve jurisdictie – die het overigens nooit heeft gehad en ook niet universeel kon waarmaken – moeten deze pleitbezorgers van dat Hof flink wat gas terugnemen, want het Hof is wel degelijk praktisch in een hoek geverfd, niet zozeer door Het Capitool maar door Microsoft.
Belangrijkste punten uit het artikel:
- Huidige druk op het recht: Leiders die internationale regels negeren, doen dat volgens Sands op eigen risico, ondanks de grote uitdagingen sinds 1945.
- Amerika’s sancties en het Strafhof: Hij ziet de Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof (ICC) als een zware last, maar verwacht dat het hof zal overleven. Dat denk ik voorlopig ook, maar dan moet de Assembly of States Parties van de ICC-familie zich strijdbaarder opstellen jegens de USA zolang Trump in het Witte Huis zit. En dat zie ik dat orgaan van de ICC-familie niet doen. Niet op korte termijn. En niet eensgezind. En zeker niet in het verband van de Europese Unie. Die zou dat best kunnen. Maar die kijkt wel uit.
- De positie van voormalig ICC-rechter Navi Pillay: Hij noemt de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan Navi Pillay een belangrijke steun in de rug voor het internationale recht. Dat kan ik niet toegeven. Deze prijs is aan deze juriste toegekend om Trump te pesten die als een kleine jongen drenzend steeds heeft doen weten dat hij de onderscheiding wilde hebben. Maar door dat te doen — de Nobelprijs gunnen aan een voormalig ICC-rechter — heeft het Nobelprijscomité de decoratie volkomen gepolitiseerd en dus afbreuk gedaan aan de wetenschappelijke onzijdige radiatie ervan.
- Lopende zaken en pleidooien: Sands vertegenwoordigt onder meer Gambia in de genocidezaak tegen Myanmar bij het Internationaal Gerechtshof en pleit sterk voor de erkenning van ecocide (uitroeing van een eco-systeem) als een internationaal misdrijf. Ik zou zeggen: laat de internationale gemeenschap zich voorlopig even beperken tot de jurisprudentie die geslagen zou kunnen worden op basis van artikel 5 van het Statuut van Rome waar de klassieke misdrijven tegen de mensheid of menselijkheid staan gecodificeerd. Daar zal die gemeenschap al de handen aan vol hebben. Verder supranationaal criminaliseren en penaliseren is op dit moment slechts optuigen van een voos etalageraam.
- Kritiek op hiërarchie van leed: Hij benadrukt dat hij zijn werk niet inricht op basis van een soort “Champions League van gruwelijkheden”, maar dat elke zaak telt. Het is opmerkelijk dat Sands niet wat zegt over de gastlandpositie die Nederland bekleedt jegens ICC. Het gastland kan juridisch gezien niet buiten een jurisdictieconflict tussen ICC en enige staat blijven, omdat elk gastland (zoals Nederland voor het ICC) gebonden is aan het Statuut van Rome en de bijbehorende verplichtingen tot samenwerking. Daarom staat de gastlandovereenkomst met uitvoeringsarrangementen steeds bol van het vermaan dat het gastland onvoorwaardelijk moet gehoorzamen aan het in dit opzicht passende neutraliteitsbeginsel.
